Historische lijnen in het landschap, 2024

Het Nederlandse landschap is gevormd door een samenspel van menselijk handelen en natuurlijke processen, dat eeuwen heeft geduurd. Historische lijnen die nu nog in het landschap zijn te zien, zijn onder andere waterlopen, (tracés van) wegen, bomenrijen, hagen en heggen. Deze historische lijnen maken de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap zichtbaar en zijn van grote cultuurhistorische waarde. 

Lijnvormige elementen uit het kleinschalig cultuurlandschap in 1950

Rond 1950 was het Nederlandse cultuurlandschap nog overwegend kleinschalig. Er waren veel eeuwenoude lijnvormige elementen in het landschap aanwezig, zoals waterlopen, bomenrijen, houtwallen, hagen, singels en wegen. Na 1950 ontstond er onder andere door de naoorlogse wederopbouw en door ruilverkavelingen op veel plaatsten een grootschaliger landschap. Veel van de historische lijnelementen zijn daarbij verdwenen. 
De overgebleven lijnelementen zijn overigens niet meer altijd dezelfde als in 1950, maar liggen wel op dezelfde locatie als toen. Bomenrijen kunnen opnieuw zijn aangeplant en wegen op historische tracés kunnen inmiddels geasfalteerd zijn.

Historische lijnelementen in het landschap zijn belangrijk om verschillende redenen. Ze zijn cultureel erfgoed en vertellen het verhaal van hoe mensen vroeger het landschap gebruikten en vormgaven. Deze structuren geven een gebied zijn karakter en maken de geschiedenis in het heden zichtbaar. Daarnaast zijn deze lijnelementen van ecologische waarde als leefgebied en verbindingsroutes voor planten en dieren. Bovendien verhogen ze de aantrekkelijkheid van het landschap en dragen ze bij aan toerisme en ontspanning.

Verschillen per provincie 

De dichtheid van historische elementen verschilt per provincie. Historische waterlopen zijn in het hele land nog veel aanwezig. Vooral in de West- en Noord-Nederlandse veenweidegebieden zijn ze nog steeds bepalend voor het landschap. In deze gebieden hadden en hebben deze waterlopen een belangrijke functie in de waterhuishouding.

Historische wegen komen het meest voor in de hogere delen van het land, op de zandgronden. In de lagere en nattere klei- en veengebieden was het een stuk lastiger om wegen aan te leggen. Veel vervoer ging in deze gebieden daarom over water. Historische bomenrijen, singels en hagen komen ook het meest in de hogere gebieden voor. Daar werden hagen, singels en houtwallen ook als perceelscheiding gebruikt, terwijl in laag Nederland deze uit sloten bestonden.

Bronnen

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Historische lijnen in het landschap

Omschrijving

Toestand en trend van historische lijnelementen

Verantwoordelijk instituut

Wageningen Environmental Research; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Berekeningswijze

De gegevens zijn ontleend aan de Monitor Landschap

Voor de laatste meting van de historische lijnelementen is gebruikgemaakt van:

  • TOP10NL van september 2024
  • TOPO-tijdreis kaartbladen (topografische kaart 1:25.000) van 1950 en 1955 voor de Noordoostpolder 

Uit de verschillende lagen van de TOP10NL zijn de lijnvormige waterdelen, wegdelen en bosdelen geselecteerd. Vervolgens zijn de lijnstukken die voor minstens 15% overeenkomen met lijnen op de kaart van 1950 gemarkeerd als historisch lijnelement. Hierbij is uitgegaan van de lijnstukken in de Top10NL met een marge; er zijn geen lijnstukken samengevoegd of gesplitst voor de inventarisatie van 1950.

De indicator laat niet zien hoeveel en welke landschapselementen sinds 1950 verdwenen zijn; het toont de lijnelementen van de huidige topografische kaart die ook in 1950 al aanwezig waren.

De keuze voor 1950 is pragmatisch, omdat er van die periode kaarten voor heel Nederland beschikbaar zijn. Voor de Noordoostpolder (eind jaren 40 afgerond) is de kaart van 1955 gebruikt, omdat op eerdere kaarten de polder nog niet volledig ingetekend is.

Basistabel

Niet van toepassing

Geografische verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Tweejaarlijks

Achtergrondliteratuur

Het verantwoordingsdocument van de indicator is te vinden op Monitor Landschap

Opmerking

In 2026 is er een nieuwe methode toegepast om de gegevens per provincie te verkrijgen. Voordien werd iedere vector toegewezen aan de provincie waar het grootste deel in ligt. Dit bleek in 2026 voor enkele grote watervlakken op de grens van Utrecht en Noord-Holland problemen op te leveren (door wijzigingen verschoof een vlak naar een andere provincie). Vanaf 2026 worden alle vectoren op de provinciegrens gesplitst waardoor iedere provincie haar deel krijgt, dit is met name zichtbaar in de cijfers voor historische waterlopen. De nieuwe gegevens zijn in deze versie van deze indicator gepubliceerd. De vorige versies van deze indicator bevatten de gegevens van de verouderde methode.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
03
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
02

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Historische lijnen in het landschap, 2024 (indicator 2202, versie 03, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.