Interconnectiecapaciteit elektriciteit, 2015 - 2025

Voor de uitwisseling van elektriciteit heeft Nederland verbindingen met Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Noorwegen. In de periode 2020 tot en met 2025 was Nederland per saldo een netto-exporteur; er werd meer elektriciteit geëxporteerd dan geïmporteerd.

Aandeel duurzame energiebronnen in de elektriciteitsproductie

De opwekking van elektriciteit in Nederland en Europa was traditioneel gebaseerd op kolen, gas en uranium. Nu duurzame energiebronnen in de vorm van onder andere zon, wind en biomassa een steeds groter aandeel hebben in de opwekking van elektriciteit, vormt de uitwisseling van elektriciteit tussen landen een steeds belangrijker onderdeel van de elektriciteitsmarkt. Met name de elektriciteit die wordt opgewekt door wind- en zonne-energie is vaak op andere locaties nodig dan het wordt geproduceerd. Het aandeel van windenergie, zonne-energie, biomassa en waterkracht in de netto opgewekte elektriciteit in Nederland is in de periode 2015-2025 toegenomen van 12,4 naar 48,9 procent (CBS 2026).

In- en uitvoercapaciteit tussen Nederland en andere landen

Een belangrijk aspect van een geïntegreerde Europese elektriciteitsmarkt is de ontwikkeling van grensoverschrijdende netwerkverbindingen, de zogenaamde interconnecties. Nederland heeft voor het transport van elektriciteit interconnecties met Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Noorwegen.

De capaciteit tussen België en Nederland (Rilland-Zandvliet en Maasbracht-Van Eyck, Kinrooi) is in 2019 uitgebreid tot 1700 megawatt. Tot en met 2022 was de netwerkuitbreiding tussen Nederland en België alleen beschikbaar van België naar Nederland. De oorzaak hiervan lag bij de nucleaire centrale in het Belgische Doel. Het netwerk rond deze plaats had niet de capaciteit om de maximale import vanuit Nederland en de productie van de kerncentrale te kunnen verwerken. In 2018 is de 1500 megawatt verbinding tussen Doetinchem en Wesel, Duitsland tot stand gebracht. Hiermee nam de capaciteit tussen Nederland en Duitsland toe tot circa 4 gigawatt (Hengelo-Gronau, Maasbracht-Siersdorf, Meeden-Diele). Sinds 2010 beschikt Nederland over een verbinding met Noorwegen (NorNed-kabel) van 700 megawatt en sinds 2011 een 1000 megawatt verbinding met het Verenigd Koninkrijk (BritNed-kabel). In 2019 is de Cobrakabel van 700 megawatt tussen Nederland en Denemarken deels in gebruik genomen. Sinds 2020 is deze kabel volledig beschikbaar (Tennet 2021).

Netto-exporteur van elektriciteit

In 2025 werd 30,4 miljard kilowattuur (kWh) aan elektriciteit uitgevoerd, een toename van 25,2 procent ten opzichte van 2024. De totale invoer van elektriciteit nam in 2025 met 18,6 procent af ten opzichte van 2024 naar 16,3 miljard kWh; er werd netto 3,7 miljard kWh minder elektriciteit ingevoerd. Na de jaren 2022 (netto 4,3 miljard kWh), 2023 (netto 5,7 miljard kWh) en 2024 (netto 4,2 miljard kWh) werd ook in 2025 weer meer elektriciteit geëxporteerd dan geïmporteerd (CBS 2026).

Het grootste gedeelte van de export ging naar Duitsland (41,9 procent, 12,7 miljard kWh), België (40,3 procent, 12,2 miljard kWh) en het Verenigd Koninkrijk (9,8 procent, 3,0 miljard kWh).

Naar Duitsland werd in 2025 44,6 procent meer elektriciteit uitgevoerd dan in 2024. De belangrijkste redenen hiervoor zijn een verminderde productie uit wind voor de Duitse kust en een verminderde productie in Zwitserland en Oostenrijk door een lager waterpeil. Naar België werd in 2025 bijna een kwart (24,4 procent) meer elektriciteit uitgevoerd dan in 2024. Een belangrijke oorzaak was de verminderde elektriciteitsproductie in Belgische kerncentrales. In 2025 werd 18,6 procent minder elektriciteit ingevoerd ten opzichte van 2024, met name vanuit Duitsland (-2,0 TWh), België (-1,5 TWh) en Noorwegen (-0,7 TWh). De invoer van elektriciteit in 2025 is met 47,0 procent afgenomen ten opzichte van 2015. De belangrijkste reden is dat Nederland zelf meer elektriciteit is gaan produceren uit hernieuwbare energiebronnen (CBS 2026).

Europese doelstelling interconnectiecapaciteit

De Europese Unie heeft in 2014 een afspraak voor 2020 geformuleerd met betrekking tot de interconnectiecapaciteit tussen lidstaten. Afgesproken is dat landen minimaal 10 procent van de capaciteit van het opgestelde vermogen moeten kunnen transporteren naar buurlanden (Europese Commissie 2026).

Later is deze doelstelling bijgesteld, waarbij wordt uitgegaan van een interconnectiedoelstelling voor elektriciteit van ten minste 15 procent in 2030. Dit betekent dat elk land over elektriciteitsinfrastructuur moet beschikken die het mogelijk maakt om via zijn buurlanden een equivalent van ten minste 15 procent van de elektriciteitsproductiecapaciteit op zijn grondgebied te importeren (Europese Commissie 2018).

De interconnectiecapaciteit voor Nederland bedroeg op basis van berekeningen van de Europese Commissie in 2025 7,12 procent (Europese Commissie 2026).

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Interconnectiecapaciteit elektriciteit

Omschrijving

-

Verantwoordelijk instituut

PBL

Berekeningswijze

-

Basistabel

CBS-gegevens

Geografische verdeling

-

Verschijningsfrequentie

2-jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Zie referenties.

Betrouwbaarheidscodering

-

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
04
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Interconnectiecapaciteit elektriciteit, 2015 - 2025 (indicator 0595, versie 04, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.