Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Lokale leefomgeving

Straling: inleiding

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Ioniserende straling en stoffen die deze uitzenden, zijn van nature in het milieu aanwezig. Ze kunnen ook door de mens worden gemaakt, geconcentreerd of juist verspreid. Bij verhoogde blootstelling aan straling neemt de kans op gezondheidsschade toe, zoals het ontstaan van kanker.

De wijze van blootstelling (hoe dichtbij, hoe lang, hoe vaak) en de karakteristieken van de bron (hoeveelheid en soort straling die wordt uitgezonden) bepalen uiteindelijk het risico. De verschillende begrippen rondom straling worden toegelicht in de begrippenlijst onder aan deze inleiding.

Beleid

Het milieubeleid met betrekking tot straling richt zich op:

  • kunstmatige bronnen, zoals kerncentrales of radioactieve stoffen in gebruiksartikelen;
  • natuurlijke bronnen, die door menselijk handelen kunnen worden be├»nvloed, zoals radioactiviteit in de ertsverwerkende industrie en radon in het binnenmilieu.

De wet kent zowel limieten voor het toepassen of lozen van een radioactieve stof als voor de stralingsbelasting. Zo is de maximaal toegestane belasting voor een lid van de bevolking 0,1 mSv per stralingsbron en 1mSv voor alle bronnen tezamen. Deze limieten zijn niet van toepassing op natuurlijke of medische blootstelling. Voor de blootstelling aan radon is er in Nederland een apart beleid in ontwikkeling, dat is gericht op handhaving van het niveau van stralingsbelasting door Radonconcentraties in woningen, 1950-2010, de zogenaamde stralingsprestatienorm (SPN).

Begrippen

Ioniserende straling Atoomkernen van radioactieve stoffen zijn instabiel. Daarom vervallen deze stoffen. De straling die deze radionucliden tijdens dit vervalproces uitzenden noemen we ioniserende straling. Ioniserende straling is een verzamelnaam voor alpha-, beta-, en gamma-straling.
Radioactiviteit De hoeveelheid radioactiviteit wordt uitgedrukt in becquerel (Bq). Daarbij komt 1 becquerel overeen met 1 vervallende atoomkern per seconde. De radioactiviteit van een stof hangt af van de hoeveelheid aanwezige radionucliden en de halveringstijd van die radionucliden. De halveringstijd is de tijd die het kost totdat de helft van de oorspronkelijk aanwezige atoomkernen is vervallen.
Stralingsdosis en
-belasting
De stralingsdosis (in sievert (Sv)) is een maat voor de dosis die door organen geabsorbeerd wordt en is daarbij een maat voor de kans op biologische effecten door blootstelling aan ioniserende straling. De dosis over alle organen kan, door het gebruik van weegfactoren voor de organen, een representatief beeld geven van de totale stralingsbelasting (ook wel: effectieve dosis) voor een individu. Deze dosis (ook uitgedrukt in Sv) wordt in dit document gebruikt. Om praktische redenen gebruikt men vaak millisievert (mSv) of microsievert ((Sv).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). Straling: inleiding (indicator 0309, versie 03 , 26 augustus 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.