Compendium voor de Leefomgeving
522 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Bodem en grondwater

Aantal (spoed)locaties bodemverontreiniging, inventarisatie oktober 2014

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Nederland heeft nog steeds een erfenis van ongeveer 250.000 locaties met mogelijk ernstige bodemverontreiniging. Bij een recent afgeronde inventarisatie bleek dat bij 1518 van deze locaties de risico's ernstig zijn en dat aanpak met spoed noodzakelijk is. Het gaat daarbij om risico's voor de mens, om verspreidingsrisico van verontreinigingen in het grondwater en om ecologische risico's.

Het totale aantal spoedlocaties in Nederland bedraagt 1518

In het convenant 'Bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties' (juli 2009) is afgesproken dat gemeenten, provincies en waterschappen verantwoordelijk zijn voor de aanpak van verontreinigde bodems en grondwaterverontreinigingen in samenhang met de ruimtelijke ontwikkeling van de ondergrond. Door de ruimtedruk, de toename van ondergronds bouwen, warmte/koude-opslag (WKO) in de bodem en het blijvend belang van het grondwater voor drinkwater wordt de aanpak van bodemverontreiniging steeds meer geïntegreerd met andere processen.

Spoedlocaties bodemverontreiniging zijn locaties die bij huidig gebruik onaanvaardbare risico's kunnen vormen voor de mens (humane spoedlocaties), locaties waarbij verontreinigingen zich verspreiden via het grondwater (spoedlocaties verspreiding) en locaties waarbij het ecosysteem wordt bedreigd (spoedlocaties ecologie).

In het kader van het convenant is de monitoring van spoedlocaties in 2011 gestart met het aanwijzen van met voorrang te onderzoeken locaties van de Werkvoorraad (zie verderop in dit overzicht), waarbij de prioritering is gebaseerd op eerder opgedane ervaringen met risico's uit historische bedrijfsvoering. Op deze locaties is onderzoek uitgevoerd naar de noodzaak van spoed. De spoedlocaties bodemverontreiniging, en de voortgang van de aanpak daarvan, zijn inmiddels vijfmaal gemonitord (juli 2011, juli 2012, januari 2013, juli 2013 en oktober 2014). Vanaf juli 2011 richtte de monitoring zich in de eerste plaats op humane risico's (al dan niet met eveneens aanwezig verspreidingsrisico en/of ecologisch risico). Maar vanaf juli 2013 zijn ook de locaties geïnventariseerd waarbij geen sprake is van humane risico's, maar uitsluitend van risico's voor verspreiding en ecologie.

De bovenstaande kaarten laten het aantal spoedlocaties zien voor elke gemeente (situatie oktober 2014). In de totaalkaart staan alle spoedlocaties humaan, verspreiding en/of ecologie samen, totaal 1518 locaties. De overige drie kaarten laten per gemeente het aantal locaties zien met ten minste humaan risico (281 locaties), verspreidingsrisico (1250 locaties) en ecologisch risico (189 locaties). De som is meer dan 1518, want bij veel locaties is sprake van combinaties van risico's (zie onderstaande taartdiagram).

Bij 118 locaties (8%) is sprake van alleen humaan risico, bij 1091 locaties (72%) is er alleen verspreidingsrisico en bij 120 locaties (8%) is sprake van alleen ecologisch risico. Daarnaast zijn er 163 locaties (11%) met humaan risico in combinatie met risico's verspreiding en/of ecologie en 26 locaties (1%) met verspreidingsrisico in combinatie met ecologisch risico.

Er zijn 281 humane spoedlocaties in Nederland

Een van de doelen van het convenant was het vaststellen van de definitieve lijst met humane spoedlocaties bij de Midterm Review van juli 2011 (MTR 2011) en het jaarlijks monitoren van de voortgang van de aanpak. Van deze locaties moet uiterlijk eind 2015 de sanering zijn afgerond, of in ieder geval het humane risico zijn beheerst. Bij de opeenvolgende monitoringsrondes bleek echter dat er niet alleen locaties worden afgehandeld, maar ook dat er 'nieuwe' humane spoedlocaties bijkomen in het kader van dynamiek (bouwplannen of functiewijziging) of samenloop (bij de inventarisatie van spoedlocaties verspreiding en ecologie). Dit is een doorlopend proces. Bij de monitoring van de humane spoedlocaties wordt onderscheid gemaakt tussen de lijst van juli 2011 met 404 locaties die in november 2011 naar de Tweede Kamer is gestuurd, en de lijst met 176 'nieuwe' humane spoedlocaties die na 2011 zijn vastgesteld (totaal 580 humane spoedlocaties, zie schema). Er kan niet verwacht worden dat alle tot eind 2015 gevonden nieuwe humane spoedlocaties ook voor eind 2015 (einde convenantsperiode) zullen zijn aangepakt. Het streven is wel dit te realiseren voor alle humane spoedlocaties die per juli 2013 bekend waren.

Bij 223 locaties van de MTR 2011 (55%) en bij 76 van de 'nieuwe' locaties (43%) zijn de humane risico's weggenomen (gesaneerd dan wel beheerst). Van deze in totaal 299 locaties zijn er 257 (86%) volledig afgehandeld, maar bij 42 locaties (14%) loopt de aanpak nog door wegens verspreidingsrisico en ecologisch risico. Deze laatste locaties zijn meegeteld in het overzicht van de spoedlocaties verspreiding en ecologie (zie volgende paragraaf).
Er zijn nog 281 humane spoedlocaties in behandeling. Daarbij gaat het om 181 locaties van de MTR 2011 (45%) en om 100 van de 'nieuwe' locaties (57%).

Er zijn 1237 spoedlocaties verspreiding en ecologie in Nederland

Bij de inventarisatie van juli 2013 zijn 1315 spoedlocaties met alleen risico's voor verspreiding en ecologie (zonder humane risico's) vastgesteld en in 2014 zijn daar 156 locaties bijgekomen. In totaal zijn dat 1471 locaties, inclusief de 42 spoedlocaties waarbij na het wegnemen van de humane risico's nog verspreidingsrisico's en ecologische risico's resteerden (zie vorige paragraaf).

Bij de monitoring van oktober 2014 bleken van 234 (16%) locaties de verspreidingsrisico's en ecologisch risico te zijn weggenomen. Dat betekent dat er nog 1237 (84%) spoedlocaties verspreiding en ecologie resteren.

Van de spoedlocaties verspreiding en ecologie moet het volledige overzicht uiterlijk eind 2015 gereed zijn en moeten de locaties zo veel mogelijk zijn aangepakt. Per locatie moet tenminste zijn aangegeven welke maatregelen zijn genomen dan wel voorzien om de risico's weg te nemen. De complete uitvoering duurt bij risico's voor verspreiding en ecologie meestal veel langer dan bij humane risico's, en een aantal van deze locaties zal naar verwachting nog op technische, financiële of juridische problemen stuiten.

De termijn voor de aanpak van de na eind 2015 nog resterende spoedlocaties wordt in het volgende convenant afgesproken.

Belangrijke kenmerken van de spoedlocaties

Meest voorkomende verontreinigende activiteiten:
Activiteiten die het meest hebben bijgedragen aan het ontstaan van bodemverontreiniging bij alle soorten spoedlocaties zijn de chemische wasserijen/stomerijen (bij 20% van alle spoedlocaties), de productie, opslag en verwerking van chemicaliën (12%), benzineservicestations (11%), metaalbewerking en -constructie (11%), baggerspecie en stortplaatsen (8%) en het opslaan en verpompen van brandstoffen (7%). Daarnaast is er een groep 'overig' (31%) met een grote variatie aan activiteiten zoals machine- en apparatenbouw en gasfabrieken.

Meest voorkomende verontreinigingen
De meest voorkomende verontreinigingen bij alle soorten spoedlocaties zijn vluchtige organochloorverbindingen (VOCl). Dat geldt voor 47% van het aantal spoedlocaties. Andere belangrijke verontreinigingen zijn vluchtige aromaten (15%), zware metalen (13%) en minerale olie (11%). In veel gevallen (5%) is er ook sprake van mengsels van stoffen. Bij de overige locaties (9%) worden diverse andere verontreinigingen aangetroffen, zoals PAK (teerproducten), cyaniden, asbest en bestrijdingsmiddelen.

Soorten risico's
Risico's van bodemverontreiniging, en daarmee de criteria voor humane spoed, hangen af van de mate van blootstelling aan de verontreinigingen. De belangrijkste blootstellingsroute voor humane risico's is inhalatie van vluchtige verbindingen die door uitdamping vanuit de bodem in de binnenlucht van woningen en gebouwen terecht komen. Dat geldt voor 48% van het aantal humane spoedlocaties. Andere belangrijke blootstellingsroutes zijn ingestie van grond door spelende kinderen (17%), gewasconsumptie (5%), inhalatie van asbestvezels vanuit de grond (5%) en drinkwater via permeatie van waterleidingen (2%). Criteria voor spoed kunnen ook zijn: hinder en irritatie (stankoverlast, huidcontact), samen 4% van het aantal locaties.

Bij spoed verspreiding en ecologie gelden andere risicocriteria dan bij humaan. Het criterium voor spoed dat het meeste voorkomt bij de 1091 locaties met alleen verspreidingsrisico's is een omvang van de verontreiniging van meer dan 6000 m3. Dit geldt voor 39% van het aantal verspreidingslocaties. Andere criteria voor spoed bij verspreiding zijn de toename van de verontreiniging met meer dan 1000 m3 per jaar (24%), de aanwezigheid van een drijf- en/of zaklaag (samen 13%) en de mogelijke bedreiging van kwetsbare objecten (zie volgende paragraaf).

Het belangrijkste criterium bij de ecologische spoedlocaties is een Toxische Druk van 50% of meer. Een Toxische Druk van 50% wil zeggen dat bij de helft van een beschouwde groep organismen substantiële effecten kunnen optreden door de aanwezige stoffen. Bij 55% van de spoedlocaties met alleen ecologische risico's wordt de spoed hierdoor bepaald. Vaak zijn er meerdere stressfactoren voor de ecologie. Daarom wordt bij alleen ecologische risico's de mogelijkheid voor een maatschappelijke afweging van de aanpak opengelaten (zie ook Kosten aanpak spoedlocaties)

Bij de 26 locaties met gecombineerd risico verspreiding/ecologie zijn de belangrijkste criteria de bedreiging van kwetsbare objecten en een toxische druk van 50% of hoger.

Kwetsbare objecten

Op dit moment wordt ook vanuit een ander perspectief onderzoek gedaan naar de gevolgen van bodemverontreiniging. Hierbij wordt gekeken naar kwetsbare objecten, zoals waterwingebieden, grondwaterlichamen, oppervlaktewater en beschermde natuurgebieden, en hun ligging ten opzichte van verontreinigde locaties. Het resultaat van dit onderzoek krijgt de vorm van een signaleringslijst van locaties met bodemverontreiniging, die (in de nabije toekomst) een kwetsbaar object zouden kunnen beïnvloeden.
Het onderzoek naar de beïnvloeding van grondwaterlichamen is van belang voor de Kaderrichtlijn Water (KRW).

Kosten aanpak spoedlocaties

Volgens de huidige schattingen kost de sanering van alle 1518 spoedlocaties (humaan, verspreiding en ecologie samen) vanaf de monitoring van oktober 2014 nog ongeveer 1,52 miljard euro, met behoud van dezelfde functies van de locaties (functioneel saneren). Hiervan komt ongeveer 45% ten laste van de overheid en 55% ten laste van derden (sanering in eigen beheer). In veel gevallen wordt nog gezocht naar (goedkopere) alternatieven, vaak in de vorm van beheerplannen of in de vorm van een gefaseerde aanpak met afspraken over vaste jaarlijkse bijdragen van de verontreinigers.

Voor 58 van de 1518 locaties (4%), zijn de geschatte kosten per locatie hoger dan 5 miljoen euro. Deze dure locaties zijn verantwoordelijk voor circa de helft van de totale kosten.
Vaak is de financiering voor de locatie al voorzien via toegezegde gelden voor het lopende programma van de provincies en gemeenten en uit diverse andere regelingen zoals convenanten, bedrijvenregeling of de knelpuntenpot. Dit geldt voor circa de helft van de spoedlocaties, ook bij de dure spoedlocaties met kosten groter dan 5 miljoen euro. Vooral de dure spoedlocaties waarbij niet is voorzien in financiële dekking kunnen een probleem gaan vormen. Gezien de beschikbare budgetten zal voor deze locaties een lang durende gefaseerde aanpak met beheersplan vaak de enig mogelijke optie zijn.
Bij locaties met uitsluitend ecologische risico's spelen ook 'maatschappelijke afwegingen' over de waardering van het gebied en de gevolgen van de aanpak een rol. Als gevolg hiervan zullen veel locaties waarschijnlijk niet afzonderlijk worden aangepakt, maar zullen deze worden opgenomen in een regionaal ecologisch beheerplan.

De Werkvoorraad bodemverontreiniging bedraagt nog ongeveer 250.000 locaties

In het Nationaal Milieubeleidsplan van 1998 (NMP-3) is vastgelegd dat er een Landsdekkend beeld bodemverontreiniging (LDB) moest worden opgesteld, met als doel het in kaart brengen van de volledige omvang van de bodemverontreiniging in Nederland.
De inventarisatie in het kader van het LDB heeft in 2004 geleid tot een 'Werkvoorraad bodemverontreiniging' van 425.000 (potentieel) ernstig verontreinigde locaties (nulmeting).
De Werkvoorraad omvat alle locaties waar nog onderzoek en eventueel aanpak (saneren, beheersen) moet plaatsvinden. Ook de spoedlocaties maken deel van uit van de Werkvoorraad.
Bij de monitoring van juli 2012 bedroeg de resterende Werkvoorraad nog ongeveer 250.000 locaties (59% van de nulmeting). Dit aantal is onder te verdelen in:

  • 70% verdachte locaties (nog verder te onderzoeken);
  • 27% lopend onderzoek;
  • 3% lopende saneringen, of actieve nazorg.


Bij de inventarisaties verspreiding en ecologie in de laatste jaren zijn wel verdachte locaties zonder ernstige verontreiniging afgevoerd op basis van onderzoek, maar deze aantallen zijn niet landelijk bekend. Een locatie blijft in de werkvoorraad bij aanpak met een beheersvariant, dat wil zeggen met wegnemen van risico's door blokkeren van blootstellingsroutes maar met blijvende aanwezigheid van de verontreiniging.

Aanpak niet-spoedlocaties

De locaties in de Werkvoorraad waarbij geen sprake is van onaanvaardbaar risico (de niet-spoedlocaties) hoeven vooralsnog niet aangepakt te worden. De situatie op deze locaties varieert van een lichte verontreiniging die een heel laag risiconiveau oplevert tot twijfelgevallen en nog niet goed onderzochte gevallen die niet binnen de prioritering vielen. De niet-spoedlocaties uit de werkvoorraad kunnen wel een belemmering vormen bij gebiedsinrichting, zoals bij de aanleg van nieuwe woonwijken, bij ondergronds bouwen, bij drinkwaterbronnen of bij installaties voor warmte/koude-opslag in de bodem. In deze gevallen zal de bodemverontreiniging zonodig aangepakt moeten worden als onderdeel van het inrichtingsplan van de locatie.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aantal locaties bodemverontreiniging, inventarisatie 2014

Omschrijving

Aantal ernstig verontreinigde locaties met risico's voor de mens, voor verspreiding in de ondergrond en/of met risico's voor ecosystemen.

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Bilthoven. Auteurs: Jaap Bogte en Kees Versluijs

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Rapportage Midterm Review 2011 in het kader van het Convenant bodemontwikkelingsbeleid.
Rapportage Midterm review 2013.
VROM/RIVM (2010). Jaarverslag bodemsanering over 2009 - Een rapportage van de bevoegde overheden bodemsanering, Ministerie van VROM/RIVM, Den Haag/Bilthoven.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2015). Aantal (spoed)locaties bodemverontreiniging, inventarisatie oktober 2014 (indicator 0258, versie 16 , 9 januari 2015 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.