Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Milieugevaarlijke stoffen

Bestrijdingsmiddelengebruik door de overheid, 1992-2009

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door de overheid is fors afgenomen. Sinds 1992 ligt het gebruik 65 procent lager. De chemische onkruidbestrijding wordt steeds meer gedomineerd door de middelen op basis van glyfosaat en MCPA.

Algemene ontwikkelingen

De overheid heeft in 2009 ruim 25 duizend kg chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Dit is een halvering van het gebruik in 2005 en 65 procent lager dan in 1992. Het gebruik bestaat vrijwel volledig uit onkruidbestrijdingsmiddelen en voor ruim driekwart uit middelen op basis van glyfosaat.
Bijna driekwart van het gebruik aan chemische bestrijdingsmiddelen (15 duizend kg) is in 2009 toegepast op verhardingen en spoorbanen. Stedelijke beplantingen zijn met 3,5 duizend kg goed voor bijna 15 procent van het totale gebruik.
De overheid paste in 2009 in stedelijke beplantingen meer mechanische onkruidbestrijding toe dan in 2005, maar de bestrijding van onkruid op verhardingen door borstelen nam in deze periode juist af. In 2009 is het belang van thermische methoden (met heet water en stoom) bij verhardingen sterk toegenomen.

Chemische bestrijding op verhardingen en spoorbanen

In 2009 is op spoorbanen 40 procent en op verhardingen bijna 50 procent minder chemische bestrijdingsmiddelen toegepast dan in 2005.
De afspoeling van chemische bestrijdingsmiddelen van verhardingen krijgt de laatste tijd veel aandacht omdat deze middelen de drinkwaterkwaliteit kunnen aantasten als ze in het oppervlaktewater terecht komen. Het gebruik van middelen op basis van glyfosaat op verhardingen is tussen 2001 en 2009 met ongeveer 25 procent afgenomen (van 18,7 naar 14,1 duizend kg). Het gebruik van middelen op basis van glyfosaat op spoorbanen daalt in deze periode met ongeveer 20 procent.

Chemische bestrijding in stedelijke beplantingen

In 2009 is 3,6 duizend kg chemische bestrijdingsmiddelen in stedelijke beplantingen gebruikt. Dit is slechts 30 procent van het gebruik in 2005. De meest toegepaste middelen in 2009 zijn glyfosaat en MCPA. In 2009 is het in 2005 nog meest toegepaste dichlobenil niet meer beschikbaar. Het aandeel overige onkruidbestrijdingsmiddelen neemt daardoor toe.

Chemische bestrijding op sportvelden

Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op sportvelden is in 2009 gedaald naar 2,4 duizend kg. De belangrijkste middelen zijn op basis van MCPA. Een deel van de daling is slechts schijnbaar: in steeds meer gemeenten worden de sportvelden namelijk geprivatiseerd en door de sportverenigingen zelf beheerd en onderhouden. Deze sportvelden vallen hierdoor buiten het onderzoek bij overheidsinstellingen.
In hoeverre de groei van het aantal kunstgrasvelden ook een rol speelt is niet onderzocht, maar zal zeker van invloed zijn op het gebruik van middelen.

Relevantie

Vooral door het afspoelen van verhardingen komen bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater terecht. Dit leidde begin jaren negentig enkele malen tot het stopzetten van de inname van oppervlaktewater voor de drinkwaterproductie, omdat te hoge concentraties van diuron werden gemeten. Nu diuron niet langer toegelaten is gaat de aandacht bij Duurzame Onkruidbestrijding op Verhardingen (DOB methode) uit naar het voorkomen van normoverschrijdingen voor glyfosaat. Het overheidsbeleid is nu gericht op vermindering van de milieubelasting (duurzame gewasbescherming), terwijl dit in voorgaande jaren gericht was op vermindering van het gebruiksvolume. Er is in 2013 een beleidsvoorstel om chemische onkruidbestrijding op verhardingen te verbieden. Dit betekent een verhoogde aandacht voor alternatieve beheermethoden.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en de toepassing van alternatieve onkruidbestrijdingsmethoden door de overheid is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bestrijdingsmiddelengebruik door de overheid

Omschrijving

Ontwikkeling van chemische, mechanische en thermische methoden van onkruidbestrijding door overheidsinstellingen.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

De gegevens zijn afkomstig uit een CBS-enquête onder de overheidsinstellingen Rijkswaterstaat, het Ministerie van Defensie, Rail-Infrabeheer, provincies, waterschappen en gemeenten. Een korte onderzoeksbeschrijving geeft het artikel Bestrijdingsmiddelengebruik door de overheid (CBS, 2013a). Vanwege de responsontwikkeling onderzoekt het CBS voor 2013 een ophoogmethode.

Basistabel

StatLine: Chemische bestrijding door de overheid (CBS, 2013b)StatLine: Overheid: alternatieve onkruidbeheersmethoden beplantingen en verhardingen (CBS, 2013c)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Er zijn gegevens beschikbaar over onkruidbestrijdingsmethoden per type overheidsinstelling. De uitkomsten bevatten gegevens over de gebruikshoeveelheden, toepassingssectoren, relatieve oppervlakten met gebruik van een mechanische of thermische methode, en het aantal overheidsinstellingen (met name gemeenten) met gebruik.

Verschijningsfrequentie

Eens per 4 à 5 jaar

Achtergrondliteratuur

Bestrijdingsmiddelengebruik door de overheid (CBS, 2013a)

Opmerking

Het gebruik door de overheid vormt veelal een deel van wat in de beschreven toepassingssectoren wordt toegepast. Zo blijft het gebruik door private beheerders van bedrijfsterreinen, door particulieren en sportverenigingen buiten beschouwing

Betrouwbaarheidscodering

Integrale enquete.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2013). Bestrijdingsmiddelengebruik door de overheid, 1992-2009 (indicator 0048, versie 05 , 12 juli 2013 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.