Bevolking en wonen

Aanbod, gebruik en reistijdverlies weginfrastructuur, 2000-2015

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Tussen 2000 en 2015 is het rijkswegennet uitgebreid met 387 kilometer; dat is een toename van 8 procent. Feitelijk is de uitbreiding nog iets groter, omdat in dezelfde periode een aantal rijkswegen aan de provincies is overgedragen. Daarnaast is de capaciteit van het rijkswegennet vergroot doordat extra rijstroken en spitsstroken zijn opengesteld. Dat leidde in dezelfde periode tot een toename van het aantal rijstrookkilometers met 15 procent. Het aantal trajecten met gewenste reistijd is tussen 2000 en 2014 toegenomen tot 93 procent. Sinds 2013 is er weer sprake van een afname van het aantal trajecten met gewenste reistijd in de spits, van 89 procent in 2010 naar 87 procent in 2015.

Lengte en capaciteit rijkswegennet toegenomen

Tussen 2000 en 2015 is het rijkswegennet met 387 kilometer uitgebreid; dat is een toename van bijna 8 procent (zie figuur 2.1). Het netwerk is uitgebreid door onder andere de openstelling van de A50 tussen Oss en Eindhoven en de doortrekking van de A37 van Hoogeveen naar Emmen. In dezelfde periode is in deze periode een aantal rijkswegen aan de provincies overgedragen.

Daarnaast is op een aantal plekken de capaciteit vergroot doordat extra rijstroken en spitsstroken zijn opengesteld. Dat leidde in dezelfde periode tot een toename van het aantal rijstrookkilometers met 15 procent.

Aantal trajecten met gewenste reistijd neemt toe

De beleidsstreefwaarde, zoals die is gedefinieerd in de Nota Mobiliteit 2005, is dat op alle onderscheiden trajecten in de spits (100 procent) acceptabele reistijden worden bereikt. De congestie neemt de laatste jaren weer toe. Het aantal trajecten met de gewenste reistijd in de spits liet na een geleidelijke afname sinds 2002 weer een toename zien sinds 2008. Maar sinds 2013 is er weer sprake van een afname van het aantal trajecten met gewenste reistijd in de spits, van 89 procent in 2010 naar 87 procent in 2015.
Een acceptabele gemiddelde reistijd op de snelwegen tussen de steden in de spits is gedefinieerd als maximaal anderhalf keer de gemiddelde reistijd buiten de spits. Op snelwegen rond steden, en op niet-autosnelwegen die onderdeel zijn van het hoofdwegennet, is een acceptabele gemiddelde reistijd in de spits gedefinieerd als maximaal twee keer de gemiddelde reistijd buiten de spits.

Oorzaken reistijdverlies

De toename van het aantal trajecten met de gewenste reistijd in de periode 2000-2014 is de resultante van twee tegengestelde ontwikkelingen. Enerzijds nam het reistijdverlies toe door vooral een toename van de bevolking, het aantal banen en het autobezit. Anderzijds droegen beleidsmaatregelen als de aanleg van extra rijstroken en verkeersmanagement bij aan een reductie van het reistijdverlies. Het tijdverlies door files is na een gestage toename tot 2008 en daarna een lichte afname tot 2010, vanaf 2010 tot 2013 scherp gedaald naar iets boven het niveau van 2000. Tussen 2014 en 2015 is echter een forse toename van de congestie zichtbaar (+22%). Het grootste aandeel in de toename van 22 procent reistijdverlies op het hoofdwegennet in 2015 heeft de avondspits (16-18 uur 45 procent; 7-9 uur 23 procent; rest van de dag 33 procent). De ontwikkeling van de onbetrouwbaarheid van de reistijd loopt vrijwel gelijk op met de verliestijd in files. Onbetrouwbaarheid definiƫren we als de mate waarin de reistijd langer of korter is dan de reistijd die de reiziger van tevoren verwacht, uitgedrukt in de standaarddeviatie van de verdeling van de reistijd, in minuten.

Beleidsdoelstellingen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Deze indicator verwijst naar de volgende doelen en nationale belangen:

  • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland (concurrerend)
  • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat (bereikbaar)
  • Nationaal Belang: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationaal bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren
  • Nationaal Belang: Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen
  • Nationaal belang: Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem.
  • Bijlage 6 van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Deze bijlage bevat de essentiĆ«le onderdelen Nota Mobiliteit die (gewijzigd) van kracht blijven met de SVIR.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aanbod, gebruik en reissnelheid weginfrastructuur

Omschrijving

De ontwikkeling van de lengte en de capaciteit van het rijkswegennet en het reistijdverlies in de spits en de belangrijkste oorzaken daarvan.

Verantwoordelijk instituut

Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), auteurs: Peter Jorritsma (KiM).

Berekeningswijze

De gemiddelde reistijd op snelwegen tussen de steden in de spits is maximaal anderhalf keer zo lang als de reistijd buiten de spits. Op snelwegen rond de steden en niet autosnelwegen die onderdeel zijn van het hoofdwegennet is de gemiddelde reistijd in de spits maximaal twee keer zo lang als de reistijd buiten de spits.

Geografisch verdeling

Nederland

Achtergrondliteratuur

CBS (2015), Lengte rijkswegen, CBS Statline.
KiM (2010), Verkenning mobiliteit en bereikbaarheid 2011-2015.
KiM (2015), Mobiliteitsbalans 2015
RWS (2016), Publieksrapportage Rijkswegennet. Jaaroverzicht 2015. Rijkswaterstaat. Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Betrouwbaarheidscodering

Lengte en capaciteit wegennet, prestaties hoofdwegennet: integrale waarneming.
Trajecten met de gewenste reistijd in de spits, oorzaken reistijdverlies: Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2016). Aanbod, gebruik en reistijdverlies weginfrastructuur, 2000-2015 (indicator 2137, versie 03 , 7 september 2016 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.