Migratiesaldo nationale landschappen, 2000-2008

Migratiesaldo nationale landschappen

U bekijkt op dit moment een afgesloten indicator. Deze indicator wordt niet meer bijgewerkt. De reden hiervoor staat hieronder vermeld. De archiefversies van deze indicator (indien aanwezig) zijn nog wel beschikbaar.

De Indicator 'migratiesaldo nationale landschappen' is afgesloten.
Voor meer informatie over verhuizingen wordt u doorverwezen naar

In de periode 2000-2008 zijn uit de meeste nationale landschappen meer mensen vertrokken dan zich er in hebben gevestigd. De meeste nationale landschappen hebben te maken met een negatief migratiesaldo in combinatie met een geringe bevolkingsgroei. De woningvoorraad is echter in alle nationale landschappen toegenomen.

Woningbouw voor eigen bevolkingsgroei

Het rijksbeleid is erop gericht dat de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van de nationale landschappen behouden blijven, duurzaam worden beheerd en waar mogelijk versterkt. Uitgangspunt is daarbij dat de nationale landschappen zich sociaal-economisch voldoende moeten kunnen ontwikkelen, terwijl de bijzondere kwaliteiten van het gebied worden behouden of versterkt. Voor woningbouw geldt dat er binnen de nationale landschappen ruimte is voor ten hoogste woningen voor de eigen bevolkingsgroei. Dit is omschreven als 'migratiesaldo nul'. Hierbij is wel van belang dat het 'migratiesaldo nul' op zichzelf geen doel van het beleid is. Het gaat erom dat niet meer wordt gebouwd dan nodig is voor een neutraal migratiesaldo.

Meeste nationale landschappen hebben een negatief migratiesaldo

Tussen 2000 en 2008 is het migratiesaldo in de meeste nationale landschappen negatief. In de nationale landschappen Drentsche Aa, Winterswijk en Zuidwest Zeeland was het migratiesaldo wel positief. Tussen 2006 en 2008 waren er slechts twee nationale landschappen, de Graafschap en de Gelderse Poort, met een relatief klein positief migratiesaldo. Over de hele periode 2000-2008 hadden deze wel een negatief saldo.

Groeiende bevolking in de meeste nationale landschappen

Ondanks het negatieve migratiesaldo tussen 2000 en 2008 is de bevolking van de meeste nationale landschappen toch toegenomen. Hier overtrof de natuurlijke aanwas dus het vertrekoverschot. Over de totale periode is de bevolkingsgroei het hoogst geweest in het nationale landschap IJsseldelta, waar het migratiesaldo ook gedurende de hele periode negatief was. Andere nationale landschappen met een relatief hoge bevolkingsgroei zijn de Hoeksche Waard, Arkenheem-Eemland, Zuidwest-Friesland en Winterswijk. De bevolking van de meeste nationale landschappen is in de perioden 2004-2006 en 2006-2008 minder hard gegroeid dan in de perioden 2000-2002 en 2002-2004.

Woningvoorraad blijft groeien

In de periode 2000-2008 was de gemiddelde groei van de woningvoorraad in de nationale landschappen 1,3 procent per twee jaar. Dat is lager dan het gemiddelde landelijke groeicijfer van de woningvoorraad van 1,7 procent per twee jaar. Tussen 2006 en 2008 groeide de woningvoorraad in de nationale landschappen het meest met 1,8 procent. De groei in deze periode was gelijk aan het landelijke groeicijfer van de woningen. In drie nationale landschappen, te weten de IJsseldelta, de Hoeksche Waard en Arkemheen-Eemland, lag de tweejaarlijkse groei van de woningvoorraad over de hele periode duidelijk hoger dan in de overige nationale landschappen. De groei van de woningvoorraad geeft aan dat in elk nationaal landschap sprake was van een groei van het aantal huishoudens, ondanks dat in de meeste nationale landschappen er sprake was van een negatief migratiesaldo. De woningbouw is dus waarschijnlijk vooral ten goede gekomen aan de woningbehoefte vanuit de eigen regio. Dit geldt ook voor de drie regio's met een sterke uitbreiding van de woningvoorraad, te weten de IJsseldelta, Hoekse Waard en Arkemheen-Eemland omdat het migratiesaldo (voor de gehele periode 2000-2008) negatief uitkomt.

Relevante doelstellingen Nota Ruimte

Uitvoeringsdoelstellingen:

  • Behoud en versterking van landschappelijke, cultuurhistorische en andere kernkwaliteiten van nationale landschappen.


Operationele doelstellingen:

  • Borging en ontwikkeling van bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden.


Algemene doelstellingen:

  • - Versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland; vitaal platteland; borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden.

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven
Migratiesaldo nationale landschappen.
Omschrijving
Het migratiesaldo is het aantal mensen dat zich in een nationaal landschap heeft gevestigd minus het aantal mensen dat is vertrokken.
Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
Berekeningswijze
Om meer zicht te geven op de processen achter het netto migratiesaldo zijn ook de ontwikkeling van de bevolkingsomvang en de woningvoorraad bepaald. De bevolkingsgroei vertoont geen één op één relatie met huishoudensgroei, terwijl juist de huishoudensgroei bepaalt hoeveel woningen er dienen te worden gebouwd. Zo kan bij een negatief of nul migratiesaldo de bevolkingsgroei (door de natuurlijke aanwas) of de huishoudensgroei (door onder andere uiteenvallen van paren) positief uitvallen, zonder dat er sprake is dat er woningen gebouwd worden voor mensen die van buiten de regio afkomstig zijn. Slechts bij een aanhoudend positief migratiesaldo kan vermoed worden dat de productie niet alleen bestemd is voor de 'inheemse' huishoudensgroei maar ook of vooral bestemd is voor 'nieuwkomers'.
Het CBS heeft op adresniveau gekeken naar gevestigde en vertrokken personen als gevolg van binnenlandse verhuizingen, emigratie en immigratie en administratieve correcties. Van deze adressen is vervolgens de ligging binnen of buiten een nationaal landschap bepaald. Vervolgens zijn totalen per jaar per nationaal landschap berekend.
Er zijn twee nationale landschappen waarvoor een ander beleidt geldt. Voor de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie geldt niet dat er enkel gebouwd mag worden voor ten hoogste de eigen bevolkingsgroei behalve daar waar ze samenvallen met andere nationale landschappen. Daarom wordt over deze twee nationale landschappen in deze indicator niet apart gerapporteerd.
Basistabel
Zie berekeningswijze.
Geografische verdeling
Nederland.
Andere variabelen
Zie berekeningswijze.
Verschijningsfrequentie
Per twee jaar.
Betrouwbaarheidscodering
A (Integrale enquête)

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
02
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2010). Migratiesaldo nationale landschappen, 2000-2008 (indicator 1512, versie 02, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.