Bevolking en wonen

Nabijheid wonen en werken, 1996-2018

De regionale verschillen in onderlinge nabijheid van wonen en werken zijn groot. In Zuid-Holland heeft een inwoner zes tot zeven keer zo veel banen binnen een voor hem/haar acceptabele afstand dan in Zeeland. De onderlinge nabijheid van wonen en werken in Nederland is voor de gemiddelde inwoner in de periode 1996-2018 toegenomen met 4,5 procent.

Nabijheid

Agglomeratievoordelen kunnen worden behaald door korte reistijden voor woon-werkverkeer en zakelijk verkeer. Reistijden kunnen verkort worden door een hogere snelheid mogelijk te maken, maar met name door een kortere afstand tot werk en voorzieningen. Nabijheid is daarmee een andere manier om naar bereikbaarheid te kijken. De City van Londen is een mooi voorbeeld van bereikbaarheid door een hoge nabijheid van werk en voorzieningen.
Nabijheid is hier uitgedrukt als het percentage banen in Nederland dat op een acceptabele hemelsbrede afstand van de woonlocatie ligt. Hoe korter de afstand tussen woning en baan, hoe groter de bereidheid deze te overbruggen, en hoe groter het gewicht is dat aan deze baan wordt toegekend. Omdat voorzieningen ook banen representeren, geeft de nabijheid een indicatie van de algehele bereikbaarheid van werk en voorzieningen. De kaart laat zien dat de regionale verschillen in nabijheid groot zijn.
Wanneer bereikbaarheid wordt beoordeeld op basis van de te halen reissnelheid (zie Bereikbaarheid met de auto en het openbaar vervoer (OV) in 2018, op basis van de bereikbaarheidsindicator (BBI)), dan resulteert dat in relatief hogere scores in de periferie van Nederland en lagere scores in de Randstad. De nabijheidsindicator geeft in kaart 1 (Nabijheid van arbeidsplaatsen) echter aan dat juist in de Randstad de bereikbaarheid arbeidsplaatsen hoog is, rekening houdend met de ruimtelijke spreiding van arbeidsplaatsen. De werkgelegenheidsverdeling over Nederland land is hierbij zeer bepalend. Verschillen in reissnelheid binnen Nederland zijn veel minder groot dan verschillen in nabijheid. De snelheid ligt in de Randstad weliswaar wat lager, maar de grotere nabijheid van arbeidsplaatsen weegt daar ruimschoots tegenop.

Meer nabijheid, tot 2010 door meer ruimtelijke concentratie van banen, vanaf 2012 door meer ruimtelijke concentratie van bevolking.

De nabijheid van wonen en werken is in de periode 1996-2018 toegenomen met 4,5 procent. Tot 2010 was het vooral de ruimtelijke concentratie van banen die de nabijheid van wonen en werken met 1,4 procent heeft doen toenemen. Vanaf 2012 nam de nabijheid vooral toe door een veranderende ruimtelijke verdeling van de bevolking. Zowel de verdeling van inwoners en banen over provincies (sterkere groei van de Randstadprovincies) als die over gemeenten (sterke groei van de centrale steden) hebben bijgedragen aan een grotere nabijheid van wonen en werken.

Verandering van nabijheid wonen en werken: % ten opzichte van 1996
  Wonen Werken Totaal
1996 0,0 0,0 0,0
1998 -0,2 0,3 0,1
2000 -0,1 0,7 0,6
2002 -0,2 1,2 1,0
2004 -0,1 1,0 0,9
2006 0,0 0,9 0,9
2008 0,1 0,6 0,7
2010 0,5 1,0 1,5
2012 1,0 0,7 1,7
2014 1,5 1,4 2,9
2016 2,0 2,1 4,2
2018 2,3 2,2 4,5
Bron: PBL


De verbetering van de nabijheid is echter enigszins getemperd, doordat een belangrijk deel van deze groei plaatsvond aan de stadsranden. Uit grafiek 2 (Verandering nabijheid van arbeidsplaatsen naar stedelijkheidsklasse) blijkt dat tussen 1996 en 2018 de nabijheid weliswaar hoofdzakelijk is toegenomen in stedelijk gebied, maar dan met name in matig stedelijk gebied: van de 4,5 procent toename in nabijheid tussen 1996 en 2018 heeft 1,8 procent plaatsgevonden in matig stedelijk gebied.
Uit kaart 2 (Verandering van de nabijheid van arbeidsplaatsen) blijkt dat, over de gehele periode gezien, vooral in de Noordvleugel van de Randstad met een ruime zone naar het noordoosten toe (Amsterdam, Utrecht, Amersfoort, Flevoland, Zwolle) en rond Eindhoven meer banen binnen een goed bereikbare afstand zijn gekomen. Vooral in Oost-Groningen, Limburg en Zeeland is het aandeel op een goed bereikbare afstand gelegen banen afgenomen.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Nabijheid wonen en werken

Omschrijving

Aandeel banen in Nederland binnen een acceptabele hemelsbrede afstand

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), auteur Jeroen Bastiaanssen

Berekeningswijze

Op basis van het aantal banen (van 12 uur of meer) per viercijferig postcode gebied, de hemelsbrede afstand tussen postcodegebieden en de bereidheid om in het woon-werkverkeer bepaalde afstanden te overbruggen is uitgerekend welk deel van de Nederlandse banen vanuit elk postcodegebied op een acceptabele afstand ligt. Vervolgens is op basis van het aantal inwoners per postcodegebied berekend welk deel van de Nederlandse banen voor de gemiddelde Nederlander binnen een acceptabele afstand ligt.Bij de uitsplitsing naar stedelijkheid zijn de vijf stedelijkheidsklassen van het CBS gebruikt. Deze zijn gebaseerd op adressen per km²: >2500 (zeer sterk stedelijk), 2500-1500 (sterk stedelijk), 1500-1000 (matig stedelijk), 1000-500 (weinig stedelijk) en <500 (niet-stedelijk)

Verschijningsfrequentie

1 keer per twee jaar

Betrouwbaarheidscodering

Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2020). Nabijheid wonen en werken, 1996-2018 (indicator 2134, versie 05 , 29 september 2020 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.