Compendium voor de Leefomgeving
494 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Dagvlinders in graslanden, 1992-2016

Dagvlinders in agrarische graslanden zijn in de periode 1992-2016 achteruitgegaan.

Trend dagvlinders in graslanden

Dagvlinders van agrarische graslanden zijn in aantallen gedaald. Van de soorten die opgenomen zijn in deze indicator zijn er in de periode 1992-2016 4 vooruitgaan en 9 achteruit gegaan. Voor de cijfers per soort zie de tabel met indexcijfers onder download data.

Ontwikkelingen graslanden

Graslanden vormen het leefgebied van een aantal soorten dagvlinders. De meeste vlinders komen vooral voor in niet of weinig bemeste graslanden: de zogenaamde half-natuurlijke graslanden. Tegenwoordig komen dergelijke graslanden vrijwel uitsluitend in natuurgebieden voor.
In het agrarisch gebied leven graslandvlinders voornamelijk nog in de grazige vegetaties op dijken, in perceelsranden en in wegbermen. Op de agrarische graslanden zelf komen dagvlinders steeds minder voor. De oorzaken hiervan zijn vermesting, verdroging en het intensievere gebruik van dijken. Daarnaast zijn dagvlinders gevoelig voor het gebruik van insecticiden op nabij gelegen percelen. De factoren die de achteruitgang van dagvlinders in grasland in het agrarische gebied veroorzaken, spelen deels ook in de half-natuurlijke graslanden.
Ook op Europese schaal gaan graslandvlinders in het agrarisch gebied achteruit (van Swaay et al. 2016).

Referenties

  • Swaay, C.A.M. van, A.J. van Strien en C.L. Plate (2011). Europese indicator toont achteruitgang graslandvlinders. Landschap 28 (1): 4-14.
  • Swaay, C.A.M. van, K. Veling, J. Kok en A. van Strien (2015). 25 jaar vlinders tellen. Rapport VS2015.002. De Vlinderstichting, Wageningen.
  • Swaay, C.A.M. van, et al. (2016). The European Butterfly Indicator for Grassland species 1990-2015. Rapport VS2016.019, De Vlinderstichting, Wageningen

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Dagvlinders van graslanden

Omschrijving

Ontwikkeling van dagvlinders in agrarische grasland

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Soortselectie en data De in deze indicator opgenomen soorten vlinders (14 soorten) zijn kenmerkend voor graslanden. Aantalsgegevens zijn ontleend aan het landelijke meetnet dagvlinders van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie; software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM). Indicator Om de indicator te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen en over verspreiding meetkundig gemiddeld over alle soorten (Van Strien et al., 2016). Van een aantal soorten zijn in de eerste jaren geen indexcijfers beschikbaar (zie tabel met indexcijfers per soort). Deze ontbrekende indexcijfers zijn eerst met een kettingmethode afgeleid uit de indexcijfers van andere soorten. Vervolgens zijn de indexen per jaar meetkundig gemiddeld. Meetkundig middelen betekent dat een halvering van de populatiegrootte van een soort wordt gecompenseerd door de verdubbeling van die van een andere soort. Door de gemiddelde indexen is een flexibele trend berekend met een 95% betrouwbaarheidsinterval. Het betrouwbaarheidsinterval is gebaseerd op de betrouwbaarheid van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al., 2017). In de jaren waarin veel soorten ontbreken is de indicator minder betrouwbaar, maar de omvang van deze onbetrouwbaarheid is onbekend. Een breed betrouwbaarheidsinterval betekent dat er enkele of meerdere soorten zijn met minder betrouwbare indexcijfers (grote standaardfouten). Daardoor zal ook het jaarcijfer van de indicator minder betrouwbaar zijn en is het precieze verloop van de trendlijn minder goed te bepalen. In zo'n geval liggen de meeste of zelfs alle jaarcijfers van de indicator binnen het betrouwbaarheidsinterval. Een smal betrouwbaarheidsinterval betekent dat de indexcijfers van de meeste soorten heel betrouwbaar zijn (kleine standaardfouten). Ook indexcijfers van soorten die sterke jaar-op-jaar schommelingen vertonen, kunnen heel betrouwbaar zijn. In dat geval kan een heel betrouwbare trend berekend worden en liggen veel jaarcijfers buiten het betrouwbaarheidsinterval. Uit de betrouwbaarheidsintervallen zijn trendklassen afgeleid.

Basistabel

De basistabel met indexen van de afzonderlijke soorten met hun trendklasse is via een link te vinden in de hoofdtekst.

Geografisch verdeling

Grasland in agrarisch gebied. (Halfnatuurlijke graslanden in natuurgebieden zijn niet in deze indicator opgenomen.)

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Soldaat, L., J. Pannekoek, R. Verweij, C. van Turnhout en A. van Strien (2017). A Monte Carlo method to account for sampling error in multi-species indicators. Ecological Indicators 81: 340-347. Strien, A.J. van, et al. (2016). Modest recovery of biodiversity in a western European country: The Living Planet Index for the Netherlands. Biological Conservation 200: 44-50. Swaay, C.A.M. van, T. Termaat, J. Kok, K. Huskens en M. Poot (2016). Vlinders en libellen geteld. Jaarverslag 2015. Rapport VS2016.001, De Vlinderstichting, Wageningen. WWF (2014). Living Planet Report 2016. Risk and resilience in a new era. WWF, Gland, Zwitserland. WNF (2015). Living Planet Report. Natuur in Nederland. WNF, Zeist.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2018). Dagvlinders in graslanden, 1992-2016 (indicator 1181, versie 14 , 15 maart 2018 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.