Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Flora en Fauna

Fauna in Natura 2000 gebieden, 1998-2012

In Natura 2000 gebieden is de afgelopen 10 jaar het aantal soorten met een toenemende trend in evenwicht met het aantal met een afnemende trend.

Natura 2000 gebieden

Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin aangegeven is welke soorten en natuurgebieden beschermd moeten worden door de lidstaten. De beschermde gebieden van deze richtlijnen hebben de gezamenlijke naam Natura 2000 gebieden. In Nederland gaat het om 166 gebieden met een gezamenlijke omvang van circa 1 miljoen ha, waarvan 2/3 open water. Omdat het voor het beleid belangrijk is of de gestelde doelen, zoals behoud van beschermde soorten, gehaald gaan worden, is er een monitoring ingesteld voor Natura 2000 soorten.

Beschermde soorten

In de Europese richtlijn staat welke Europese soorten beschermd moeten worden.
Voor elk gebied zijn er beschermde soorten aangewezen op grond waarvan het gebied is geselecteerd; dit zijn de aangemelde soorten. Daarnaast zijn er per gebied ook complementaire soorten, dit zijn soorten die niet bij de selectie van een bepaald gebied zijn betrokken, maar waarvan het voorkomen in een dergelijk gebied wel van groot belang is. Voor Nederland gaat het om 42 soorten broedvogels, 66 watervogels, 3 vleermuizen en 5 andere zoogdieren, 2 amfibieën, 10 vissen, 3 weekdieren, 3 kevers, 4 vlinders, 2 libellen, 3 hogere planten en 2 mossen.
Omdat het voor het beleid belangrijk is of de gestelde doelen, zoals behoud van beschermde soorten, gehaald gaan worden, is er een monitoring ingesteld voor Natura 2000 soorten.

Broedvogels

De groep van de broedvogels in de beschermde Natura 2000 gebieden omvat de afgelopen 10 jaar 12 toenemende, 7 stabiele en 18 afnemende soorten. Hierbij slaat de balans door naar een grotere afname.

Watervogels

Over het geheel genomen neemt de groep van watervogels in Natura 2000 gebieden de afgelopen 10 jaar toe. Toch zijn er ook 14 soorten met een afnemende trend. Daartegenover staan 14 soorten met een toenemende trend en zijn 22 soorten die stabiel blijven.

Overige fauna

De groep niet-vogels waarvan trends bekend zijn, is maar klein. Van de 9 soorten is er maar één waarvan de trend de laatste 10 jaar negatief is, dat is de Gaffellibel. De overige soorten vertonen een positieve trend. Van andere aangemelde en complementaire soorten zijn alleen globale trends bekend, deze zijn in de hieronder genoemde indicator opgenomen.

Referenties

  • SOVON en CBS (2005). Trends van vogels in het Nederlandse Natura 2000 netwerk. Sovon-informatierapport 2005/09. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen en Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aantalsontwikkeling van fauna in Natura 2000 gebieden

Omschrijving

Ontwikkeling van populatie broedvogels (44 soorten), watervogels (56 soorten) en overige fauna (10 soorten).

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De trends van de soorten zijn gebaseerd op diverse meetnetten van het Netwerk Ecologische Monitoring. De trend betreft de trend over de laatste 10 jaar van de soorten in Natura2000 gebieden.

Basistabel

Zie onder Download figuurdata. Voor alle groepen zijn per soort de trend over alle Natura2000 gebieden samen gegeven. De trends per soort per gebied zijn bij deze indicator alleen voor de overige fauna gegeven. Voor de trends per soort per gebied voor vogels wordt verwezen naar de website van SOVON
https://www.sovon.nl/nl/n2000

Geografisch verdeling

Natura 2000 gebieden in Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Opmerking

Bij de broedvogels ontbreekt nog de soort Kleine zilverreiger en bij de watervogels Grote stern en Visdief. Deze komen bij de volgende herziening erbij.
Ook zijn een aantal soorten zijn niet opgenomen in de meetnetten van het NEM. Het betreft enkele soorten vissen, zoogdieren, hogere planten, mossen, kevers en weekdieren. Een globale schatting van hun zeldzaamheid en trend staat in de indicatorHabitatrichtlijnsoorten, 1990-2015
De totale oppervlakte Natura 2000 gebieden inclusief Doggersbank (464 986 ha) bedraagt 1.315.694 ha

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2013). Fauna in Natura 2000 gebieden, 1998-2012 (indicator 1082, versie 12 , 11 december 2013 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.