Afzet van gewasbeschermingsmiddelen, 2011-2021

De afzet van gewasbeschermingsmiddelen is in 2021 afgenomen naar 9,4 miljoen kg werkzame stof. Dat is 5 procent minder dan een jaar eerder. Sinds 2018 is de afzet onder de 10 miljoen kg.

Toelichting bij de gepresenteerde cijfers

De grafiek toont cijfers over de afzet van gewasbeschermingsmiddelen die berekend zijn door het CBS. Aanklikken van "download data" onder aan de grafiek roept een tabel op met meer gegevens over de afzet van gewasbeschermingsmiddelen:

  • Door CBS berekende totaal cijfers voor 2010-2021 (CBS, 2023a)
  • Door CBS berekende totaal cijfers voor 2010-2021 (CBS, 2023a) exclusief microbiologische stoffen en exclusief stoffen van botanische oorsprong


Een toelichting bij de berekening van de afzetcijfers is te vinden in de beschrijving van de berekeningsmethode in de technische toelichting. Daarnaast is meer informatie over de cijfers te vinden in het artikel Afzetcijfers gewasbeschermingsmiddelen vergeleken met andere bronnen (CBS, 2017a) en in de noten onder de tabel.

Totale afzet in 2021 lager dan in 2020

De totale afzet van gewasbeschermingsmiddelen is in 2021 ruim onder de 10 miljoen kg werkzame stof. De laatste keer boven de 10 miljoen was in 2017. De afzet in 2021 is 5 procent minder dan in 2020, toen de totale afzet ruim 9,8 miljoen kg bedroeg. De zes jaar voor 2017 schommelde de afzet rond 11 miljoen kg (CBS, 2020).

Bestrijding van schimmels en bacteriën (fungiciden F)

In 2021 is 3,3 miljoen kg aan middelen afgezet voor de bestrijding van schimmels en bacteriën. Dit is 0,7 miljoen, ofwel ruim 17 procent minder dan een jaar eerder. Deze daling in 2021 komt vooral door het vervallen van afzet voor mancozeb (LNV, 2023a).
De middelen voor bestrijding van schimmels en bacteriën nemen nog steeds het grootste aandeel in de totale afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Het aandeel schommelt per jaar tussen de 40 en 45 procent, maar is in 2021 met 35 procent opvallend laag. Droge warme zomers leiden tot een lager gebruik, natte koude zomers juist tot een hoger gebruik. De zomer van 2021 was nat. De daling had dus nog sterker kunnen zijn.

Bestrijding van onkruiden en loofdoding (herbiciden H)

In 2021 is 2,6 miljoen kg aan middelen afgezet voor het bestrijden van onkruiden en loofdoding. Dit is 0,034 miljoen kg minder dan in 2020 en dat is een daling van 1 procent. Sinds 2018 zien we een geleidelijke daling. In 2017 werd het meeste glyfosaat afgezet (LNV, 2023a). De afzet van middelen voor het bestrijden van onkruiden en loofdoding fluctueert jaarlijks, maar doorgaans minder dan bij de middelen voor schimmel- en bacteriebestrijding. Het aandeel van de middelen voor onkruidbestrijding en loofdoding schommelt al jaren tussen de 25 en 30 procent. In 2021 is het 28 procent.
Sinds 2016 is het professioneel gebruik van bestrijdingsmiddelen buiten de landbouw op verhardingen en in openbaar groen niet meer toegestaan. Alleen enkele uitzonderingen mogen nog. Dit heeft invloed op de afzet voor onkruidbestrijding. Sinds 2021 is nagenoeg al het professioneel gebruik in de niet-landbouw verboden.

Bestrijding van insecten en mijten (insecticiden en acariciden I)

In 2021 is bijna 2,7 miljoen kg aan middelen afgezet voor het bestrijden van insecten en mijten. In 2020 was dit 2,4 miljoen kg. Dat is dus een toename van 10 procent. De afzet van middelen voor de bestrijding van insecten en mijten stijgt de laatste 3 jaar. Dat komt vooral door de afzet van paraffine-olie (LNV, 2023a). Het aandeel in de totale afzet schommelt tussen de 15 en 30 procent en schommelt daarmee het meest van de drie groepen.

Overige gewasbeschermingsmiddelen

De afzet van de 'overige middelen', grondontsmettingsmiddelen en plantengroeiregulatie en slakkenbestrijding, is 0,9 miljoen kg in 2021. Sinds 2017 zien we een geleidelijke toename. Tussen 2013 en 2017 juist een afname. Gedurende de periode 2011-2013 was het nog 1,8 miljoen kg. De afzet van 'overige middelen' is daarmee de laatste jaren 1 miljoen kg lager dan in 2013, hetgeen een gevolg is van het minder toepassen van metam-natrium als grondontsmettingsmiddel. Voor slakkenbestrijding valt op dat er in 2021 een verdubbeling is ten opzichte van 2020 (CBS, 2023a).

Afzet microbiologische en botanische middelen is beperkt

De totale afzet over 2021 is 9,397 miljoen kg, terwijl de afzet exclusief microbiologische middelen en middelen van botanische oorsprong 9,346 miljoen kg is. Het aandeel microbiologische middelen en middelen van botanische oorsprong is dus met 0,5 procent beperkt.

Harmonised Risk Indicator

Sinds mei 2019 heeft de Europese Commissie indicatoren vastgesteld om daarmee het gebruik van laag-risicostoffen te stimuleren en het gebruik van stoffen met hogere risicoprofielen te ontmoedigen. De afzet van laag-risico stoffen krijgt een lage weging in de HRI. De indicator wordt als eerste toegepast op de afzetcijfers. Ministerie LNV publiceert de gegevens voor Nederland op haar website (LNV, 2023b).

Bepalende variabelen in de afzet van gewasbeschermingsmiddelen

Het verbruik van gewasbeschermingsmiddelen, en daarmee ook de verkoop ervan, wordt bepaald door een mix van variabelen. Schommelingen in de afzet komen door de jaarlijks wisselende gewasarealen binnen de landbouw, de mate waarin ziekten, plagen en onkruiden jaarlijks voorkomen, het beschikbare middelenpakket, de middelenkeuze en in hoeverre geïntegreerde gewasbescherming is toegepast. De relevantste variabele is het weer, als gevolg van elk jaar wisselende weersomstandigheden tijdens de groei van de gewassen.

Technische toelichting

Naam van het gegeven
Afzet van gewasbeschermingsmiddelen
Omschrijving
Ontwikkeling van de afzet van gewasbeschermingsmiddelen, in miljoen kg werkzame stof, door de agrochemische industrie op de Nederlandse markt.
De EU verordening kent een indeling van gewasbeschermingsmiddelen in 6 hoofdgroepen. In deze indicator zijn de gegevens verdeeld naar vier groepen:
- bestrijding van schimmels en bacteriën (fungiciden F),
- bestrijding van onkruid en loofdoding (herbiciden H),
- bestrijding van insecten en mijten (insecticiden I) en
- overig; bestrijding van slakken, plantengroeiregulatie en kiemremming, en andere gewasbeschermingsmiddelen zoals grondontsmetting.
De gepubliceerde afzetcijfers zijn inclusief de afzet van microbiologische stoffen, zoals Bacillus thuringiensis.
Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
Berekeningswijze
Een korte beschrijving van de onderzoekmethode geeft het artikel Afzet bestrijdingsmiddelen (CBS, 2023b).

Rol diverse organisaties in de berekening en publicatie van afzetcijfers van gewasbeschermingsmiddelen

CropLifeNL (eerder Nefyto) levert jaarlijks aan Ministerie LNV de afzet van gewasbeschermingsmiddelen door haar leden op de Nederlandse markt.
De CropLifeNL-afzet wordt aangevuld met gegevens over de afzet van bedrijven die geen lid zijn van CropLife, op basis van waarneming voor Ministerie LNV.
Ministerie LNV levert de totale afzet van gewasbeschermingsmiddelen per werkzame stof op de Nederlandse markt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS zet de afzetcijfers om naar de actuele indeling van actieve stoffen, zoals voorgeschreven door EU-verordening 1185 / 2009 (betreffende statistieken over pesticiden).
Het CBS publiceert de afzetcijfers in een StatLine-tabel (CBS, 2023a) en levert de afzetcijfers conform EU-verordening 1185 / 2009 aan het Europees statistische bureau. De Europese cijfers worden gepubliceerd in een Agri-Environmental Indicator (Eurostat, 2022). Op basis van dezelfde Europese wetgeving stelt CBS eens in de vier jaar statistieken samen over o.a. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de landbouwbedrijven.
De afzet- en gebruikscijfers zijn in de Nationale Milieu Indicator (RIVM, 2019; PBL, 2019) gebruikt om de voortgang van het beleid te bepalen, zoals beschreven in de 2e Nota Duurzame gewasbescherming (EZ, 2013).
Uit de afzetgegevens alleen kan geen informatie worden afgeleid over het exacte aandeel landbouw, het aandeel van een bepaalde sector van de land- en tuinbouw en het aandeel van een bepaald gewas.Sinds 2019 publiceert Ministerie LNV de afzet naar werkzame stof (LNV, 2023a). Daarbij wordt niet alleen de stofnaam maar ook de EU(rostat) code vermeld. Zo betekent bijvoorbeeld F99_02_06 mandipropamid dat deze schimmelbestrijder tot de chemische klasse F99_02 namelijk amide fungicides gerekend word.
Geografische verdeling
Nederland
Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
Betrouwbaarheidscodering
Integrale waarneming.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
23
Bekijk meer Bekijk minder

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2024). Afzet van gewasbeschermingsmiddelen, 2011-2021 (indicator 0015, versie 23,

) www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.