Compendium voor de Leefomgeving
472 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Water en milieu

Huishoudelijk waterverbruik per inwoner, 1995-2016

Het huishoudelijk waterverbruik van Nederlanders is in 2016 weer licht toegenomen. Belangrijke redenen voor de stijging ten opzichte van 2013 is een hoger gebruik voor toiletspoeling, het gebruik van de afwasmachine en de keukenkraan.

Ontwikkeling waterverbruik

Na een periode met een daling van het hoofdelijk waterverbruik sinds 2007, is het verbruik in 2016 weer licht toegenomen. De daling sinds 2007 werd voornamelijk veroorzaakt door een lager gebruik bij toiletspoeling door toepassing van spoelonderbrekers. Dit effect lijkt nu uitgewerkt.

Waterverbruik 2016

In 2016 nam het verbruik door toiletspoeling weer iets toe. Douchen is nog steeds de belangrijkste component van het huishoudelijk watergebruik maar het dagelijks gebruik is in 2016 licht afgenomen; mogelijk werd de piek in 2013 veroorzaakt door de warme zomer en daardoor een iets hogere frequentie en lengte van douchen. Het verbruik door wasmachines is weer iets gedaald door verbeteringen in de apparatuur. Ook vaatwasmachines gaan steeds zuiniger om met water, maar omdat steeds meer huishoudens een vaatwasser bezitten, is dit gebruik gestegen. Het gebruik van de keukenkraan voor onder andere voedsel- en warme drankenbereiding en overige doeleinden is gestegen ten opzichte van 2013. De reden daarvoor is niet duidelijk. Het niveau ligt echter nog aanzienlijk lager dan in 2010.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over het waterverbruik door consumenten is te vinden bij VEWIN.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Huishoudelijk waterverbruik per inwoner

Omschrijving

Het huishoudelijk waterverbruik per inwoner totaal en naar gebruik (bv. douchen, wasmachine, keukenkraan). Het betreft een periodiek onderzoek voor de jaren 1995, 1998, 2001, 2004, 2007, 2010, 2013 en 2016.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

De gegevens zijn ontleend aan onderzoek van TNS-NIPO / Antar uitgevoerd in opdracht van de VEWIN. Voor dit onderzoek hebben ruim tweeduizend huishoudens onder andere frequentie en duur van gebruik van waterverbruikende installaties en apparatuur bijgehouden. Deze gegevens zijn gecombineerd met technische gegevens en informatie over het bezit van installaties en apparatuur.

Verschijningsfrequentie

Driejaarlijks

Achtergrondliteratuur

Watergebruik thuis 2010 (Henk Foekema & Lisanne van Thiel, 2011)Watergebruik Thuis 2013 (Lisanne van Thiel, 2014)Watergebruik thuis, 2016 (Lisanne van Thiel, 2016)

Opmerking

In 2004 is in de berekening voor het eerst rekening gehouden met de mate waarin aanwezige spoelonderbrekers op toiletten daadwerkelijk worden gebruikt. Dat bleek in 69 procent het geval. In de volgende tabel is de gecorrigeerde tijdreeks te zien waarin met terugwerkende kracht ook de jaren 1995, 1998 en 2001 gecorrigeerd worden voor het gebruik van de spoelonderbreker.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2019). Huishoudelijk waterverbruik per inwoner, 1995-2016 (indicator 0037, versie 08 , 19 maart 2019 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.