Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Winning en verbruik van oppervlaktedelfstoffen, 2000-2013

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Veel bouwgrondstoffen als grind, zand en klei worden als oppervlaktedelfstof in Nederland gewonnen. Van de meeste oppervlaktedelfstoffen zijn de voorraden zeer groot. De winbaarheid wordt beperkt door vooral ruimtelijke aspecten.

Winning van oppervlaktedelfstoffen

In Nederland worden grote hoeveelheden oppervlaktedelfstoffen gewonnen: grind, industriezand, ophoogzand, klei en mergel. Deze zogenaamde primaire bouwgrondstoffen worden gebruikt in de bouw, zowel voor de bouw van woningen, flats en kantoorgebouwen, als ook voor de aanleg van wegen, bruggen en viaducten.
De reguliere winning van primaire bouwgrondstoffen in Nederland bedraagt de afgelopen tien jaar ongeveer 65 à 75 miljoen ton per jaar. Hiervan bestaat 6 procent uit grove granulaten (vooral grind), 23 procent uit fijne granulaten (vooral beton- en metselzand), 62 procent uit ophoogzand en 9 procent uit overige bouwgrondstoffen (overig industriezand, klei en mergel). Naast de reguliere winning vindt in Noordzee ook nog niet-reguliere winning van ophoogzand plaats. Dit ophoogzand wordt gebruikt voor kustsuppletie en voor landaanwinning (zoals de aanleg van de Tweede Maasvlakte). De niet-reguliere winning betreft grote hoeveelheden, die van jaar tot jaar sterk kunnen wisselen.

Winplaatsen

De meeste oppervlaktedelfstoffen worden gewonnen in enkele Rijkswateren: Noordzee, Zeeuwse Delta en IJsselmeer. Dit betreft hoofdzakelijk ophoogzand. Voor de landlocaties ligt het zwaartepunt in de provincies Limburg, Gelderland en Brabant. Dat zijn ook de provincies waar het meeste beton- en metselzand en grind gewonnen wordt.
Klei, zand en grind komen in de Nederlandse bodem voor, maar niet overal in dezelfde samenstelling en vaak in verschillende bodemlagen. Bruikbare klei en grof industriezand komt vooral voor in Oost en Zuid Nederland, bovenstrooms langs de grote rivieren (Rijn en Maas). Verder stroomopwaarts langs de Maas zijn grindvoorkomens aanwezig in Midden en Zuid Limburg. Het fijnere ophoogzand wordt overal in Nederland aangetroffen en ook in de Noordzee. Mergel komt voor in Zuid-Limburg en in Gelderland (bij Winterswijk).

Verbruik van oppervlaktedelfstoffen

Grind, steenslag en beton- en metselzand (industriezand) worden als toeslagmaterialen gebruikt in de beton- en asfaltindustrie. Overig industriezand wordt gebruikt in de kalkzandsteenindustrie (kalkzandsteenzand) en voor specifieke hoogwaardige toepassingen (zilverzand). Ophoogzand wordt in grote hoeveelheden gebruikt voor het bouwrijp maken van woongebieden en bedrijventerreinen en voor de aanleg van wegen en andere infrastructuur. Klei wordt gebruikt in de baksteenindustrie en voor de aanleg van dijken.

Zelfvoorzienendheid, invoer en uitvoer

Gelet op de zand- en grindvoorkomens kan Nederland voorzien in de eigen behoefte aan ophoogzand en klei, in een groot deel van de eigen behoefte aan industriezand, en in ongeveer de helft van de eigen grindbehoefte.
Aanvullende invoer van grind, gebroken rots en natuursteen, en (grovere) industriezanden vindt plaats vanuit Duitsland, België, Engeland en voor een deel zelfs verder weg uit Europa. Omgekeerd vindt er uitvoer plaats naar België van (fijnere) industriezanden en van ophoogzand.
De winning van mergel in Nederland wordt na 2018 grotendeels afgebouwd, maar vlak over de grens in België wordt voldoende mergel gewonnen om in de Nederlandse behoefte te kunnen voorzien.

Beleid

De ruimtelijke aspecten van het beleid ten aanzien van bouwgrondstoffen zijn uitgewerkt in paragraaf 4.8.1 van de Nota Ruimte (VROM, 2004). Doel van het beleid ten aanzien van de voorziening van bouwgrondstoffen is de winning van bouwgrondstoffen in Nederland te stimuleren op een maatschappelijk aanvaardbare wijze. Projecten voor winning van bouwgrondstoffen dienen waar mogelijk ook andere functies te hebben dan grondstoffenvoorziening (multifunctionaliteit). Ook blijft er aandacht voor een duurzame grondstoffenvoorziening (bevorderen zuinig en hoogwaardig gebruik, stimuleren secundaire en vernieuwbare grondstoffen). Winning van ophoogzand in de Noordzee is van nationaal belang. Het beleid rond de winning van de overige oppervlaktedelfstoffen is conform de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is gedecentraliseerd.

Referenties

Referenties

  • H2Hadvies (2015). Rapportage Monitoring bouwgrondstoffen 2013. In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
  • MWH (2013, 2014). Oppervlaktedelfstoffen in Nederland, Periode 2002 t/m 2011. MWH in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. MWH, Delft, Arnhem, Amsterdam.
  • MWH (2011 t.e.m. 2014). Productie en verbruik van beton- en metselzand en (gebroken) grind in 2009 t.e.m. 2012, Stand van het Zand XV t/m XVIII / Lint aan het Grind XIII t/m XVI. In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. MWH, Delft, Arnhem, Amsterdam.
  • LCCO (diverse jaren). Overzichten inventarisatie gewonnen hoeveelheden oppervlaktedelfstoffen. Landelijke Commissie voor de Coördinatie van het Ontgrondingenbeleid, Werkgroep Inventarisatie Gegevens (cijfers t/m 2008).
  • Tweede Kamer (2003). Dossier bouwgrondstoffen niet langer kerntaak Verkeer en Waterstaat. 23 mei 2003. Tweede kamer der Staten Generaal, 2002-2003, 28600 XII.
  • VROM (2004). Nota Ruimte, deel 3 van de PKB Nationaal Ruimtelijk Beleid. Ministerie van VROM, Den Haag.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Winning en verbruik van oppervlaktedelfstoffen

Omschrijving

Ontwikkeling van de winning, invoer, uitvoer en het verbruik van de oppervlaktedelfstoffen grind, steenslag, ophoogzand, beton- en metselzand, overig industriezand, klei en mergel.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van gegevens van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Berekeningswijze

De gegevens over de winning van oppervlaktedelfstoffen zijn verzameld via een enquête onder de vergunningverlenende instanties (provincies, diensten Rijkswaterstaat, RVB Breda).Voor de jaren tot en met 2012 komen de cijfers over verbruik, invoer en uitvoer uit enquêtes onder producenten (zand- en grindwinners), handelaren en gebruikers (bouwmaterialenindustrie en asfaltcentrales). Ook is voor deze jaren een deel van de gegevens afkomstig uit ander beschikbaar statisch materiaal. Tot en met 2008 is de gegevensverzameling uitgevoerd door Rijkswaterstaat Waterdienst. Van 2009 tot en met 2012 gebeurde dit door MWH in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.Vanaf 2013 is het verbruik van grind, steenslag en industriezand geraamd op basis van het gebruik van cement en asfalt. De overige verbruikscijfers en de cijfers voor invoer en uitvoer voor deze periode zijn geraamd op basis van de grondstoffenbalans en ander beschikbaar statistisch materiaal. Vanaf 2013 voert H2Hadvies de gegevensverzameling uit in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Rapportage Monitoring Bouwgrondstoffen 2013 (H2Hadvies, 2015) Oppervlaktedelfstoffen in Nederland, Periode 2003 t/m 2012 (LCCO, MWH)Productie en verbruik van beton- en metselzand en (gebroken) grind, Stand van het Zand XV t/m XVIII / Lint aan het Grind XIII t/m XVI (MWH)

Opmerking

De opzet van deze versie van de indicator Winning en verbruik van oppervlaktedelfstoffen is gewijzigd in vergelijking met de vorige versies. Ook de cijfers zijn hier en daar gewijzigd. De cijfers over de invoer van grind, steenslag, en beton en metselzand, als ook de cijfers over de uitvoer van grind en beton- en metselzand zijn naar rato opgehoogd / verlaagd om de grondstoffenbalans kloppend te maken. Bij steenslag voor beton en asfalt is een post gebroken grind toegevoegd. Het betreft hier de productie bij grindbrekerijen. Deze gegevens zijn gebaseerd op cijfers uit NVLB-structuuronderzoek.Ten slotte zijn cijfers over de winning en het verbruik van overig industriezand (kalkzandsteenzand, zilverzand) en mergel toegevoegd.

Betrouwbaarheidscodering

De betrouwbaarheid van de gegevens verschilt per oppervlaktedelfstof en per onderdeel:Cijfers over winning : A (integrale enquête);Cijfers over verbruik, invoer en uitvoer van grind, steenslag en beton- en metselzand : D (Schatting, gebaseerd op aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake);Cijfers over verbruik, invoer en uitvoer van andere delfstoffen waarvoor de invoer / uitvoer bekend is of te verwaarlozen : A (integrale enquête).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2016). Winning en verbruik van oppervlaktedelfstoffen, 2000-2013 (indicator 0067, versie 15 , 15 februari 2016 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.