Compendium voor de Leefomgeving
493 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Verdroging

Planten en verzuring en verdroging van vennen

De vennen hebben tot eind jaren tachtig sterk te lijden gehad van verzuring, vermesting en verdroging. Door zowel verbetering van de neerslag- en luchtkwaliteit en hydrologische condities als door herstelwerkzaamheden nemen karakteristieke plantensoorten nu weer toe.

Vennen zijn kwetsbare systemen

Heidevennen zijn matig tot zeer voedselarme, kalkarme wateren, die in de lage, natte delen van heidegebieden voorkomen. Hun karakteristieke plantengemeenschap van biesvarens en waterlobelia is gevoelig voor verzuring, verdroging en vermesting. Heidevennen hebben een geringe buffercapaciteit waardoor verzuring een grote invloed heeft op de water-, en bodem en daarmee op de natuurkwaliteit. Tot ongeveer 1990 is de verspreiding van een soort als waterlobelia dan ook sterk achteruitgegaan.

Karakteristieke soorten van vennen

Oeverkruid en waterlobelia zijn karakteristieke soorten van zwak en zeer zwak gebufferde vennen en duinplassen. De planten zijn opgebouwd uit een kleine rozet van priemvormige blaadjes. Waterlobelia is een wortelende waterplant en bloeit in de zomermaanden. Oeverkruid komt voor op droogvallende, voedselarme zandgrond aan de oevers van vennen en duinmeertjes. De soort kan ook onder water voorkomen, maar komt dan niet tot bloei. Beide inheemse soorten zijn zeer zeldzaam in Nederland. Ze komen voor op de Rode Lijst Vaatplanten en op de Doelsoortenlijst.

Herstelmaatregelen hebben resultaat

De vegetatie van heidevennen kan zich herstellen als maatregelen worden genomen om verzuring tegen te gaan. Sinds het einde van de jaren tachtig zijn op tal van plaatsen herstelmaatregelen uitgevoerd, waarvan zowel oeverkruid als waterlobelia hebben geprofiteerd. In diverse heidevennen hebben oeverkruid en waterlobelia zich zelfs opnieuw kunnen vestigen. Voorbeelden hiervan zijn het Beuven in Noord-Brabant en de Bergvennen bij Denekamp. In de Bergvennen bevindt zich momenteel een van de grootste populaties van waterlobelia van de Noordwest-Europese laagvlakte.

Uitbreiding van aantal vindplaatsen

Sinds 1990 is door herstelmaatregelen het aantal groeiplaatsen van oeverkruid en waterlobelia in vennen flink toegenomen, met name die van oeverkruid. Deze toename zet zich voort tot in het begin van de 21e eeuw. Er komen nog steeds nieuwe vindplaatsen bij, maar er verdwijnen er ook. De getroffen maatregelen blijken niet overal duurzaam te zijn. Het aantal vindplaatsen van Waterlobelia heeft zich sinds het begin van de jaren negentig gestabiliseerd. Ook bij deze soort gaat het niet steeds om dezelfde vindplaatsen. De soort verdwijnt op sommige plaatsen, maar er komen ook nieuwe vindplaatsen bij.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Planten van vennen

Omschrijving

Grafiek verloop aantal vennen met Lobelia resp. Littorella

Verantwoordelijk instituut

Wageningen Research Auteur: Gertie Arts en Dick Belgers, Wageningen Environmental Research

Berekeningswijze

Sommatie; aantal bemonsterde vennen

Basistabel

Database van onderzoeker (Gertie Arts, Wageningen Environmental Research)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Verspreidingskaartjes van Lobelia en Littorella

Verschijningsfrequentie

Eens per 5 jaar

Achtergrondliteratuur

Zie Referenties

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2019). Planten en verzuring en verdroging van vennen (indicator 1139, versie 05 , 29 januari 2019 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.