Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Oppervlaktedelfstoffen: winning en verbruik, 1980-2000

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.
    1980 1985 1990 1995 1997 1998 1999 2000
 
  miljard kg
Grind winning 16,0 9,5 8,8 5,5 6,5 5,7 6,1 6,6
  import1) 12,1 11,0 14,1 15,8 12,7 13,3 13,3 10,82)
  export1) 4,0 2,5 0,9 1,1 0,5 0,5 0,5 2,1
  verbruik1) 24,1 18,0 22,0 20,3 21,1 21,4 21,6 19,4
 
Beton- en winning 21,3 17,0 21,8 19,8 21,8 20,9 20,5 21,4
Metselzand import1) 6,9 5,8 7,9 9,0 7,5 7,8 7,7 11,02)
  export1) 8,9 7,8 8,4 9,5 7,5 7,6 7,5 8,7
  verbruik1) 19,3 15,0 21,3 18,7 20,5 21,1 22,2 22,5
 
  miljoen m³
Ophoogzand winning 53,0 37,9 48,2 54,1 53,5 50,8 53,2 60,5
  import - - - - - - - -
  export 2,0 2,0 2,0 1,3 2,7 1,4 2,3 2,5
  verbruik3) 51,0 35,9 46,2 52,8 50,8 49,4 50,9 58,0
 
Klei winning 3,6 2,0 3,1 6,4 2,7 2,0 3,0 2,4
  import . . . 0,4 0,3 0,5 0,4 0,3
  export . . . 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0
  verbruik4) . 2,2 3,1 6,4 3,3 3,0 4,0 2,8
                   
Bron: RWS, Dienst Weg- en Waterbouwkunde.       CBS/MC02/okt02
1) Geschat.
2) Exclusief import in de vorm van tout-venant (nog te scheiden zand/grindmengsel). Dit werd voorheen nooit apart waargenomen, de import bedroeg 3,8 miljoen ton in 2000.
3) Berekend op basis van de balans.
4) Verschil in massabalans wordt mogelijk verklaard door af- of opbouwen voorraden en door niet-vergunningplichtige ontgrondingen.

Ontwikkelingen van de winning en het gebruik van oppervlaktedelfstoffen

In de periode 1980-2000 zien we sterke schommelingen in het verbruik en de winning van oppervlaktedelfstoffen. Opvallend is de sterke stijging in de winning van ophoogzand in 2000. Dit is vermoedelijk een gevolg van de grote behoefte aan ophoogzand voor de aanleg van IJburg.

Herkomst en bestemming van oppervlaktedelfstoffen

Behalve uit import is grind voor het grootste deel afkomstig uit Midden-Limburg. Het vindt voornamelijk een bestemming bij de beton- en asfaltbereiding. Beton- en metselzand wordt vooral gewonnen langs de grote rivieren in Midden-Nederland. Ophoogzand wordt onder meer gebruikt in de (wegen)bouw. Het is voor meer dan de helft afkomstig uit de grote (rijks)wateren, terwijl ook steeds meer ophoogzand wordt gewonnen op het Nederlands Continentaal Plat van de Noordzee.Kleiwinning vindt voornamelijk plaats langs de grote rivieren in Gelderland. Ongeveer tweederde deel van de gewonnen klei wordt gebruikt in de grofkeramische industrie (bakstenen en dakpannen); de rest vindt een bestemming bij dijkverzwaringen. Als gevolg van de uitvoering van het Deltaplan Grote Rivieren is het gebruik van klei voor dijkverzwaringen medio jaren negentig tijdelijk verhoogd geweest.

Methodiek

Ten opzichte van het Milieucompendium 2001 zijn de cijfers voor de winning aangepast op basis van de rapportage van de Landelijke Commissie voor de Coördinatie van het Ontgrondingenbeleid (2001).

Referenties

  • Hofstra, U. (2002). Verbruik van beton- en metselzand (en gebroken grind), Stand van het Zand VI/Lint aan het Grind IV, DWW-2002-016. RWS, Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft.
  • LCCO (2001). Overzichten inventarisatie gewonnen hoeveelheden oppervlaktedelfstoffen 2000. Landelijke Commissie voor de Coördinatie van het Ontgrondingenbeleid, Werkgroep Inventarisatie Gegevens.
  • Muskens, M.J. (2000). Stand van het Zand IV, Lint aan het Grind II. W-DWW-99-062. RWS, Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft.
  • Muskens, M.J. (2000). Stand van het Zand V, Lint aan het Grind III. W-DWW-2000-093. RWS, Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). Oppervlaktedelfstoffen: winning en verbruik, 1980-2000 (indicator 0067, versie 03 , 20 september 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.