Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Winning en verbruik van oppervlaktedelfstoffen, 1980-2002

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Veel bouwgrondstoffen als grind, zand en klei worden als oppervlaktedelfstof in Nederland gewonnen. Van de meeste oppervlaktedelfstoffen zijn de voorraden zeer groot. Echter, de winbaarheid wordt beperkt door vooral ruimtelijke aspecten.

  1980   1990   1995   2000 2001 2002
                   
  miljard kg              
Grind                  
Winning 16,0   8,8   5,5   6,5 4,8 3,6
Invoer 1) 2) 12,1   14,1   15,8   10,8 15,9 18,9
Uitvoer 1) 4,0   0,9   1,1   2,1 2,7 1,5
Verbruik 24,1 3) 22,0 3) 20,3   19,4 21,1 24,5
                   
Beton- en metselzand                
Winning 21,3   21,8   19,8   21,2 19,8 16,7
Invoer 2) 6,9   7,9   9,0   11,0 11,4 14,0
Uitvoer 8,9   8,4   9,5   8,7 6,3 6,8
Verbruik 19,3 3) 21,3 3) 18,7 3) 22,5 24,7 24,1
                   
  miljoen m³              
Ophoogzand                  
Winning 53,0   48,3   52,2   61,5 58,4 52,3
Invoer -   -   -   - - -
Uitvoer 2,0   2,0   1,3   2,5 3,1 3,1
Verbruik 3) 51,0   46,2   52,8   58,0 55,3 49,2
                   
Klei                  
Winning 3,6   3,1   6,4   3,2 1,6 1,5
Invoer 4) .   0,2   0,4   0,3 0,4 0,2
Uitvoer 4) .   0,1   0,2   0,0 0,0 0,0
Verbruik .   3,1   6,4   2,8 2,2 1,8
                   
Bron: RWS, Dienst Weg- en Waterbouwkunde. CBS/MC/sept04/0067
1) Voor grind zijn de cijfers 1995 geschat.
2) Voor 2000-2002 exclusief invoer van nog te scheiden zand/grindmengsel. De waargenomen invoer hiervan bedroeg 3,8 miljoen ton in 2000; 1,3 miljoen ton in 2001 en 3,4 miljoen ton in 2002.
3) Berekend op basis van de balans: verbruik = winning + invoer - uitvoer.
4) Voor 2002 exclusief provincie Limburg.
NB. De gegevens over de invoer, uitvoer en het verbruik van grind en beton- en metselzand zijn afkomstig uit Hofstra (2004) en eerdere jaargangen van deze publicatie. De gegevens over de winning, invoer en uitvoer van ophoogzand alsmede de gegevens over de winning, invoer, uitvoer en het verbruik van klei zijn afkomstig uit LCCO, Werkgroep Inventarisatie Gegevens.

Jaarlijks 150 miljoen ton bouwgrondstoffen nodig

De totale behoefte aan bouwgrondstoffen in Nederland bedraagt ongeveer 150 miljoen ton per jaar. Hiervan is 10 tot 15% afkomstig uit hergebruik. De overige bouwgrondstoffen worden voornamelijk als oppervlaktedelfstof in Nederland gewonnen. Een toenemend deel is afkomstig uit het buitenland.

Voorraden groot, winbaarheid beperkt

Geologisch gezien zijn de voorraden van de meeste oppervlaktedelfstoffen in Nederland zeer groot, met grind en zilverzand van hoge kwaliteit als waarschijnlijke uitzondering. De winbaarheid wordt sterk bepaald door ruimtelijke, maatschappelijke en economische aspecten: ontgrondingen leggen beslag op de schaarse ruimte en kunnen een bedreiging vormen voor natuur en landschap. Er wordt daarom wel gesproken van relatieve of maatschappelijke eindigheid.

Grind

Grind wordt voornamelijk toegepast bij de beton- en asfaltbereiding. Een belangrijk deel van het grind dat in Nederland wordt gebruikt, is afkomstig uit het buitenland. Daarnaast komt een deel uit grindwinning in Nederland, voornamelijk in Midden-Limburg. De gewonnen en verbruikte hoeveelheden grind variëren van jaar tot jaar.

Ophoogzand

Ophoogzand wordt onder meer gebruikt in de (wegen)bouw. Het is voor meer dan de helft afkomstig uit de grote (rijks)wateren, terwijl ook steeds meer ophoogzand wordt gewonnen op het Nederlands Continentaal Plat van de Noordzee. Opvallend is de sterke stijging in de winning in 2000/2001. Dit is vermoedelijk een gevolg van de grote behoefte aan ophoogzand voor de aanleg van IJburg.

Beton- en metselzand

Beton- en metselzand wordt gewonnen in de oostelijke helft van Nederland, met een concentratie langs de grote rivieren. Het verbruik en de winning varieert van jaar tot jaar.

Klei

Kleiwinning vindt voornamelijk plaats langs de grote rivieren in Gelderland. Ongeveer tweederde deel van de gewonnen klei wordt gebruikt in de grofkeramische industrie (bakstenen en dakpannen); de rest vindt een bestemming bij dijkverzwaringen. Als gevolg van de uitvoering van het Deltaplan Grote Rivieren is het gebruik van klei voor dijkverzwaringen medio jaren negentig tijdelijk verhoogd geweest.

Beleid

Het beleid voor de winning van oppervlaktedelfstoffen is tot dusver beschreven in structuurschema's, zoals het Tweede Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen (V&W, 2001). Tijdens de procedure van dit structuurschema heeft het kabinet echter besloten de regierol op dit beleidsveld af te bouwen en geen deel 3 van dit structuurschema uit te brengen. Er is niet langer beleid ten aanzien van tijdige en voldoende voorziening. De ruimtelijke aspecten van het beleid zijn uitgewerkt in paragraaf 4.8.1 van de Nota Ruimte (VROM, 2004). Doel van het beleid ten aanzien van bouwgrondstoffenvoorziening is de winning van deze stoffen in Nederland te stimuleren op een maatschappelijk aanvaardbare wijze. Projecten voor winning van bouwgrondstoffen dienen waar mogelijk ook andere functies te hebben dan grondstoffenvoorziening (multifunctionaliteit). Ook blijft er aandacht voor een duurzame grondstoffenvoorziening (bevorderen zuinig en hoogwaardig gebruik, stimuleren secundaire en vernieuwbare grondstoffen).

Referenties

  • Hofstra, U. (2004). Verbruik van beton- en metselzand en (gebroken) grind 2002, Stand van het Zand VIII/Lint aan het Grind VI, DWW-2004-025. RWS, Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft.
  • LCCO. Overzichten inventarisatie gewonnen hoeveelheden oppervlaktedelfstoffen 2002. Landelijke Commissie voor de Coördinatie van het Ontgrondingenbeleid, Werkgroep Inventarisatie Gegevens.
  • Tweede Kamer (2003). Dossier bouwgrondstoffen niet langer kerntaak Verkeer en Waterstaat, 23 mei 2003. Tweede kamer der Staten Generaal, 2002-2003, 28600 XII.
  • V&W (2001). Tweede structuurschema oppervlaktedelfstoffen; landelijk beleid voor de bouwstoffenvoorziening; ontwerp planologische kernbeslissing, deel 1, beleidsvoornemen. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Den Haag.
  • VROM (2004), Nota Ruimte, deel 3 van de PKB Nationaal Ruimtelijk Beleid, Ministerie van VROM, Den Haag.

Technische toelichting

Technische toelichting

Het verschil dat optreedt tussen het waargenomen verbruik van klei en de berekening van het verbruik op basis van een balans (verbruik = winning + invoer - uitvoer) wordt mogelijk verklaard door het af- of opbouwen van voorraden en door niet-vergunningplichtige ontgrondingen.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2004). Winning en verbruik van oppervlaktedelfstoffen, 1980-2002 (indicator 0067, versie 05 , 28 september 2004 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.