Exoten in Nederland, 1900-2024

Het aantal nieuwe soorten dat zich door toedoen van de mens in Nederland vestigt, neemt sterk toe. Dit geldt ook voor invasieve exoten, die schade kunnen veroorzaken. Het gaat hierbij vooral om geleedpotigen (insecten) en planten, die elders uit Europa, uit Noord-Amerika en/of Azië komen. Nieuwe soorten komen hier meestal terecht door handel of transport.

Aantal exoten neemt toe

De Nederlandse flora en fauna veranderen voortdurend. Sinds 1900 neemt het aantal exoten toe. Exoten zijn planten- en diersoorten die Nederland niet op eigen kracht hebben bereikt. Ze zijn door direct of indirect toedoen van de mens vanuit hun oorspronkelijke verspreidingsareaal naar Nederland gebracht en kunnen zich hier zelfstandig in het wild voortplanten. De meeste soorten komen elders uit Europa, uit Noord-Amerika of Azië of hebben meerdere herkomstgebieden. De meeste mariene soorten zijn afkomstig uit de Noordelijke Stille Oceaan en Noordelijke Atlantische Oceaan.

Veel exoten komen hier via handel en transport terecht

Een deel van de exoten is door de mens bewust ingevoerd in Europa of Nederland voor gebruik, zoals de Japanse oester voor de oestercultuur en de muskusrat voor de pelsdierfokkerij. Andere exoten zijn uitgezet voor de sport- of beroepsvisserij. Maar er zijn ook soorten die onbedoeld hierheen komen. Voorbeelden hiervan zijn de bruine rat en de Amerikaanse zwaardschede (schelp) die onder meer met schepen of andere transporten meeliften, bijvoorbeeld in ballastwater. Ook de tijgermug, die met autobanden uit Azië meekomt, is hier een voorbeeld van.

Exoten zijn vaak ontsnapt, losgelaten of geloosd

Handel in exotische planten en dieren is de belangrijkste wijze waarop nieuwe soorten hier komen. Deze soorten ontsnappen soms uit gevangenschap of worden losgelaten, zoals de nijlgans en de halsbandparkiet. Ook worden ze soms geloosd in wateren, zoals de waterplant ‘grote vlotvaren’. In de Nederlandse zoete wateren heeft onder andere de aanleg van het Rijn-Donaukanaal in 1992 geleid tot een grote toename van het aantal vissoorten en macrofauna-soorten. Deze kleine ongewervelde dieren (insecten, slakken, etc.) leven in het oppervlaktewater, zoals de Kaspische slijkgarnaal. Voorheen konden deze soorten Nederland niet bereiken, maar met de aanleg van het kanaal hebben deze soorten zich vanuit de Donau in het Rijnstroomgebied kunnen verspreiden. 

Invasieve exoten kunnen schadelijk zijn voor de mens

Een exoot is invasief als deze zich sterk verspreidt en dus een plaag wordt. Het aantal (potentieel) invasieve exoten neemt toe; de laatste vier decennia sneller dan in de perioden daarvoor. Invasieve exoten kunnen zeer schadelijk zijn voor de volksgezondheid en de veiligheid. Zo kunnen de pollen van alsemambrosia zeer heftige allergische reacties veroorzaken. Aanraking van de reuzenberenklauw kan onder invloed van zonlicht grote blaren op de huid geven. De beverrat en muskusrat graven holen en ondermijnen daarmee dijken en andere waterkeringen waardoor deze instabiel kunnen worden en het risico op doorbraak groter wordt.

Exoten kunnen inheemse soorten verdringen

Invasieve exoten kunnen ook schadelijk zijn voor inheemse soorten en ecosystemen. Ze kunnen inheemse soorten wegconcurreren, opeten, infecteren of zich ermee vermengen en ecosystemen veranderen. Zo raken substraten in zee geheel overgroeid met de Japanse oester, waardoor de inheemse platte oester verdrongen wordt. De Amerikaanse zwaardschede en de druipzakpijp worden als schadelijk beschouwd omdat hun massale aanwezigheid andere schelpdieren belemmert.

Ook het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje, die geïntroduceerd is als biologische bestrijder van bladluizen, is een invasieve exoot. Deze soort eet inheemse lieveheersbeestjes op, waardoor er geen inheemse lieveheersbeestjes meer zijn op plekken waar het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje voorkomt. De uitgezette zonnebaars eet in vennen amfibieën en libellenlarven op. In de vennen waar de zonnebaars in grote aantallen aanwezig is, zijn aantoonbaar minder libellenlarven en amfibieën en gaat de biodiversiteit achteruit.

Japanse duizendknoop, die op veel plaatsen massaal aanwezig is, overgroeit door de vroege, snelle lengtegroei en de vorming van een gesloten bladerdek de overige vegetatie geheel en verdringt deze. Ook het aantal soorten insecten zoals bosmieren en vlinders wordt lager als Japanse duizendknoop de groeiplaats domineert. Bovendien kan de Japanse duizendknoop grote schade veroorzaken aan funderingen, verhardingen, infrastructuur, rioleringen en drainagebuizen.

Exoten kunnen ziekten overbrengen

Exoten kunnen ook schadelijk zijn doordat ze ziekten overbrengen. De geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft vernielt waterplanten en eet viseieren en -larven. Daarnaast is deze soort soms besmet met kreeftenpest (een schimmel), waartegen de inheemse Europese rivierkreeft niet resistent is. Hierdoor is deze laatste soort, die op bijlage V van de Habitatrichtlijn staat, in Nederland bijna uitgestorven. 
De dikkopelrits komt sinds 2007 in Nederland voor. Deze uitgezette vissoort is drager van een bacterie die een dodelijke ziekte voor andere vissen veroorzaakt. De dikkopelrits wordt daarom actief bestreden.

Financiële schade door exoten is aanzienlijk

De financiële schade die exoten veroorzaken kan enorm zijn. De precieze kosten zijn onbekend. Van der Weijden (2005) schatte de totale jaarlijkse schade van exoten op 1,3 tot 2,2 miljard euro. Dit was inclusief de kosten van schade en bestrijding van uitheemse besmettelijke ziekten. 

De waterschappen geven jaarlijks circa € 42 miljoen uit aan het wegvangen van muskus- en beverratten. De muskusrat graaft holen in dijken en andere waterkeringen en wordt daarom intensief bestreden.

Daarnaast geven waterschappen jaarlijks circa € 3,3 miljoen uit aan de bestrijding van invasieve exotische waterplanten, zoals grote waternavel en waterteunisbloem. Deze woekerende waterplanten veroorzaken zuurstofloos water onder een gesloten dek van drijvende planten, verstoppen watergangen en laten gemalen vastlopen. Waterschappen ruimen de woekerende waterplanten op om de waterdoorgang weer vrij te maken en de waterkwaliteit niet te laten verslechteren. 
Ondanks het wettelijk verbod (zie hieronder) en intensieve bestrijding, breiden deze waterplanten zich nog steeds uit.

De kosten van alle provincies voor de complete aanpak van invasieve exoten bedroegen opgeteld naar schatting minimaal 40 miljoen euro in de periode 2018-2023. In het provinciaal ambitieplan schatten de provincies de totale kosten op ruim 143 miljoen euro voor een periode van vier jaar. 

Invasieve exoten op Unielijst moeten bestreden worden

In het internationale natuurbeleid is veel aandacht voor exoten. Het beleid van de Europese Unie en de Convention on Biological Diversity (CBD) is mede gericht op invasieve exoten. Op 1 januari 2015 is een nieuwe EU-verordening (Nr. 1143/2014) van kracht geworden. Deze is gericht op het voorkomen en beheersen van schade aan biodiversiteit en ecosysteemdiensten door invasieve exoten. Centraal in deze verordening staat een lijst met invasieve exoten: de Unielijst. EU-landen moeten de invasieve exoten op de Unielijst bestrijden en vestiging ervan voorkomen. Het is vanaf 3 augustus 2016 verboden om de planten en dieren op de Unielijst te importeren, te kweken of te fokken, te verhandelen en te bezitten. Dierenwinkels en tuincentra mogen de planten en dieren op de lijst niet meer verkopen. Als deze soorten zich toch hebben gevestigd, dan moeten de dieren zo snel mogelijk worden weggevangen en de planten worden vernietigd. Zijn invasieve exoten niet meer te vangen of te vernietigen? Dan moet verdere verspreiding worden voorkomen. Voor de soorten op de Unielijst heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een strategie voor eliminatie en beheer. Met ingang van 7 augustus 2025 heeft de Europese Unie 26 nieuwe soorten aan de Unielijst toegevoegd, waardoor het totaal op 114 soorten komt.

Terugdringing exoten via ballastwater met verdrag geregeld

Om de introductie van exoten in zee via het ballastwater van schepen te verminderen, heeft de Internationale Maritieme Organisatie in 2004 een verdrag opgesteld (de International Convention for the Control and Management of Ships' Ballast Water and Sediments). Hierin wordt afgesproken dat zeeschepen moeten worden voorzien van goedgekeurde behandelingsinstallaties die het ballastwater vrijmaken van organismen. Het verdrag is in 2017 in werking getreden. Op die datum hebben meer dan 60 lidstaten die meer dan 70 procent van de wereldhandelstonnage vertegenwoordigen getekend. Nederland heeft de conventie in mei 2010 al ondertekend.

Europese beleidsdoelen zijn aangescherpt

Ondanks alle inspanningen zijn de doelstellingen van de EU en de CBD voor 2020 niet gehaald; het aantal (potentieel) invasieve exoten neemt nog steeds toe. De doelen en maatregelen zijn daarom aangescherpt. De nieuwe doelstelling van de CBD voor 2030 is: Beheer van routes voor de introductie van invasieve uitheemse soorten, het voorkomen of verminderen van hun introductie en vestiging met ten minste 50 procent, en controle of uitroeiing van populaties om hun impact te elimineren of te verminderen, met de nadruk op prioritaire soorten zoals Rode lijst soorten en prioritaire locaties. In de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 is het doel: Het aantal soorten van de Rode Lijst dat door invasieve uitheemse soorten wordt bedreigd, is met 50 % gedaald.

In Nederland aanvalsplan invasieve exoten gepresenteerd

In Nederland heeft in januari 2026 het ministerie van LVVN een landelijk aanvalsplan invasieve exoten gepresenteerd. In het aanvalsplan worden maatregelen genoemd die verder gaan dan de Europese verordening, zoals een verkenning van een nationaal handelsverbod op en vroege eliminatie van invasieve exoten die niet op de Unielijst staan en in Nederland problematisch zijn. In het aanvalsplan zijn bovendien landelijke afspraken opgenomen die LVVN en de provincies hebben gemaakt over de prioritering en ambities per soort. Hiertoe hebben de provincies eind 2024 een provinciaal ambitiedocument invasieve uitheemse soorten aan LVVN aangeboden. Provincies zijn sinds 1 januari 2018 verantwoordelijkheid voor eliminatie-, beheers- en herstelmaatregelen van een aantal invasieve exoten. Dit is vastgelegd in de Regeling natuurbescherming. 

LVVN wordt bij het exotenbeleid ondersteund door het team invasieve exoten (TIE) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Het team adviseert, laat risicoanalyses en surveys uitvoeren en communiceert daarover naar particulieren, terreinbeheerders, waterschappen en bedrijfsleven. De NVWA controleert ook de handel in en het bezit van invasieve exoten. 

Een aantal soorten is succesvol bestreden

De afgelopen jaren zijn een aantal invasieve soorten van de Unielijst van invasieve exoten succesvol bestreden. Het gaat onder meer om de Amerikaanse sierkikker in Limburg, een populatie Pallas’ eekhoorns in Weert en de huiskraai in Hoek van Holland. Na 2019 zijn nog af en toe enkele exemplaren waargenomen van de Pallas’ eekhoorn en de huiskraai (waarneming.nl). 

Voor soorten die niet meer kunnen worden geëlimineerd, is beheeraanpak de enige mogelijkheid. Het beheersen van invasieve soorten is een uitdaging. Een afwijkende aanpak is het gebruik ervan als voedselbron. Sinds 8 juli 2016 is commerciële vangst van Chinese wolhandkrab en uitheemse rivierkreeften mogelijk in Nederland (via de Vrijstellingsregeling bevissing) als beheersmaatregel ten aanzien van deze soorten.

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Exoten in Nederland 1900 -2024

Omschrijving

Aantal soorten exoten en (potentieel) invasieve exoten van verschillende soortengroepen cumulatief hun herkomst en wijzen van introductie.

Verantwoordelijk instituut

WUR, auteur: Marlies Sanders

Berekeningswijze

Bron cijfers: 
Tabel Nederlands soortenregister: Export 20250601-132628.

Volgens het Nederlands soortenregister zijn exoten soorten die niet op eigen kracht Nederland bereiken, maar door de mens worden binnengebracht. Soorten die voor 1500 geïntroduceerd zijn en zich sindsdien gehandhaafd hebben, worden niet als exoot beschouwd. Dit geldt bijvoorbeeld voor soorten die de Romeinen naar ons land hebben gebracht. 
De soorten in het soortenregister zijn ingedeeld in verschillende categorieën voor de status van het voorkomen. Voor een selectie van exoten zijn de categorieën 2, 2a, 2b en 2c relevant. De groep 2d is niet meegenomen. 


Uitleg categorieën:

  • 2 Exoot (onbepaald): door de mens geïntroduceerd, precieze status moet nog bepaald worden.
  • 2a Exoot: door de mens geïntroduceerd, en heeft zich minimaal 100 jaar na introductie zelfstandig kunnen handhaven (voortplantend).
  • 2b Exoot: door de mens geïntroduceerd en heeft zich tussen 10 en 100 jaar zelfstandig kunnen handhaven (voortplantend).
  • 2c Exoot: door de mens geïntroduceerd en heeft zich minder dan 10 jaar zelfstandig kunnen handhaven (voortplantend).
  • 2d Exoot: door de mens geïntroduceerd en zich niet voortplantend. Vaak zullen deze soorten weer verdwijnen en daarom niet worden opgenomen.

Jaartal is een peildatum waarvan berekend is hoeveel (invasieve) exoten er op dat moment in Nederland aanwezig zijn gebaseerd op jaar van introductie en als dat niet bekend was, het jaar van eerste melding. Bij de opgave van een periode is de peildatum gekozen die het dichtst bij het middelste jaar van die periode is gelegen. De database van het Nederlands Soortenregister bevat - indien bekend - informatie over: het jaar van introductie, de wijze van introductie, herkomst van de soorten, de mate van invasiviteit, de verspreiding binnen Nederland, het habitat en de ecologische impact. Met de gegevens in de tabel zijn grafieken gemaakt.

Basistabel

Tabel Nederlands soortenregister: Export 202105220250601-094338132628. 

http://www.nederlandsesoorten.nl/.

Geografische verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

Elke 5 jaar

Betrouwbaarheidscodering

C. Op basis van administratieve opgaven.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
03
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
02
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Exoten in Nederland, 1900-2024 (indicator 1622, versie 03, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.