Verkeer en milieu

Milieudruk doelgroep Verkeer en vervoer: een overzicht

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

De doelgroep Verkeer en vervoer draagt bij aan een scala van milieuproblemen. Klimaatverandering, verzuring, geluidhinder en fijn stof zijn de belangrijkste.

Belangrijkste bijdragen aan de milieubelasting in Nederland

De doelgroep Verkeer en vervoer was in 2000 verantwoordelijk voor circa 16% van de broeikasgasemissies, onder andere kooldioxide, in Nederland. De emissies van deze stoffen zijn verantwoordelijk voor het versterkte broeikaseffect, die een klimaatverandering tot gevolg kan hebben. Van de verzurende emissies (stikstofoxiden, zwaveldioxide en ammoniak) kwam in 2000 eenderde voor rekening van de doelgroep Verkeer en vervoer. Verder is de doelgroep de belangrijkste veroorzaker van de verspreiding van fijn stof en is zij een belangrijke bron van geluid- en geurhinder.

Oorzaken van emissies

  • Kooldioxide (CO2) wordt gevormd bij verbranding van het in de motorbrandstof aanwezige koolstof. Hierdoor is de CO2-emissie evenredig met het brandstofverbruik en kunnen emissiereducties alleen worden bereikt door energiebesparing en in geringe mate door overschakeling op brandstoffen met een lager koolstofgehalte zoals aardgas.
  • Distikstofoxide (N2O) ontstaat vooral tijdens de opwarmfase van driewegkatalysatoren bij een onvolledige omzetting van NOx in stikstof. Bij de nieuwste generatie katalysatoren is dit 'probleem' voor een belangrijk deel opgelost.
  • Stikstofoxiden (NOx) worden in de motor gevormd door verbranding van stikstof uit de lucht. Dit proces vindt in ongeveer dezelfde mate plaats in benzine/LPG- en dieselmotoren.
  • Zwaveldioxide (SO2) ontstaat door verbranding van het in de motorbrandstof aanwezige zwavel.
  • Koolmonoxide en vluchtige organische stoffen (VOS) worden gevormde bij een onvolledige verbranding van motorbrandstoffen. Dit proces vindt vooral plaats bij benzinemotoren, hetgeen het hoge aandeel van personenauto's in deze emissies verklaard. VOS-emissies ontstaan tevens door verdamping van beznzine uit het brandstofsysteem van voertuigen. In 2000 is ruim 30% van de VOS-emissie van het wegverkeer door verdamping ontstaan.
  • Bijna 80% van de emissie van fijn stof door verkeer en vervoer ontstaat bij de verbranding van dieselolie ('dieselrook'); circa 15% is afkomstig uit slijtage van wegdek, banden, remvoeringen en bovenleidingen.

Welke milieudruk wordt toegekend aan de doelgroep Verkeer en vervoer?

Voor niet-broeikasgassen wordt bij de bepaling van de milieudruk door de doelgroep Verkeer en vervoer in het algemeen de omtrek van Nederland als afbakening gehanteerd. Dit betekent dat de zeescheepvaart op de Nederlandse kustwateren niet is meegenomen. In het geval van de luchtvaart worden alleen de emissies tijdens de start en landing (vliegtuigbeweging) beschouwd.De berekening van broeikasemissies door verkeer en vervoer wordt, conform de richtlijnen van de IPCC gebaseerd op de hoeveelheden in Nederland verkochte brandstoffen. De broeikasgasemissies als gevolg van de internationale zeescheepvaart en luchtvaart van en naar Nederland worden niet aan Nederland toegerekend.Emissies als gevolg van het elektriciteitsgebruik door elektrische voertuigen of elektrische treinen worden aan de doelgroep Energievoorziening toegerekend.

Samenstelling doelgroep Verkeer en vervoer

De doelgroep Verkeer en vervoer omvat het personen- (particulier en openbaar) en goederenvervoer via weg, spoor, lucht en water. De doelgroep is niet gekoppeld aan de Standaardbedrijfsindeling (SBI) van het CBS.In de indicatoren in het Milieucompendium maken we veelvuldig een onderscheid tussen de categorie├źn 'wegverkeer', 'overige verkeer' en 'mobiele werktuigen'.

  • Belangrijke categorie├źn binnen het wegverkeer zijn personenauto's, bestelauto's, vrachtwagens en autobussen.
  • Het overige verkeer bestaat uit het railvervoer en de binnenscheepvaart, de zeescheepvaart en de luchtvaart.
  • De zogenaamde mobiele werktuigen als tractoren en vorkheftrucks, worden vooral ingezet in de bouw en de landbouw.
Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.