Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Vlinders van de Habitatrichtlijn, 1992-2019

Van de vijf Habitatrichtlijnsoorten vlinders die momenteel in Nederland voorkomen hebben er drie een ongunstige staat van instandhouding. Twee daarvan gaan inmiddels vooruit.

Habitatrichtlijn

De Habitatrichtlijn van de Europese Unie is bedoeld om de biodiversiteit in stand te houden door de wilde flora en fauna en hun habitats te beschermen. Daartoe moeten de lidstaten speciale beschermingsgebieden (Habitatrichtlijngebieden) inrichten en bepaalde planten- en diersoorten en habitats beschermen. De lidstaten rapporteren elke zes jaar hoe de soorten en habitats er voor staan door na te gaan in hoeverre deze een gunstige staat van instandhouding hebben bereikt. De Europees beschermde soorten staan in bijlage II, IV en V van de Habitatrichtlijn.
Er staan acht Nederlandse vlindersoorten op de Habitatrichtlijn: zes dagvlinders en twee nachtvlinders.

Grote vuurvlinder

De grote vuurvlinder staat in de bijlagen II en IV. De grote vuurvlinder is een karakteristieke vlinder van uitgestrekte laagveenmoerassen. Tegenwoordig komt de soort nog slechts in enkele moerasgebieden in Zuid-Friesland en Noordwest-Overijssel voor. De grote vuurvlinder plant zich vooral voort in veenmosrietland in moerassen. De vlinder heeft een voorkeur voor een jonge fase van veenmosrietland, dat rijk is aan waterzuring. Hierop worden de eitjes afgezet. Dergelijk rietland is zeldzaam en kan alleen met intensief beheer in stand blijven, want door natuurlijke successie verandert het in moerasbos. Bovendien verdwijnt veenmosrietland door verdroging, verzuring en door vermesting van het oppervlaktewater. Doordat er nauwelijks nieuw veenmosrietland ontstaat, heeft de grote vuurvlinder een zeer ongunstige staat van instandhouding. Sinds 1996 is de soort toegenomen, maar de schommelingen zijn sterk.

Pimpernelblauwtje en donker pimpernelblauwtje

Zowel het pimpernelblauwtje als het donker pimpernelblauwtje staan in de bijlagen II en IV. Beide zijn soorten van vochtige, matig schrale tot licht bemeste graslanden. Allebei zijn ze in de 20e eeuw uit Nederland verdwenen, maar in 1990 weer geherintroduceerd in de Moerputten in Noord-Brabant. Het pimpernelblauwtje is nog steeds in dat gebied te vinden en is er sindsdien toegenomen in aantal, al is de trend in de recente periode weer dalend. Het donker pimpernelblauwtje is daar echter weer verdwenen. Wel vliegt deze laatste soort inmiddels op een paar plekken in Limburg. Omdat er van beide vlinders maar vrij weinig exemplaren zijn, geldt hun staat van instandhouding als zeer ongunstig.

Verdwenen dagvlinders

Drie dagvlinders van de Habitatrichtlijn zijn in de 20e eeuw uit Nederland verdwenen: moerasparelmoervlinder (bijlage II), tijmblauwtje (bijlage IV) en zilverstreephooibeestje (bijlage IV).

Spaanse vlag

De Spaanse vlag is een in Europa wijdverspreide nachtvlindersoort, waarvan vooral de ondersoort op Rhodos sterk bedreigd is. De bedreiging van de ondersoort was de aanleiding om de Spaanse vlag in bijlage II van de Habitatrichtlijn te zetten. De soort komt in Zuid-Limburg voor en bereikt daar de noordwestelijke grens van het verspreidingsgebied. In ons land neemt het aantal toe, maar is de staat van instandhouding desondanks matig ongunstig.

Teunisbloempijlstaart

De teunisbloempijlstaart is een Midden-Europese nachtvlindersoort De soort was lange tijd slechts bekend van enkele waarnemingen van vóór 1900, maar de laatste jaren breidt deze soort zich naar het noorden uit en is sinds 1996 gezien op diverse locaties in Limburg. De soort staat op bijlage IV en heeft een gunstige staat van instandhouding. Voor deze soort is het berekenen van een aantalstrend (nog) niet mogelijk. Daarom wordt deze zo goed mogelijk gevolgd via het verspreidingsonderzoek.

Referenties

  • Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay en I. Wynhoff. (2006). De dagvlinders van Nederland. Nederlandse fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
  • Janssen, J.A.M. en J.H.J. Schaminée (2008). Europese natuur in Nederland. Soorten van de Habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Utrecht.
  • Swaay, C.A.M. van, G. Bos, R.H.A. van Grunsven, J.R. van Deijk, J. Kok, K. Huskens en M. Poot, 2019. Vlinders & libellen geteld. Jaarverslag 2018. Rapport VS2019.002, De Vlinderstichting, Wageningen.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Vlinders van de Habitatrichtlijn, 1992-2019

Omschrijving

Trends van de vlinders van de Habitatrichtlijn

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Aantalsgegevens zijn ontleend aan het meetprogramma voor vlinders van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie (software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM)). De grote vuurvlinderindexen berusten op ei-tellingen die pas vanaf 1996 voldoende data opleverden voor trendberekeningen. De monitoring van aantallen van de Spaanse vlag is pas in 2002 begonnen.

Door de indexen is een flexibele trend berekend met een 95% betrouwbaarheidsinterval. Het betrouwbaarheidsinterval is gebaseerd op de betrouwbaarheid van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al., 2017).

Basistabel

Niet van toepassing

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

CBS (2020). Meetprogramma's voor flora en fauna. Kwaliteitsrapportage NEM over 2019. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag.

Van Swaay, C.A.M., T. Termaat. en C.L. Plate (2011). Handleiding Landelijke Meetnetten Vlinders en Libellen. Rapport VS2011.001, De Vlinderstichting, Wageningen & CBS, Den Haag.

Soldaat, L., J. Pannekoek, R. Verweij, C. van Turnhout en A. van Strien (2017). A Monte Carlo method to account for sampling error in multi-species indicators. Ecological Indicators 81: 340-347.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij de representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2020). Vlinders van de Habitatrichtlijn, 1992-2019 (indicator 1414, versie 10 , 9 april 2020 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.