Bodem en grondwater

Bodemsanering: financiering en marktwerking

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Binnen bodemsanering zijn zowel overheden als marktpartijen betrokken. De afgelopen jaren is de bijdrage van bedrijven verminderd. In 2030 wil de Rijksoverheid stoppen met de financiering van saneringen. Hoe worden de marktpartijen gestimuleerd om meer verantwoordelijkheid te nemen?

Budgetten voor bodemsanering

Het ministerie van VROM stelt drie verschillende geldstromen ter beschikking voor bodemonderzoek en sanering.

  • Wbb-budget (volgens de Wet bodembescherming), voor saneringen in landelijk gebied, voormalige bedrijfsterreinen, gasfabrieken en waterbodems. Dit is een budget op grond van de Regeling financiële bepalingen. Het geld is bedoeld voor initiatieven van provincies en gemeenten.
  • Interim bedrijvenregelingbudget, subsidie aan bedrijven voor initiatieven van bedrijven bij de aanpak van ernstig verontreinigde en urgent te saneren bedrijfsterreinen.
  • ISV-bodembudget voor bodemsanering in het stedelijke gebied (bebouwde kom en uitleggebieden) voor initiatieven van de gemeenten.
  • Saneringen door marktpartijen (bedrijven, particulieren, maar ook overheden als eigenaar van locaties ) die volledig door deze partijen zijn betaald, worden Saneringen in Eigen Beheer (SEB) genoemd. Hierbij horen ook convenantsaneringen. Financiering door de overheid zal waarschijnlijk worden stopgezet in 2030, daarna moeten marktpartijen saneringen overnemen.

ISV-bodembudget

Het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV), in werking sinds 1 januari 2000, is bedoeld om diverse voorzieningen in de steden te verbeteren. Hieronder vallen ook duurzame milieumaatregelen, waaronder bodemsanering. Bodemsanering wordt daarbij niet als een individueel project aangepakt, maar als ondersteuning van de ruimtelijke ontwikkeling van een gebied, bijvoorbeeld bij woningbouw. Het tijdstip van de sanering is daarmee afhankelijk van de planning in het gehele project. Vaak wordt pas met de sanering gestart als de financiering van het gehele ontwikkelingsproject rond is.
ISV-budget kan door de gemeenten eenmalig worden aangevraagd voor een periode van vijf jaar. De ISV kent tot nu toe twee periodes: ISV-1 (2000-2004) en ISV-2 (2005-2009). Het aantal saneringen met ISV-bijdrage is de laatste jaren sterk gestegen. In 2004 werden maar liefst 67% van alle saneringen door de overheid gefinancierd via deze regeling.

Voor wie is het ISV-budget bestemd

In principe kunnen alle gemeenten aanspraak maken op een ISV-bijdrage, als zij een gemotiveerde aanvraag daartoe doen in de vorm van een programma of projectplan. In de praktijk is de volgende onderverdeling ontstaan:

  • Rechtstreekse gemeenten, de 30 GSB-gemeenten die het geld rechtstreeks van het Rijk ontvangen in het kader van Grote Steden Beleid (zie de tabel onder):
  • Niet-rechtstreekse gemeenten, onderverdeeld in programma- en projectgemeenten, wat kleinere gemeenten die een programma van aanpak voor een gebied of een projectplan voor een locatie hebben ingediend en zelf de uitvoering regelen, waarbij de provincie geld toewijst op basis van hun plannen. Deze gemeenten leggen verantwoording over de uitgevoerde saneringen aan de provincies.
  • Notitiegemeenten; de overige gemeenten, waar de provincie direct bevoegd gezag is voor aanpak en verantwoording.

30 GSB-gemeenten      
       
Alkmaar Den Haag Heerlen Rotterdam
Almelo Deventer Helmond Schiedam
Amersfoort Dordrecht Hengelo Sittard
Amsterdam Eindhoven Leeuwarden Tilburg
Arnhem Emmen Leiden Utrecht
Breda Enschede Maastricht Venlo
Den Bosch Groningen Nijmegen Zaanstad
  Haarlem   Zwolle


Hoe wordt het bodembudget verdeeld?

Het ministerie van VROM stelt voor de periode 2005-2009 in totaal een bedrag ter beschikking van ongeveer 1 miljard Euro voor de aanpak van bodemverontreiniging. Het Wbb-geld wordt verdeeld via een vaste verdeelsleutel naar de provincies en 30 rechtstreekse gemeenten. Gemeenten met een grote werkvorraad genieten prioriteit bij geldverstrekking. De hoogste prioriteit hebben locaties met milieuhygiënische- of maatschappelijke urgentie bij huidig gebruik of bij op korte termijn uit te voeren plannen..
Daarnaast is van dit bedrag 102 miljoen euro bestemd voor projecten waarvan de kosten zo hoog zijn dat individuele gemeenten en provincies die niet uit het reguliere budget kunnen betalen. 40 miljoen euro van het knelpuntenbudget gaat naar de provincies Overijssel en Gelderland voor asbest en asbestwegen en 28 miljoen euro naar Noord-Brabant voor De Kempen. De rest gaat grotendeels naar twaalf andere grote projecten, zoals bijv. de Westergasfabriek in Amsterdam, het Joh. Enschede terrein in Haarlem en de Otheense Kreek in Zeeland (persbericht VROM 2005). Het totale aantal claims van gemeenten en provincies was vier keer groter dan het beschikbare budget. Niet alle aanvragen konden daarom worden gehonoreerd. Aanvragen die nu niet zijn gehonoreerd, komen vanaf 2009 weer in aanmerking voor een speciale bijdrage van het rijk.

Multiplier bodemsanering

De multiplier bodemsanering is een indicator waaruit blijkt in welke mate de markt bij de financiering betrokken is. Door de overheid is een doelstelling geformuleerd ten aanzien van de gewenste marktparticipatie, waarbij driekwart van het benodigde geld door de markt moet worden betaald (een multiplier van 4). Tot nu toe is dit niet bereikt. Gedurende de afgelopen periode 2000-2004 bedroeg de landelijke multiplier gemiddeld ongeveer 2. Gemeenten die meer recent hun afspraken over bodemsaneringsprojecten hebben gemaakt en geen lopende afspraken hadden die lang tevoren waren vastgelegd konden echter wel een multiplier van 4 halen. Dit heeft te maken met de lange duur van saneringsprojecten. De verbetering lijkt te komen van de verschuiving naar een geïntegreerde aanpak, gecombineerd met ruimtelijke ontwikkelingen. De mogelijke verklarende factoren voor het niet halen van een landelijke multiplier van 4 zijn de kosten van het Landsdekkend beeld, saneringen van oude gasfabrieken (volgens afspraak uit Wbb-budget), waterbodems en ook de oplopende kosten voor de nazorg voor ruim de helft saneringsprogramma's.

Hoe verder?

Om de bijdrage van de marktpartijen te vergroten, worden er diverse financiële en juridische instrumenten ontwikkeld. Welke instrumenten duidelijk stimulerend zullen werken is moeilijk te voorzien. Het wordt verwacht dat de Bedrijvenregeling in combinatie met saneringsplicht, pas na een vereenvoudiging van procedures duidelijk effect zal hebben. Voor de routinematige aanpak van kleinschalige verontreinigings-situaties wordt met het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) een eenvoudige korte administratieve procedure ingevoerd. BUS geldt ook voor het uitplaatsen en terugbrengen van licht verontreinigde grond bij kleine civieltechnische werken.

Referenties

  • VROM/RIVM (2005) Jaarverslag bodemsanering over 2004. Een rapportage van de bevoegde overheden bodemsanering. Ministerie van VROM/RIVM, den Haag/Bilthoven. (hier een PDF-link)
  • Onderzoek Multiplier Bodemsanering (2005). MMG-Advies, den HaagVROM (2005), Besluit Uniforme Saneringen.(hier een PDF-link)

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Bodemsanering: financiering en marktwerking (indicator 0446, versie 01 , 5 augustus 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.