Bijensterfte in Nederland, 2006 - 2025
De wintersterfte onder honingbijen ligt voor het derde jaar op rij boven de 20 procent. Daarmee is de wintersterfte fors hoger dan de normale wintersterfte van 10 procent. Naast zorgen over de sterfte onder honingbijen is er zorg over de afname van populaties van zogenoemde wilde bestuivers.
Verschillende oorzaken
De hoge bijensterfte wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren die elkaar kunnen versterken (Blacquière 2009; Blacquière et al. 2012; Hendrikx et al. 2009; Goulson et al. 2015). Besmetting met de mijt Varroa destructor en daarmee geassocieerde bijenvirussen wordt door bijenhouders als belangrijkste factor benoemd (Smith et al. 2014; WUR 2025). Het bestrijden van Varroa destructor is daarom van groot belang om het volk in goede gezondheid de winter te laten overleven. De afgelopen drie jaar had ruim 80 procent van de bijenhouders te maken met Varroa destructor. Andere factoren die de hoge bijensterfte kunnen verklaren zijn gewasbeschermingsmiddelen (Potts et al. 2010ab; Van der Sluijs et al. 2013), voedselgebrek door minder bloeiende planten, een eenzijdig dieet door monoculturen in de landbouw (Levy 2011), de geringe genetische diversiteit van de honingbij en klimaatverandering (Blacquière 2009; Blacquière et al. 2012; Goulson et al. 2015).
Rol van de Aziatische hoornaar is nog onduidelijk
Of de verspreiding van de Aziatische hoornaar invloed heeft op de wintersterfte in Nederland is nog onduidelijk (WUR 2025). Deze invasieve wesp jaagt op insecten om haar larven te voeden. De verspreiding versnelt: vorig jaar meldde 13,2 procent van de bijenhouders een waarneming van de exoot, in 2024 was dat percentage gestegen naar 27,7 procent. Hoewel het moeilijk is om het effect van deze soort op de wintersterfte in te schatten, wordt verwacht dat de impact op termijn zal toenemen.
Populatie van wilde bestuivers nemen sterk af
Naast de sterfte onder honingbijen is er zorg over de afname van populaties van zogenoemde wilde bestuivers. De populaties hiervan zijn volgens een Duits onderzoek in de periode 1989-2014 namelijk met ruim tachtig procent afgenomen (Vogel 2017). Oorzaken zijn net als bij de sterfte onder honingbijen de achteruitgang van bloeiende planten, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, schaalvergroting en intensivering in de landbouw en de introductie van exoten zoals de mijt Varroa destructor. De achteruitgang van de wilde bijen en hommels blijkt ook uit het grote aandeel bijensoorten dat bedreigd is. Van de 331 in Nederland aangetroffen soorten staan er 181 (circa 55 procent) op de Rode Lijst. In 2003 was dat nog 49 procent (Reemer 2018).
85 Procent van de Europese landbouwgewassen is afhankelijk van bestuiving door insecten
Veel landbouwgewassen en wilde planten profiteren van bestuiving door bloembezoekende insecten. In de EU wordt ongeveer 85 procent van de gewassen door insecten bestoven (EC 2018). Hoewel het aandeel in het totale productievolume lager ligt (ongeveer 30 procent), zijn gewassen die door insecten worden bestoven (met name groenten en fruit) essentieel voor een gezond dieet (EC 2018; Smith et al. 2015). Van alle insecten wordt de gehouden honingbij beschouwd als de belangrijkste bestuiver voor landbouwgewassen (Blacquière 2009; Breeze et al. 2011). Maar ook wilde bijensoorten dragen bij aan de bestuiving van landbouwgewassen. De acht belangrijkste akkerbouwgewassen worden door verscheidene wilde bijensoorten bezocht. Het grootste aantal bijensoorten (60) is gevonden op koolzaad. De verwachting is dat ook veel van bestuiving afhankelijke wilde plantensoorten achteruit zullen gaan bij afname van wilde bestuivers.
Bronnen
- Blacquière, T. (2009). Visie bijenhouderij en insectenbestuiving. Analyse van bedreigingen en knelpunten. Plant Research International, Wageningen.
- Blacquière, T., G. Smagghe, C.A.M. Gestel and V. Mommaerts (2012). Neonicotinoids in bees: a review on concentrations, side-effects and risk assessment. Ecotoxicology (21):973-992.
- Breeze, T.D., A.P. Bailey, K.G. Balcombe and S.G. and Potts (2011). Pollination services in the UK: How important are honeybees? Agriculture, Ecosystems and Environment (142):137-143.
- EC (Europese Commissie) (2018). Commission staff working document accompanying the document communication from the commission to the European parliament, the council, the European economic and social committee and the committee of the regions. EU pollinators initiative. COM(2018) 395 final.
- Goulson D., W. Nicholls, C. Botias and E.L. Rotheray E.L. (2015). Bee declines driven by combined stress from parasites, pesticides, and lack of flowers. Science (347):255957.
- Hendrikx P. et al. (2009). Bee mortality and bee surveillance in Europe. Scientific report submitted to EFSA. Report EFSA-Q-2009-00801.
- Levy, S. (2011). What's best for bees? Nature (479):164-165.
- Potts, S.G., S.P.M. Roberts, R. Dean, G. Marris, M.A. Brown, R. Jones, P. Neumann and J. Settele (2010a). Declines of managed honey bees and beekeepers in Europe. Journal of Apicultural Research (49):15-22.
- Potts, S.G., J.C. Biesmeijer, C. Kremen, P. Neumann, O. Schweiger and W.E. Kunin (2010b). Global pollinator declines: trends, impacts and drivers. Trends in Ecology and Evolution (25):345-353.
- Reemer, M. (2018). Basisrapport voor de Rode Lijst Bijen. Leiden: EIS Kenniscentrum Insecten.
- Sluijs, J.P. van der, N. Simon-Delso, D. Goulson, L. Maxim, J-M Bonmatin & L.P. Belzunces (2013). Neonicotinoids, bee disorders and the sustainability of pollinator services. Current Opinion in Environmental Sustainability (5):293-305.
- Smith, K.M., E.H. Loh, M.K. Rostal, C.M. Zambrana-Torrelio, L. Mendiolo & P. Daszak (2014). Pathogens, Pests and Economics: Drivers of Honey Bee Colony Declines and Losses. Ecohealth (13):870-872.
- Smith, M.R., G.M. Singh, D. Mozaffarian & S.S. Myers (2015). Effects of decreases of animal pollinators on human nutrition and global health: a modelling analysis. The Lancet (386): 1964-1972.
- Vogel, G. (2017). Where have all the insects gone? Science (356):576-579.
- WUR (2025). Wintersterfte onder bijenvolken voor derde jaar op rij boven de 20%.
Relevante informatie
- Bijen@WUR. Overzicht van bijenonderzoek bij Wageningen Universiteit & Research.
- Nederlandse Bijenhoudersvereniging
- Universiteit Utrecht. Bijensterfte, oorzaken en gevolgen
- Europese voedselautoriteit (EFSA) heeft een pagina over Bee health
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Bijensterfte in Nederland
- Omschrijving
Deze indicator beschrijft de wintersterfte van honingbijen. Bij wintersterfte gaat het om complete bijenvolken. Deze vorm van bijensterfte vindt plaats in de periode tussen september en april. Winterbijen spelen een belangrijke rol bij het voortbestaan van bijenvolken omdat deze langlevende generatie bijen nodig is om als volk de winter te overleven. Zie verder de toelichting op de webpagina van de WUR.
- Verantwoordelijk instituut
Planbureau voor de Leefomgeving, op basis van data van gegevens uit de COLOSS-enquête, samengevat door de WUR en de Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NVB).
Tekst geschreven door Aaldrik Tiktak. Review: Koen Overmars. Coördinatie: Jan van Dam.- Berekeningswijze
De gegevens komen uit de COLOSS-enquête, samengevat door de WUR. Aan de enquête deden 3031 imkers mee.
- Basistabel
De gegevens komen rechtstreeks uit de pagina bijen@wur.
- Geografische verdeling
Nederland
- Andere variabelen
Niet van toepassing
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Zie bij de referentielijst
- Betrouwbaarheidscodering
C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2025). Bijensterfte in Nederland, 2006 - 2025 (indicator 0572, versie 08, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.