Opbrengsten van belastingen op vervuilende activiteiten en grondstoffengebruik, 2001-2024
In 2024 betaalden bedrijven en huishoudens de overheid ruim 7 miljard euro aan belastingen en heffingen op vervuilende activiteiten en grondstoffengebruik. Vooral huishoudens droegen bij met meer dan 70 procent van het totaal. Bij vervuiling gaat het met name om afvalstoffenheffing en reinigingsrechten, rioolheffing, en heffingen op waterverontreiniging. Bij grondstoffengebruik is één belasting actief, de leidingwater- en grondwaterbelasting.
Milieubelastingen en milieuheffingen
Milieubelastingen gaan naar de algemene middelen van de overheid en zijn vooral gekoppeld aan het bezit en gebruik van auto’s of motoren en energieverbruik. Milieuheffingen dienen ter bekostiging van specifieke milieudoeleinden. Daarbij zijn afvalstoffenheffing en reinigingsrechten, rioolrechten en waterverontreinigingsheffing de belangrijkste posten.
Huishoudens betalen meer
Belastingen en heffingen op vervuilende activiteiten omvatten de waterverontreinigingsheffing, rioolheffing en rioolrechten, afvalstoffenheffing en reinigingsrechten, afvalstoffenbelasting, verpakkingenbelastingen, geluidsheffing burgerluchtvaart, mineralenheffingen en grondwaterheffing/nazorgheffing stortplaatsen. De leidingwater- en grondwaterbelasting is de enige actieve belasting op grondstoffengebruik. Het merendeel van de belastingen en heffingen op vervuiling en grondstoffen wordt geïnd door lokale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen).
Huishoudens betaalden in 2024 meer dan 70 procent van alle belastingen en heffingen op vervuilende activiteiten en grondstoffengebruik, en bedrijven minder dan 30 procent. Dit is in de loop der tijd vrij constant gebleven. In 2001 ontving de overheid 2,3 miljard euro van huishoudens en 1,2 miljard van het bedrijfsleven. In 2024 zijn de opbrengsten gestegen naar respectievelijk 5,3 en 2,0 miljard euro. Een zeer klein deel (minder dan 1 procent) wordt betaald door niet-ingezetenen; dit is dan vooral leiding- en grondwaterbelasting.
Huishoudens belast voor verontreiniging, bedrijven ook afval en verpakkingen
Daarnaast is er verschil in welke belastingen huishoudens en bedrijven betalen.
Zowel bedrijven als huishoudens betalen afvalstoffenheffing en reinigingsrechten (totaal 2,5 miljard euro in 2024), rioolheffing (2,0 miljard) en waterverontreinigingsheffing (1,8 miljard). Maar huishoudens betalen hier het meest, met respectievelijk 2,0 miljard, 1,6 miljard en 1,3 miljard euro.
Wat huishoudens niet of nauwelijks betalen maar bedrijven wel, zijn de afvalstoffenbelasting (7 respectievelijk 251 miljoen in 2024) en verpakkingenbelastingen of afvalbeheerbijdrage (437 miljoen voor bedrijven). De overheid ontvangt slechts kleine bedragen uit geluidsheffing burgerluchtvaart, mineralenheffingen en grondwaterheffing/nazorgheffing.
De grondwater- en leidingwaterbelasting is in de loop der tijd afgenomen van 134 miljoen in 2001 naar 10 miljoen in 2024 voor bedrijven, maar juist toegenomen voor huishoudens van 100 naar 322 miljoen. De leidingwaterbelasting wordt betaald door bedrijven of huishoudens die water geleverd krijgen via een aansluiting, al dan niet van drinkwaterkwaliteit. De grondwaterbelasting was een belasting die tot 2012 door het rijk werd geheven op het onttrekken van grote hoeveelheden zoet grondwater aan de bodem. Dit betrof niet particulieren die kleinere hoeveelheden water onttrekken.
Bronnen
- CBS (2025). StatLine: Milieubelastingen en milieuheffingen; nationale rekeningen. CBS, Den Haag/Heerlen.
Relevante informatie
- Meer informatie over milieuheffingen en -belastingen is te vinden in de StatLine-tabel (CBS).
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Milieubelastingen en -heffingen voor huishoudens
- Omschrijving
De totale betalingen (in euro) per huishouden aan milieubelastingen en -heffingen.
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
- Berekeningswijze
De toelichting bij de StatLine-tabel (CBS, 2025) bevat links naar de methodebeschrijving.
In 2024 en 2025 heeft er revisie plaatsgevonden van de uitkomsten uit de nationale rekeningen. Hiermee zijn ook de gegevens over milieubelastingen en -heffingen gereviseerd. De belangrijkste wijziging is dat de vermindering van energiebelasting is geregistreerd als inkomensoverdracht, en geen onderdeel meer is van de belastingen. Wel is dit item apart opgenomen in de Statline-tabel voor de milieubelastingen, omdat het uitgaat van daadwerkelijke betaalde (netto) bedragen. Er zijn gereviseerde gegevens beschikbaar vanaf 1995. De cijfers voor 2024 zijn voorlopig.
Met de revisie is ook een nieuwe indeling in de Statline-tabel voor milieubelastingen en -heffingen geïntroduceerd. Deze indeling is conform de Eurostat-indeling van milieubelastingen en -heffingen, in de vier groepen Energie, Vervoer, Vervuiling en Grondstoffen.
De cijfers over deze belastingen en heffingen zijn gereviseerd en beschikbaar tot en met 2024. De gehanteerde waarden zijn gemeten in lopende prijzen, dat wil zeggen in prijzen van het betreffende jaar en waarvoor niet gecorrigeerd is voor prijsveranderingen.
- Basistabel
StatLine: Milieubelastingen en milieuheffingen; nationale rekeningen (CBS, 2025).
- Geografische verdeling
Nederland
- Andere variabelen
Indeling naar activiteiten volgend de Standaard Bedrijfsindeling 2008
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Opbrengst milieubelastingen 9 procent hoger (CBS, 2025)
- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.
Archief van deze indicator
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Opbrengsten van belastingen op vervuilende activiteiten en grondstoffengebruik, 2001-2024 (indicator 3026, versie 01, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.