Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Luchtkwaliteit

Onzekerheden emissies naar lucht

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Emissiegegevens kunnen niet exact worden gemeten of berekend. Onzekerheden zijn onvermijdelijk. Belangrijk is om wel aan te geven hoe groot die onzekerheden zijn.

Onzekerheid in de emissies van broeikasgassen

In de onderstaande tabel vindt u voor broeikasgassen de onzekerheden in de jaarlijkse emissies en in de emissietrend 1990-2003. De onzekerheid voor de genoemde emissies is uitgedrukt in het zogenaamde betrouwbaarheidsinterval van 95%. Dit betekent dat de exacte emissie niet bekend is, maar zeer waarschijnlijk in een interval ligt van de gerapporteerde waarde plus of min het genoemde percentage. Het woord "zeer waarschijnlijk" is een afspraak over communicatie van onzekerheden afkomstig uit de IPCC, en duidt op een statistische significantie van 95%. Bijvoorbeeld: de emissie van kooldioxide (CO2) ± 5% betekent, dat de emissie van CO2 niet exact bekend is, maar dat deze in 2003 zeer waarschijnlijk ligt tussen de 169 en 187 miljard kg.

Stof 95% betrouwbaarheidsinterval
  Onzekerheid in
jaarlijkse emissies1) 3)
Onzekerheid in trend
1990-20032) 3)
     
CO2 ±5% ±5%
CH4 ±25% ±6%
N2O ±50% ±15%
Fluorhoudende gassen ±50% ±7%
Alle broeikasgassen (CO2 eq.) ±6% ±4% 4)
Bron: Klein Goldewijk et al., 2005. RIVM/MC/aug05
1) Eerste inschatting van de onzekerheden, gecorrigeerd voor mogelijke afhankelijkheden tussen emissiebronnen (Klein Goldewijk et al., 2005).
2) Analyse gebaseerd op de emissiecijfers zoals gerapporteerd in de Milieubalans 2005 (inclusief emissies door veranderd landgebruik en bos (LUCF)). Voor de fluorhoudende gassen heeft de trend betrekking op de periode 1995-2003.
3) Voor meer informatie over de onzekerheden in de jaarlijkse emissies en in de emissietrend, zie Klein Goldewijk et al., 2005.
4) Een onzekerheid van 4% in de emissietrend van CO2 betekent een range van -3 tot +5% in de emissietrend (+1%).

Onzekerheid in de emissies van verzurende stoffen

Voor de onzekerheden in de emissies van verzurende stoffen naar lucht is een studie uitgevoerd door TNO in samenwerking met Universiteit Utrecht (TNO, 2004). De onzekerheden bedragen voor ammoniak (NH3) ±17%, stikstofoxiden (NOx) ±15%, zwaveldioxide (SO2) ±6% en voor de totale hoeveelheid zuurequivalenten ±10%. De inschatting van de onzekerheden van verzurende stoffen is gecorrigeerd voor mogelijke afhankelijkheden tussen emissiebronnen. Naast de getalsmatige onderbouwing van de onzekerheid is ook informatie beschikbaar over de kwaliteit van de onderliggende kennisbasis. Door deze informatie te combineren in een zogenaamd 'diagnostic diagram' kan zicht gekregen worden op welke emissiebronnen in de toekomst beter onderzocht moeten worden. Voor de emissies naar lucht van andere stoffen, onder meer voor de thema's Vermesting en Verspreiding, zijn nog geen onzekerheidsanalyses uitgevoerd.

De onzekerheden zijn bepaald met de Tier 1-methodiek...
De onzekerheden in de jaarlijkse emissies naar lucht voor het milieuthema Klimaatverandering zijn bepaald volgens de zogenaamde Tier 1-methodiek (IPCC, 2000). Dit is een eenvoudige methode, die wordt geadviseerd door de IPCC.
Bij de Tier 1-methode wordt de onzekerheid van de belangrijkste bronnen (key sources) door experts aangeleverd. Voor kleinere bronnen worden standaard waarden (IPCC, 2000) voor onzekerheid gehanteerd. Het is dus een top-down benadering, die gebruikt wordt omdat het ondoenlijk is om voor alle emissiebronnen onzekerheidscijfers aan te leveren. Aannames hierbij zijn dat alle verdelingen als normaal worden gehanteerd, er geen afhankelijkheden tussen bronnen bestaan en dat de onzekerheden kleiner dan 60% zijn.

...en met de Tier 2-methodiek

Als de belangrijkste oorzaken van onzekerheid beter bekend zijn, kan een meer gedetailleerde methode worden toegepast: de Tier 2-methode van de IPCC. In deze berekeningen wordt wel rekening gehouden met afhankelijkheden tussen bronnen en worden zogenaamde waarschijnlijkheidsverdelingen (pdf's) toegepast. Dit is zowel voor de broeikasgassen als voor de verzurende stoffen uitgevoerd. De Tier 2-studie voor broeikasgassen leverde overigens geen andere resultaten dan de Tier 1-analyse van de onzekerheden per broeikasgas. Ook de resultaten van de TNO-studie naar de onzekerheden voor verzurende stoffen (TNO, 2004) wijken niet veel af van de resultaten van de Tier 1-analyse die eerder was uitgevoerd door het RIVM (RIVM, 2002), Dit komt vooral omdat voor NH3 bij de Tier 1-analyse al rekening was gehouden met afhankelijkheden tussen bronnen.

Referenties

  • IPCC (2000). Good Practice Guidance and Uncertainty Management in National Greenhouse Gas Inventories, IPCC-TSU NGGIP, Japan.
  • Klein Goldewijk K., Olivier, J.G.J., J.A.H.W. Peters, P.W.H.G. Coenen and H.J. Vreuls (2005). Greenhouse Gas Emissions in the Netherlands 1990 - 2003. National Inventory Report 2005. RIVM (rapportnr. 773 201 009), Bilthoven.
  • MNP (2005). Milieubalans 2005. Milieu- en Natuurplanbureau, Bilthoven.
  • RIVM (2002). Milieubalans 2002. Het Nederlandse milieu verklaard. RIVM, Bilthoven. Kluwer, 2002.
  • TNO (2004). Uncertainty assessment of NOx, SO2 and NH3 emissions in the Netherlands. TNO report R 2004/100, Apeldoorn.

Relevante informatie

  • Achtergrondinformatie over de onzekerheden in emissiecijfers (zowel naar lucht, water als bodem) geeft het rapport Meten, rekenen en onzekerheden (RIVM, 1999a). In dit rapport wordt ingegaan op de modellen, meetnetten en methodieken die in de Milieubalans worden toegepast en de onzekerheden in het cijfermateriaal. Verder is informatie over onzekerheden van emissiecijfers te vinden in RIVM (1999b); Olivier (2002) en Van Amstel et al. (2000).
  • Amstel, A.R. van, J.G.J. Olivier and P.G. Ruyssenaars (eds.) (2000). Monitoring of greenhouse gases in the Netherlands; uncertainty and priorities for improvement. Proceedings of a national workshop, Bilthoven, The Netherlands, 1 September 1999. RIVM/WIMEK (report 773 201 002), Bilthoven.
  • Olivier, J.G.J. (2002). On the quality of global emission inventories. Approaches, methodologies, input data and uncertainties. PhD-thesis Utrecht University.
  • RIVM (1999a). Meten, Rekenen en Onzekerheden. RIVM (rapportnr. 408 129 005), Bilthoven.
  • RIVM (1999b). Meten, Rekenen en Onzekerheden. ADDENDUM. RIVM (rapportnr. 408 129 005), Bilthoven.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Onzekerheden emissies naar lucht (indicator 0088, versie 06 , 13 september 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.