Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landbouw en milieu

Areaal halfnatuurlijk grasland

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

De oppervlakte van halfnatuurlijke graslanden is in de tweede helft van de 20e eeuw sterk afgenomen door ingrijpende veranderingen in de landbouw. De meeste typen halfnatuurlijk grasland zijn momenteel bedreigd.

Halfnatuurlijk grasland: areaal en mate van bedreiging
Type grasland Huidige Oppervlakte (ha) Subtype (zie meer informatie) Trend in opp. 1930-1974 Trend in opp.
1975-1998
Bedreiging
Kalkgraslanden 20 a sterke afname stabiel ernstig bedreigd
Droge zandgraslanden in het binnenland 900 b afname afname bedreigd
    c stabiel stabiel niet bedreigd
Heischrale graslanden 850 d sterke afname sterke afname ernstig bedreigd
    e stabiel afname gevoelig
  30 f sterke afname afname bedreigd
Stroomdalgraslanden 500 g sterke afname sterke afname ernstig bedreigd
    h sterke afname afname ernstig bedreigd
Zilverschoongraslanden 12000 i stabiel toename niet bedreigd
    j stabiel afname gevoelig
    k afname afname gevoelig
Kamgrasweiden 6000 l afname afname niet bedreigd
Glanshaverhooilanden 3000 m toename toename niet bedreigd
Kievitsbloemgraslanden 100 n sterke afname afname ernstig bedreigd
Dotterbloemhooilanden 4000 o stabiel stabiel gevoelig
    p afname stabiel ernstig bedreigd
    q sterke afname afname bedreigd
    r afname stabiel gevoelig
Natte schraallanden 3500 s afname stabiel gevoelig
Blauwgraslanden 30 t sterke afname afname bedreigd
Zeedorpengraslanden 400 u afname stabiel gevoelig
    v afname afname ernstig bedreigd
Droge duingraslanden 3500 w stabiel stabiel niet bedreigd
    x afname stabiel gevoelig
    y afname afname bedreigd
    z afname afname bedreigd
    aa afname stabiel bedreigd
Bron: Van Opstal (1997); Weeda et al. (2002)      

Achteruitgang halfnatuurlijk grasland

In de 20e eeuw is een zeer groot deel van het weinig productieve grasland (halfnatuurlijk grasland) omgezet in hoogproductief grasland. Voorbeelden zijn de blauwgraslanden, waarvan minder dan 0,1 % van het oorspronkelijke areaal van rond 1900 over is en de kalkgraslanden die ten opzichte van 1900 nog maar 5% beslaan.

Oorzaken achteruitgang

De belangrijkste oorzaken van achteruitgang zijn de bemesting en het verlagen van het grondwaterpeil. De sterkste achteruitgang van de halfnatuurlijke graslanden vond plaats in de periode 1930 tot 1975. Deze achteruitgang zette in mindere mate door in de periode erna. Inmiddels zijn er van de 27 plantengemeenschappen van halfnatuurlijke graslanden nog slechts 5 niet bedreigd.
De overgebleven halfnatuurlijke graslanden hebben voor het agrarische gebruik vrijwel geen betekenis meer en liggen bijna allemaal in natuurgebieden. Buiten natuurgebieden komen de plantengemeenschappen van halfnatuurlijk grasland nog voor op dijken en in bermen.

Graslandtypen

Omdat de graslandtypen uit meerdere plantengemeenschappen kunnen bestaan die in trend kunnen verschillen, zijn de plantengemeenschappen afzonderlijk in de tabel weergeven op het niveau van vegetatiekundige associaties: (a) kalkgrasland; (b) vogelpootjes-associatie; (c) associatie van schapengras en tijm; (d) associatie van klokjesgentiaan en borstelgras; (e) associatie van liggend walstro en schapengras; (f) associatie van betonie en gevinde kortsteel (= droge hellinggraslanden); (g) associatie van vetkruid en tijm; (h) associatie van sikkelklaver en zachte haver; (i) associatie van geknikte vossenstaart; (j) associatie van moeraszoutgras en fioringras; (k) associatie van aardbeiklaver en fioringras; (l) kamgrasweide; (m) glanshaver-associatie; (n) kievitsbloem-associatie; (o) associatie van echte koekoeksbloem en gevleugeld hertshooi; (p) associatie van harlekijn en ratelaar; (q) associatie van gewone engelwortel en moeraszegge; (r) associatie van boterbloem en waterkruiskruid; (s) veldrus-associatie.; (t) blauwgrasland; (u) kegelsilene-associatie; (v) associatie van wondklaver en nachtsilene; (w) duinsterretjes-associatie; (x) duinpaardebloem-associatie; (y) duinbuntgras-associatie; (z) duinstruisgras-associatie.; (aa) associatie van betonie en gevinde kortsteel.

Referenties

  • Opstal, A.J.M.F. van (1997). Ecosysteemvisie graslanden. Rapport IKC-Natuurbeheer. Wageningen.
  • Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée en L. van Duuren (2002). Atlas van plantengemeenschappen in Nederland. Deel 2, graslanden, zomen en droge heiden. KNNV Uitgeverij. Utrecht.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Areaal halfnatuurlijk grasland

Omschrijving

Areaal halfnatuurlijk grasland aan de hand van 2 literatuurbronnen

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De gegevens over de huidige oppervlakte komen uit Van Opstal (1997) en betreffen de situatie omstreeks 1996. De oppervlaktecijfers zijn afgerond. Ook duingraslanden zijn in de tabel opgenomen, omdat deze in het verleden ook wel in extensief agrarisch gebruik waren. De zilte graslanden zijn niet in dit overzicht opgenomen.
De trends in oppervlakte en mate van bedreiging zijn ontleend aan Weeda et al. (2002). Hoe kleiner de oppervlakte en hoe negatiever de trend, des te meer is het graslandtype bedreigd. De mate van bedreiging loopt op van niet bedreigd, gevoelig, bedreigd tot ernstig bedreigd.

Basistabel

Zie achtergrondliteratuur

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

geen

Verschijningsfrequentie

onregelmatig

Achtergrondliteratuur

Opstal, A.J.M.F. van (1997). Ecosysteemvisie graslanden. Rapport IKC-Natuurbeheer. Wageningen.
Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée en L. van Duuren (2002). Atlas van plantengemeenschappen in Nederland. Deel 2, graslanden, zomen en droge heiden. KNNV Uitgeverij. Utrecht.

Opmerking

geen

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2004). Areaal halfnatuurlijk grasland (indicator 1177, versie 02 , 21 september 2004 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.