Werken binnen bestaand bebouwd gebied, 2000-2024

De uitbreiding van bedrijfsvestigingen en arbeidsplaatsen vindt vooral plaats binnen het bestaand bebouwd gebied van 2000. Ongeveer driekwart van de uitbreiding van de bedrijfsvestigingen sinds 2000 ligt hierbinnen en dit aandeel is redelijk constant. In de meest recente periode (2022 t/m 2023) was het 77 procent. Na een dip tussen 2012 en 2016 was er een jaarlijkse toename van het aantal arbeidsplaatsen. De toename en het aandeel hiervan binnen bebouwd gebied werden beiden groter. De toename bereikte in 2022 t/m 2023 het hoogste niveau van de gehele reeks en hiervan was twee derde binnen het bestaand bebouwd gebied.

Bestaand bebouwd gebied in beleid

De Nota Ruimte (VROM, 2004) stelde als streefwaarde dat ten minste 40 procent van de nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand bebouwd gebied zou moeten plaatsvinden. Dit beleid kwam te vervallen met de komst van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). De Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020) sprak echter opnieuw een voorkeur uit voor verstedelijking op binnenstedelijke locaties.

Zoals te verwachten lag in het jaar 2000 met ongeveer 90 procent het overgrote deel van de bestaande bedrijfsvestigingen (en ook arbeidsplaatsen) binnen het bebouwd gebied. Bij de hier gebruikte begrenzing (VROM, 2004) vallen bedrijventerreinen ook binnen het bebouwd gebied. Omdat de jaarlijkse veranderingen relatief klein zijn ten opzichte van de bestaande voorraad lag in 2024 nog steeds ruim 80 procent van de bedrijfsvestigingen (en arbeidsplaatsen) binnen de grenzen van het bebouwd gebied van 2000. Bij deze indicator wordt gekeken naar de veranderingen in aantal bedrijfsvestigingen en arbeidsplaatsen en of deze veranderingen binnen of buiten het bebouwd gebied van 2000 waren.

Bedrijfsvestigingen binnen bestaand bebouwd gebied

Het aantal bedrijfsvestigingen laat een gestage en toenemende groei zien tussen 2000 en 2024. Deze wordt mede veroorzaakt door de opkomst van veel nieuwe eenmanszaken. Ongeveer driekwart van de uitbreiding van de bedrijfsvestigingen ligt binnen het bestaand bebouwd gebied van 2000 en dit aandeel is redelijk constant. In de meest recente periode (2022 t/m 2023) was het aandeel voor heel Nederland 77 procent. Met uitzondering van Flevoland, Drenthe en Fryslân lag in alle provincies in deze periode het aandeel extra vestigingen voor meer dan twee derde binnen bestaand bebouwd gebied. In Noord- en Zuid-Holland was het aandeel met 84 procent het grootst en in Flevoland en Drenthe was het aandeel het kleinst maar nog altijd ruim meer dan de helft. Absoluut gezien was de grootste toename van vestigingen in Zuid-Holland en Noord-Holland.

Arbeidsplaatsen binnen bestaand bebouwd gebied

De ontwikkeling van de bedrijvigheid is conjunctuurgevoelig, waardoor de toename van het aantal arbeidsplaatsen fluctueert. In de periode 2012 – 2015 was er met uitzondering van Noord-Holland, in alle provincies een afname van het aantal arbeidsplaatsen binnen bestaand bebouwd gebied. Tegelijkertijd nam het aantal arbeidsplaatsen buiten het bebouwd gebied toe. Over de periode 2000 t/m 2023 nam steeds in alle provincies het aantal arbeidsplaatsen buiten bebouwd gebied toe. Bij het aantrekken van de economie na de financiële crisis uit 2008 nam het aantal arbeidsplaatsen vooral weer toe binnen het bestaand bebouwd gebied. Het aandeel van de toename binnen bebouwd gebied werd ook iets groter. In de meest recente periode 2022 t/m 2023 was de toename voor 67 procent binnen bebouwd gebied. Alleen in Flevoland was het aandeel kleiner dan 40 procent; Drenthe volgde met bijna 47 procent. Absoluut gezien was de toename van het aantal arbeidsplaatsen na 2015 het grootst in Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant.

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aandeel uitbreiding van werken (bedrijfsvestigingen en arbeidsplaatsen) binnen het bebouwd gebied van 2000, 2000-2024

Omschrijving

Het aandeel uitbreiding bedrijfsvestigingen en arbeidsplaatsen binnen bebouwd gebied 2000 voor 2000 tot en met 2023 uitgesplitst naar provincies.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Berekeningswijze

Bedrijfsvestigingen uit het LISA-vestigingenregister zijn via een koppeling met adrescoördinaten Nederland (ACN) en basisregistraties adressen en gebouwen (BAG) van coördinaten voorzien. Vervolgens is de ligging ten opzichte van bestaand bebouwd gebied 2000 bepaald. Verandering van aantallen binnen en buiten bebouwd gebied zijn berekend en de aandelen binnen bebouwd gebied per provincie.

Werkgelegenheid in de landbouw is binnen LISA voor 2012 alleen op gemeenteniveau beschikbaar. Daarom zijn landbouwvestigingen bij de analyses buiten beschouwing gelaten

Basistabel

LISA vestigingenregister

Geografische verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

2-jaarlijks

Opmerking

Als gevolg van historische correcties in de LISA-database, kunnen de gegevens afwijken van in eerdere versies van deze indicator gepresenteerde cijfers.
Er is een herziene begrenzing van het bebouwd gebied 2000 gebruikt (gebaseerd op het gecorrigeerde CBS bestand bodemgebruik 2000 dat tegelijk met het bestand bodemgebruik 2003 is gepubliceerd).

Betrouwbaarheidscodering
Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Werken binnen bestaand bebouwd gebied, 2000-2024 (indicator 2013, versie 11, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.