Veiligheid primaire waterkeringen, 2017 - 2024

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) schat (januari 2025) in dat nog ongeveer 1.360 km van de primaire waterkeringen vóór 2050 versterkt moet worden om aan de norm te voldoen. Dit betekent dat van de in totaal 3.473 km primaire waterkeringen 61% wel al aan de norm voldoet. De voortgang van de dijkversterking blijft met 33 km per jaar (gemiddelde over de periode 2017 – 2024) achter bij het gemiddeld benodigde tempo van 54 km per jaar. Dit om in 2050 alle primaire waterkeringen aan de norm te laten voldoen. De planning tot en met 2034 laat een inhaalslag zien.

Dijkversterkingsopgave is groot

Primaire waterkeringen beschermen het land tegen overstromingen vanuit zee, grote rivieren en meren. Primaire waterkeringen zijn dijken, duinen en de bouwwerken die daar deel van uit kunnen maken, zoals gemalen, sluizen, damwanden en kademuren. De totale lengte aan primaire waterkeringen bedraagt bijna 3.500 km, opgesplitst in 237 'normtrajecten'. Een 'normtraject' is een aaneengesloten deel van een waterkering waaraan op grond van de Waterwet een specifieke wettelijke veiligheidsnorm is toegekend.

Vanaf 2017 zijn nieuwe waterveiligheidsnormen van kracht. In 2050 moeten alle primaire waterkeringen aan deze wettelijk waterveiligheidsnormen voldoen. Uit een beoordeling van de Inspectie Leefomgeving en Transport gepubliceerd in 2023 blijkt dat een aanzienlijk aandeel van de 237 normtrajecten nog niet aan de eisen voldoet. De kaart met het veiligheidsoordeel toont het oordeel over gehele normtrajecten. Delen van normtrajecten kunnen wel al aan de norm voldoen. 

Uit een inschatting van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) van de primaire waterkeringen blijkt dat 39% van het totaal aantal kilometers van de primaire waterkeringen nog niet voldoet aan de wettelijke norm in 2050. Op basis van de inschatting van het HWBP is bepaald welke delen van een normtraject voor 2050 versterkt moeten worden. Zolang versterking daar niet gerealiseerd is, zijn aangrenzende gebieden kwetsbaar voor overstroming.

Voortgang dijkversterking blijft achter bij gemiddeld benodigde tempo

In het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) worden primaire waterkeringen versterkt waar dit noodzakelijk is. De prioritering van projecten door HWBP geschiedt op basis van urgentie. Bij een versterkingsopgave van 1.360 km zal het aantal versterkte kilometers per jaar gemiddeld 54 kilometer moeten zijn om in 2050 alle primaire keringen te laten voldoen aan de dan geldende norm (HWBP 2024). De realisatie blijft met gemiddeld 33 km per jaar achter bij dit gemiddelde. De planning voor de versterking tot en met 2034 voorziet in een versnelling van het tempo naar gemiddeld 72 kilometer per jaar.

Wettelijke normen en beoordeling waterveiligheid primaire waterkeringen

In 2050 moeten alle normtrajecten voldoen aan de wettelijke normen die zijn opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (2024). De waterkeringbeheerders zijn verplicht om minstens iedere 12 jaar verslag uit te brengen over de staat van de primaire waterkeringen. Voor 2050 zijn er nog 2 beoordelingsrondes: in de periode van nu tot 2035 en van 2036 tot 2049. De volgende wettelijke normen zijn voor elk apart normtraject bepaald in de Waterwet:

  • Ondergrens: dit is de wettelijke ondergrens van de overstromingskans van het normtraject. Dit is het minimale beschermingsniveau van de waterkering.
  • Signaleringswaarde: als deze overstromingskans wordt bereikt dan hebben waterkeringsbeheerders voldoende tijd om de kering weer aan de norm te laten voldoen. 

In het schema ‘Verloop van veiligheid tijdens levensduur dijktraject’ staat ook met welke urgentie de waterkeringbeheerder maatregelen moet nemen om weer aan de norm te voldoen. Het schema laat zien dat hoe meer de norm overschreden wordt, hoe urgenter de noodzaak om de waterkering aan de norm te laten voldoen. Het is noodzakelijk om maatregelen ter verbetering of versterking af te ronden voordat de ondergrens wordt bereikt. Deze ondergrens geeft aan dat de waterkering niet meer voldoet aan de maximaal toelaatbare overstromingskans of faalkans. Als de signaleringswaarde wordt bereikt, dan betekent dit dat de waterkeringbeheerder kan starten met de voorbereidingen voor verbeteringen. 

Waterveiligheid in de Omgevingswet

Het huidige veiligheidsbeleid is vastgelegd in de Waterwet (2009) en vanaf 2024 opgenomen in de Omgevingswet. 

Voor alle primaire waterkeringen zijn normen opgesteld. Deze normen zijn gebaseerd op de kans op overstromen én de gevolgen van een overstroming. Ze zijn als omgevingswaarde in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) vastgelegd. In Bijlage II, onderdeel A van het Bkl, staan alle primaire waterkeringen en dijktrajecten op kaart weergegeven. De aanduiding op kaarten heeft als doel duidelijk te maken welke waterkeringen primair zijn, waar deze keringen liggen en hoe zij ingedeeld zijn in dijktrajecten. Onderdeel B van Bijlage II geeft vervolgens per dijktraject de omgevingswaarde weer (Besluit Kwaliteit Leefomgeving 2024)

Beleidsdoelstellingen NOVI

Deze indicator verwijst naar de volgende doelen en nationale belangen zoals opgenomen in de Nationale omgevingsvisie (Ministerie BZK 2020):

Nr.14 Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit)

Beleidskeuze 1.1 
Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Bij (her)ontwikkelingen wordt voorkomen dat het risico op schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer toeneemt, voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. We behouden en reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Veiligheid primaire waterkeringen

Omschrijving

Percentage primaire waterkeringen dat voldoet aan waterveiligheidsnormen die zijn opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Auteurs: Arno Bouwman en Ron Franken.  Supervisor: dr. Koen Overmars

Berekeningswijze

De waterschappen hebben 90% van de primaire waterkeringen in beheer, Rijkswaterstaat 10%. Bij het toetsen gaan de beheerders na of de sterkte van waterkeringen voldoet aan de wettelijk gestelde norm. Voor de sterke van de waterkering zijn o.a. hoogte en stabiliteit van belang. De beheerders sturen de toets rapporten aan de provincie die de rapporten voorziet van een beoordeling en vervolgens aanbiedt aan de Minister van Infrastructuur en Milieu. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT) beoordeelt vanuit haar onafhankelijke rol in het toezicht of de toetsing volgens de regels is uitgevoerd en stelt een rapportage op.

Basistabel

-

Geografische verdeling

-

Verschijningsfrequentie

12 jaar, de resultaten van de vierde beoordelingsronde primaire waterkeringen zijn in 2023 beschikbaar gekomen. De volgende beoordelingsronde is in 2035.

Achtergrondliteratuur

Inspectie Leefomgeving en Transport (2023) Landelijk beeld van de staat van primaire waterkeringen. Beoordelingsronde 2017-2023.

Betrouwbaarheidscodering

Integrale waarneming (2023)

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
07
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
06
versie‎
05
versie‎
04
versie‎
03

Referentie van deze webpagina

CLO (2025). Veiligheid primaire waterkeringen, 2017 - 2024 (indicator 2043, versie 07, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.