Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Lokale leefomgeving

Beleving stedelijkheid

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Landschappen met veel stedelijke elementen zoals woonblokken, bedrijventerreinen of kassen waarderen mensen lager dan landschappen waarin deze elementen ontbreken. Vooral bedrijventerreinen vinden de meeste mensen lelijk.

Toestand

Verstedelijkte landschappen liggen rond de steden met een concentratie in de randstad. Behalve dat er in de gebieden rond de steden doorgaans meer bebouwing voorkomt, ervaren mensen verstedelijking ook doordat stadsranden zichtbaar zijn vanuit het buitengebied. Vooral daar waar weinig beplanting aanwezig is. De stedelijke kernen zelf zijn buiten beschouwing gelaten omdat het gaat om de beleving van het buitengebied. Verder is het kassenrijke gebied van het Westland duidelijk op de kaart herkenbaar als verstedelijkt gebied.

Referenties

  • Roos-Klein Lankhorst, J, W. Nieuwenhuizen, M.H.I. Bloemmen, S. Blok & J.M.J. Farjon (2004a). Verstedelijking en Landschap 1989-2030. Berekende, waargenomen en verbeelde effecten van bebouwing. Rapport 1056. Alterra, Wageningen
  • Roos-Klein Lankhorst, J, S. de Vries, J. van Lith-Kranendonk, H. Dijkstra & J.M.J. Farjon (2004b). Modellen voor de graadmeters landschap, beleving en recreatie. Kennismodel Effecten Landschap Kwaliteit KELK, Monitoring Schaal en BelevingsGIS, Planbureaurapporten 20. Natuurplanbureau, vestiging Wageningen: bijlage 3, Stedelijkheid.
  • Roos-Klein Lankhorst, J., S. de Vries, A.E. Buijs,M.H.I. Bloemmen & C. Schuiling (2005). BelevingsGIS versie 2; waardering van het Nederlandse landschap door de bevolking op kaart. Rapport 1138. Alterra, Wageningen: factsheet Stedelijkheid

Technische toelichting

Technische toelichting

De indicator 'beleving stedelijkheid' wordt afgeleid van het oppervlaktepercentage (per gridcel) aan stedelijke bebouwing en kassen. De aanwezigheid van bedrijven wordt als extra negatief gerekend. Daarnaast wordt de zichtbare stedelijke uitstraling op een omgeving van 500 m meegerekend. De stedelijke bebouwingskernen zijn wel in de berekeningen meegenomen, maar worden bij de validatie en presentatie met een masker afgedekt. De minder dicht bebouwde delen en de berekende stedelijke uitstraling van de stad blijft buiten het masker, zodat nog een aanzienlijk aantal cellen met hoge stedelijkheidswaarden op de indicatorkaart over blijven.Het percentage bebouwing, kassen en bedrijfstypen zijn apart berekend en in een driedimensionale kennistabel tegen elkaar uitgezet om de stedelijkheid per cel te bepalen. Daarna is de uiteindelijke mate van stedelijkheid bepaald, waarbij de camouflerende werking van de opgaande beplanting en de stedelijke uitstraling wordt meegeteld, ook met een driedimensionale kennistabel. Hierbij wordt de per gridcel berekende stedelijkheidswaarde vergeleken met het gemiddelde percentage aan opgaande beplanting en bebouwing binnen een straal van 500 m. Als er veel beplanting en weinig bebouwing in de omgeving van een gridcel voorkomt krijgt deze een lagere stedelijkheidswaarde en omgekeerd. Aan verspreide bebouwing (schaarsbebouwde gridcellen met weinig bebouwing in de directe omgeving) is een stedelijkheidswaarde 0 toegekend. Uit een calibratiestudie blijkt dat de indicator stedelijkheid beter scoorde als verspreide bebouwing niet als stedelijk wordt meegerekend. De afstand van 500 m is proefondervindelijk vastgesteld in een veldstudie die is verricht voor de Natuurbalans 2004 (Roos-Klein Lankhorst et.al., 2004a). De stedelijke kernen die niet tot het BelevingsGIS worden gerekend zijn gridcellen waarin de gemiddelde stedelijkheidswaarde binnen een straal van 500m groter is dan 3.7. Deze kernen worden met een masker afgedekt voor validatie en presentatie.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Beleving stedelijkheid (indicator 1031, versie 02 , 1 september 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.