Ozon in lucht en vegetatie, 1990-2024

De ozonwaarden ter bescherming van de vegetatie liggen in Nederland ruim onder de vijfjaarsgemiddelde richtwaarde die is vastgesteld door de Europese Unie, maar nog niet onder de jaargemiddelde langetermijndoelstelling.

De situatie in 2024

Het vijfjaarsgemiddelde van de AOT40 in 2024 (berekend over de periode 2020–2024) bedroeg, gemiddeld over alle regionale meetstations, 8.401 (µg/m³) × uur; zie de figuur ‘Trend vijfjaarsgemiddelde AOT40’. AOT40 staat voor Accumulated Ozone exposure over a Threshold of 40 ppb (= 80 µg/m³) (zie voor verdere uitleg de paragraaf Europese wetgeving). Het vijfjaarsgemiddelde van de AOT in 2024 ligt onder de EU-richtwaarde van 18.000 (µg/m³) × uur. Gemiddeld over Nederland lag de op de regionale stations gemeten AOT40 in 2024 op een jaargemiddelde waarde van 8.042 (µg/m³) × uur, zoals weergegeven in de figuur ‘Trend jaargemiddelde AOT40’. Dat ligt nog steeds hoger dan de langetermijndoelstelling van 6.000 (µg/m³) × uur. De hoogste AOT40-waarde werd in 2024 berekend voor meetstation Wekerom-Riemterdijk; hier bedroeg de AOT40 11.129 (µg/m³) × uur. Over het algemeen worden de hoogste AOT40-waarden gemeten in het zuidoosten van het land en de laagste in het noordwesten. Dit komt doordat het zuidoosten dichter bij aangrenzende landen ligt, terwijl het in het noordwesten vaker waait.

AOT40 trend

Ten opzichte van de jaren negentig is de AOT40 sterk afgenomen. Dat is goed te zien in de figuur ‘Trend vijfjaarsgemiddelde AOT40’. Sinds 2007 is het vijfjaarsgemiddelde van de AOT40 redelijk stabiel, met een uitschieter naar boven in 2018 en 2019 als gevolg van hoge jaargemiddelde ozonconcentraties in die jaren. Het laagste vijfjaarsgemiddelde werd berekend over de periode 2009–2013, met een gemiddelde AOT40 van 6.847 (µg/m³) × uur. In het jaar 2009 werd het laagste jaargemiddelde voor de AOT40 gemeten: 5.982 (µg/m³) × uur.

Jaarlijkse variatie

Er zijn grote verschillen tussen de jaargemiddelden. De oorzaak van deze grote jaarlijkse variatie in ozonconcentraties is vooral een verschil in weersomstandigheden. Tijdens warme dagen met weinig wind, veelal uit oostelijke of zuidelijke richting, zijn de omstandigheden gunstig voor ozonvorming. In jaren met veel zomerse dagen komen vaker hoge ozonconcentraties voor dan gedurende jaren met minder zomerse dagen. In de figuur ‘Trend jaargemiddelde AOT40’ zijn sinds 2000 twee jaren met hoge AOT40 waarden zichtbaar, namelijk 2006 en 2018. Dit waren beide jaren waarin het begin van de zomer zeer warm en zonnig was. 

Europese wetgeving ter bescherming van landbouwgewassen en vegetatie

Natuurlijke vegetatie en landbouwgewassen ondervinden nadelige gevolgen van blootstelling aan ozon. Blootstelling van vegetatie aan ozon leidt tot bladbeschadiging, wat resulteert in een lagere gewasopbrengst (Wang et al., 2004; Holland et al., 2007; van Dingenen et al., 2009). Het effect van ozon op landbouwgewassen veroorzaakte in de Europese Unie (EU) in 2020 een economische schade van 11 miljard euro.

Vanwege deze economische schade is er voor de bescherming van vegetatie een richtwaarde voor ozon (O₃) in de lucht vastgesteld. Een richtwaarde is niet bindend zoals een grenswaarde, maar fungeert als een referentiepunt of doelstelling voor lidstaten. De richtwaarde is uitgedrukt als de zogeheten AOT40, wat staat voor Accumulated Ozone exposure over a Threshold of 40 ppb (= 80 µg/m³). De AOT40 houdt rekening met zowel de mate van overschrijding van de drempelwaarde van 40 ppb (parts per billion) ozon als met de duur (in uren) van de overschrijding.

De berekening van de AOT40 vindt plaats op basis van ozonconcentraties in de maanden mei, juni en juli, in het tijdvak van 8:00 tot 20:00 uur Midden-Europese Tijd. De EU heeft deze maanden gekozen omdat landbouwgewassen dan het hardst groeien. Er wordt gekeken naar de gemiddelde AOT40 op regionale meetstations. De Europese richtwaarde bedraagt 18.000 (µg/m³) × uur, gemiddeld over vijf jaar. Dit gemiddelde wordt berekend over het betreffende jaar en de vier daaraan voorafgaande jaren. De EU heeft daarnaast een langetermijndoelstelling vastgesteld van 6.000 (µg/m³) × uur op basis van jaargemiddelde. Volgens de Europese wetgeving moet deze langetermijndoelstelling uiterlijk in 2050 worden gehaald (EU, 2024).

Ozon en de ozonlaag

Het RIVM meet de ozonconcentraties aan de grond op leefniveau. Deze ozonconcentratie heeft geen invloed op de ozonlaag. De ozonlaag is een laag in de lucht op een hoogte tussen 15 km en 50 km boven zeeniveau met een verhoogde ozonconcentratie. Omdat de onderste luchtlaag en hogere luchtlagen weinig mengen, heeft de vorming van ozon aan de grond nauwelijks effect op de ozonlaag hoog in de atmosfeer.

Bronnen

  • EU (2024) Richtlijn 2024/2881 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa herschikking). Publicatieblad van de Europese Unie L2881/1
  • Wang X, Mauzerall DL. Characterizing distributions of surface ozone and its impact on grain production in China, Japan and South Korea: 1990 and 2020. Atm Env. 2004; 38:4383-4402.
  • Van Dingenen R, Dentener FJ, Raes F, Krol MC, Emberson, L, Cofala J. The global impact of ozone on agricultural crop yields under current and future air quality legislation. Atm Env. 2009; 43:604-618.
  • Holland M, Kinghorn S, Emberson L, Cinderby S, Ashmore M, Mills G, Harmens H. Development of a framework for probabilistic assessment of the economic losses caused by ozone damage to crops in Europe. Defra Contract No EPG 1/3205:2006.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ozonconcentraties op leefniveau

Omschrijving

AOT40 voor regionale stations in Nederland met als doel het berekenen van de blootstelling van vegetatie aan ozon tijdens het groeiseizoen

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

Het jaargemiddelde en vijfjaarsgemiddelde zijn gebaseerd op metingen op de regionale stations uit luchtmeetnet.nl.

Het vijfjaarsgemiddelde wordt berekend door het gemiddelde te nemen van het huidige jaar en de vier jaar ervoor.

Basistabel

Gegevens Luchtkwaliteit (GELUK) van het Centrum Milieukwaliteit (MIL) van het RIVM. Met daarin gegevens van het LML, de GGD Amsterdam en de DCMR.

Geografische verdeling

Meetlocaties in achtergrondgebieden

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Opmerking

Om te beoordelen of er sprake is van normoverschrijding wordt een vijfjaarsgemiddelde berekend, waardoor de invloed van de wisselende weersomstandigheden per jaar sterk verminderd. Een vijfjaarsgemiddelde geeft een beter beeld van structurele veranderingen in AOT40-waarden, bijvoorbeeld ten gevolge van het Europese emissiereductiebeleid. Voor het beoordelen van de blootstelling en de mogelijke schade aan natuurlijke vegetatie en landbouwgewassen is daarentegen de actuele AOT40-waarde van belang

Betrouwbaarheidscodering

C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd)

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
16
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
15
versie‎
14
versie‎
13
versie‎
12
versie‎
11
versie‎
10
versie‎
09
versie‎
08
versie‎
06
versie‎
05

Referentie van deze webpagina

CLO (2025). Ozon in lucht en vegetatie, 1990-2024 (indicator 0240, versie 16, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.