Verkeer en ruimte

Ontwikkeling aantal multimodale vervoersknooppunten, 1996-2018

Het aantal multimodale vervoersknooppunten (stations en/of metro/sneltramhaltes nabij autosnelwegafritten) is in de periode 1996-2018 landelijk met 18 procent toegenomen (van 130 naar 153). De grootste toename met 24 % (van 25 naar 31) vond plaats in Zuid-Holland. Van het totaal aantal stations (395) en metro/sneltramhaltes (156) is de grote meerderheid niet nabij een aansluiting op het autosnelwegennet gelegen, omdat het hierbij veelal gaat om binnenstedelijke locaties.

Aantal stations/haltes nabij autosnelwegafritten is toegenomen

De 18% toename van het aantal multimodale vervoersknooppunten (van 130 naar 153) tussen 1996 en 2018 komt vooral door de opening van nieuwe stations en metro/sneltramhaltes in de Randstad (onder andere Randstadrail Den Haag-Rotterdam, metrolijn C Spijkenisse-Pernis-Schiedam, en metrolijn 50 Amsterdam). Daarnaast zijn een aantal bestaande stations door de op- en afritten van nieuwe snelwegen inmiddels multimodaal ontsloten. Een voorbeeld daarvan is station Nieuw Amsterdam in Veenoord, dat in 2008 multimodaal werd nadat de N37 (het gedeelte ten oosten van knooppunt Holsloot) was getransformeerd tot autosnelweg. In Noord-Holland neemt het aantal multimodale knopen na 2010 iets af van 39 naar 37 (in 2012) omdat de snelwegstatus van sommige (delen van) autosnelwegen is komen te vervallen. Dit betreft bijvoorbeeld de A208 die in 2009 werd omgezet tot een stadsomsluitingsweg (maximaal 70 km per uur), waarmee de status van de nabij gelegen stations als multimodaal knooppunt is vervallen.
Het aantal stations en metro/sneltramhaltes is vooral in de Randstad en in beperktere mate ook in Gelderland toegenomen. Het aantal aansluitingen op het autosnelwegennet is vooral in Limburg, Noord-Brabant en Drenthe toegenomen door de openstelling van nieuwe autosnelwegen (respectievelijk de A50, de A73 en A37).

Definitie multimodaal vervoersknooppunt

Een station is een multimodaal vervoersknooppunt als het ligt binnen 1500 meter (hemelsbreed) van een op of afrit van een autosnelweg.
Een metro of sneltramhalte is een multimodaal vervoersknooppunt als het ligt binnen 800 meter (hemelsbreed) van een op of afrit van een autosnelweg.
Als een station tevens een metro of sneltramhalte is (halte binnen 300 meter), telt het maar 1 keer mee.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ontwikkeling aantal multimodale vervoersknooppunten per provincie

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Berekeningswijze

Voor de jaren 1996, 2000, 2002, 2004, 2006, 2008, 2010, 2012, 2014, 2016 en 2018 zijn de coördinaten van stations, metrosneltramhaltes en op/afritten bekend. Berekend is hoeveel stations en metosneltramhaltes binnen 1500 meter respectievelijk 800 meter hemelsbreed van een op en afrit liggen. Als een station ook een metrosneltramhalte kent, telt dit knooppunt maar 1 keer mee.

Geografisch verdeling

Landelijk

Verschijningsfrequentie

1 keer per twee jaar

Betrouwbaarheidscodering

Integrale enquete.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2020). Ontwikkeling aantal multimodale vervoersknooppunten, 1996-2018 (indicator 2142, versie 05 , 29 september 2020 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.