Compendium voor de Leefomgeving
460 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Lokale leefomgeving

Beschikbaarheid groen in de stad, 2000 - 2006

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Voor het dagelijks gebruik van groen (spelen, luieren en sporten) zijn openbare groengebieden dichtbij de woning belangrijk. Vooral in de Randstad en Noord-Holland, de grotere steden in Noord-Brabant, Limburg, Achterhoek en Twente is er weinig openbaar groen per woning beschikbaar.

Groen in de stad: graag dichtbij de woning

Voor het dagelijks gebruik van groen (spelen, luieren en sporten) zijn openbare groengebieden (parken, bossen, natuurgebieden en dagrecreatieve terreinen) binnen een afstand van 500 meter van de woning van belang. Semi-openbare groengebieden zoals sportvelden, volkstuinen en begraafplaatsen kunnen ook zo gebruikt worden mits ze opengesteld zijn en voldoende voorzieningen bieden. Dit zal naar verwachting in de toekomst steeds vaker het geval zijn.
Er bestaat geen vastgestelde norm voor de hoeveelheid groen per woning. Wel wordt in de Nota Ruimte een richtgetal van 75 m2 groen per woning genoemd (VROM, 2006).

Groen in de stad: het landelijk beeld

Het beeld van 2006 laat zien dat er weinig groen is in vooral de Randstad en Noord-Holland, de grotere steden in Noord-Brabant, Limburg, Achterhoek en Twente. Dit komt door de combinatie van relatief veel woningen en weinig openbaar groen in de directe omgeving. Opvallend is ook de lage score in een groot deel van Friesland en een stuk van Groningen. Hier is eerder de geringe hoeveelheid openbaar groen binnen de woonomgeving de oorzaak. Overigens hoeft dit niet direct te betekenen dat mensen ook een tekort aan groen in hun omgeving ervaren. Mogelijk biedt het agrarisch groen, dat hier buiten de stad volop voorhanden is, en het specifieke landschap voldoende compensatie. De gebieden met veel groen zijn de provincies Flevoland en Drenthe en de Veluwe, vooral door een combinatie van meer openbaar groen en minder woningen.
In grote delen van de Randstad zien we in de periode 2003-2006 nauwelijks een toename en vaak ook zelfs een afname van de hoeveelheid groen per woning. Maar ook buiten de Randstad, zoals in Noord-Brabant, Flevoland en Gelderland, is er sprake van een afname van het areaal groen per woning. In een beperkt aantal gemeenten rondom de grote steden en in Amsterdam zelf is wel sprake van een lichte toename van groen in de omgeving van de woning. In de periode 2000-2003 was bij veel meer gemeenten sprake was van een toename aan groen in de omgeving van de woning, terwijl tussen 2003 en 2006 bij meer gemeenten sprake is van een lichte afname van het beschikbare openbare groen.

Groen in de stad bij de G31-gemeenten

Bij de G31-gemeenten, de 31 gemeenten die vallen onder het Grote Stedenbeleid, blijkt dat in 2003 bij 61% (19 gemeenten) de hoeveelheid openbaar groen per woning onder het richtgetal van 75 m2 ligt. Gemeenten als Lelystad (met 224 m2), Emmen en Helmond hebben het meeste groen per woning, Leiden (met 26 m2), Utrecht en Amsterdam het minst.
In de 4 grote gemeenten is de hoeveelheid groen per woning minder dan 75 m2. In Utrecht, Rotterdam en Den Haag blijft de hoeveelheid constant op respectievelijk 36, 53 en 56 m2. In Amsterdam is de hoeveelheid groen per woning iets toegenomen van 36 naar 38 m2.

Beleid groen in de stad

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor groen in de stad. Het rijk stimuleert de aanleg van nieuwe parken en de verbetering van verbindingen en bestaande parken met het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing. Voor de periode 2005 - 2009 is voor de G31-gemeenten in totaal 23,8 miljoen euro beschikbaar.
Er bestaat geen vastgestelde norm voor de hoeveelheid groen per woning, in de Nota Ruimte een richtgetal van 75 m2 groen per woning genoemd (VROM, 2006).

Referenties

  • VROM (2006) Nota Ruimte; ruimte voor ontwikkeling. Deel 4: tekst na parlementaire instemming. Ministerie van VROM, Den Haag.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Beschikbaarheid openbaar groen binnen 500 meter van de woning

Omschrijving

Hoeveelheid openbaar groen binnen 500 meter van de woning (eenheid: m2/woning).

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving

Berekeningswijze

Met behulp van CBS bodemstatistiek is eerst het openbaar groen geselecteerd uit het bodemgebruik. Onder openbaar groen vallen de parken/plantsoenen, bossen, natuurgebieden en dagrecreatieve terreinen. Vervolgens is het areaal groen vergeleken met het aantal woningen binnen een afstand van 500 meter. Deze afstand wordt gezien als een redelijke afstand voor dagelijks gebruik vanuit de woning (Farjon et al., in voorbereiding). Deze analyse is uitgevoerd voor het bebouwd gebied 2000 van VROM.

Basistabel

CBS-bodemstatistiek; bevolkingsbestand

Geografisch verdeling

De gegevens zijn beschikbaar op gemeenteniveau.

Andere variabelen

-

Verschijningsfrequentie

Iedere 3 jaar

Achtergrondliteratuur

Zie 'referenties' en 'overige relevante informatie'

Opmerking

Het beleidsdoel in de Nota Ruimte van 75 m2/woning is een richtgetal. Er staat niet bij om welk soort groen het gaat of hoe ver dit van de woning gelegen mag zijn. Bij deze indicator is voor het groen uitgegaan van het openbaar groen. Sportterreinen en volkstuinen worden, vanwege hun beperkte toegankelijkheid, dus niet meegenomen. Ook het agrarisch gebied is niet meegenomen. Voor de afstand is de maat van 500 meter van de woning genomen.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2010). Beschikbaarheid groen in de stad, 2000 - 2006 (indicator 0299, versie 06 , 20 mei 2010 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.