Migratiesaldo nationale landschappen

Migratiesaldo nationale landschappen

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

In de meeste nationale landschappen is de laatste jaren sprake van een negatief migratiesaldo in combinatie met een geringe bevolkingsgroei. De woningvoorraad is echter toegenomen.

Woningbouw voor eigen bevolkingsgroei

Het rijksbeleid is erop gericht dat de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van de nationale landschappen behouden blijven, duurzaam worden beheerd en waar mogelijk versterkt. Uitgangspunt is daarbij dat de nationale landschappen zich sociaal-economisch voldoende moeten kunnen ontwikkelen, terwijl de bijzondere kwaliteiten van het gebied worden behouden of versterkt. Voor woningbouw geldt dat er binnen de nationale landschappen ruimte is voor ten hoogste de eigen bevolkingsgroei. Dit is omschreven als 'migratiesaldo nul'. Hierbij is wel van belang dat het 'migratiesaldo nul' op zichzelf geen doel van het beleid is. Het gaat erom dat niet meer wordt gebouwd dan nodig is voor een neutraal migratiesaldo.

Dalende tendens migratiesaldo

Over de hele periode 2000-2006 is het migratiesaldo in de meeste nationale landschappen negatief geweest; slechts vier nationale landschappen kenden in deze periode een positief migratiesaldo: Drentsche Aa, Winterswijk, Zuidwest-Zeeland en de Hoeksche Waard. Daar is de bouwproductie mogelijk hoger geweest dan nodig voor het opvangen van de 'eigen' huishoudensgroei. In geen enkel nationaal landschap is het migratiesaldo in alle tweejaarsperioden (2000-2001, 2002-2003 en 2004-2005) positief geweest. Bovendien vertonen de migratiesaldo's in de gehele onderzochte periode een dalende tendens. Dit is overigens geheel in lijn met de landelijke ontwikkeling: alle provincies hadden in 2004-2006 een negatief migratiesaldo. In 2004-2006 kenden slechts twee nationale landschappen een positief migratiesaldo, waarvan er één, de Graafschap, over de totale periode een negatief saldo had. De tweede, de Hoeksche Waard, had over de totale periode een zeer beperkt positief saldo.

Stijgende tendens bevolkingsgroei

Ondanks het negatieve migratiesaldo in de afgelopen jaren hebben de meeste nationale landschappen toch enige bevolkingsgroei gekend. Hier overtrof de natuurlijke aanwas dus het vertrekoverschot. Over de totale periode is de bevolkingsgroei het hoogst geweest in het nationale landschap IJsseldelta, waar het migratiesaldo ook de gehele periode negatief was. Andere nationale landschappen met een relatief hoge bevolkingsgroei zijn de Hoeksche Waard en het nationale landschap Winterswijk.

Woningvoorraad neemt minder toe dan elders in Nederland

De groei van de woningvoorraad schommelt in de meeste nationale landschappen rond de 1% per twee jaar ofwel 0,5% per jaar. Dit is dus wat lager dan het landelijk groeicijfer van 0,8% per jaar. In twee nationale landschappen, te weten de Hoeksche Waard en Arkemheen-Eemland, lag de jaarlijkse groei van de woningvoorraad over de hele periode duidelijk hoger. De groei van de woningvoorraad geeft aan dat in elk nationaal landschap sprake was van een groei van het aantal huishoudens, ondanks dat in de meeste nationale landschappen er sprake was van een negatief migratiesaldo. Het geeft aan dat de woningbouw naar alle waarschijnlijkheid vooral ten goede kwam aan de woningbehoefte vanuit de eigen regio. Dit geldt waarschijnlijk ook voor de twee regio's met een sterke uitbreiding van de woningvoorraad, te weten de Hoekse Waard en Arkemheen-Eemheen omdat het migratiesaldo (voor de gehele periode 2000-2006) hier respectievelijk op bijna nul en duidelijk negatief uitkomt.

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven
Migratiesaldo nationale landschappen
Omschrijving
Het migratiesaldo is het verschil tussen het aantal mensen dat zich in een nationaal landschap heeft gevestigd minus het aantal mensen dat is vertrokken.
Verantwoordelijk instituut
Planbureau voor de Leefomgeving
Berekeningswijze
In de Nota Ruimte is niet aangeven hoe het migratiesaldo gehanteerd dient te worden. De bevolkingsgroei vertoont namelijk geen één op één relatie met huishoudensgroei, terwijl juist de huishoudensgroei bepaalt hoeveel woningen er dienen te worden gebouwd. Zo kan bij een negatief of nul migratiesaldo de bevolkingsgroei (door de natuurlijke aanwas) of de huishoudensgroei (door onder andere uiteenvallen van paren) toch positief uitvallen, zonder dat er sprake is dat er gebouwd wordt voor mensen die van buiten de regio afkomstig zijn. Om meer zicht te geven op de processen achter het migratiesaldo zijn ook de ontwikkeling van de bevolkingsomvang en de woningvoorraad bepaald. Slechts bij een aanhoudend positief migratiesaldo kan vermoed worden dat de productie niet alleen bestemd is voor de 'inheemse' huishoudensgroei maar ook of vooral bestemd is voor 'nieuwkomers'.
Het CBS heeft op adresniveau gekeken naar gevestigde en vertrokken personen als gevolg van:
- binnenlandse verhuizingen;
- emigratie en immigratie;
- administratieve correcties (als saldo van opname en afvoering).
Van deze adressen is vervolgens de ligging binnen of buiten een nationaal landschap bepaald. Vervolgens zijn totalen per jaar per nationaal landschap berekend. Overlappende landschappen zijn ieder afzonderlijk geteld.
Het regime van bouwen voor ten hoogste de eigen bevolkingsgroei geldt voor 18 nationale landschappen. Voor de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie geldt dit regime niet, behalve waar ze samenvallen met andere nationale landschappen. Daarom wordt over deze twee nationale landschappen in dit indicator niet gerapporteerd.
Basistabel
Zie berekeningswijze
Geografische verdeling
Nederland
Andere variabelen
Zie berekeningswijze
Verschijningsfrequentie
Tweejaarlijks vanaf 2006
Betrouwbaarheidscodering
Integrale waarneming.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
02
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2009). Migratiesaldo nationale landschappen (indicator 1512, versie 01, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.