Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Lokale leefomgeving

Afstand tot groen, 2010

Negen op de tien inwoner van Nederland heeft binnen 1 kilometer een groene omgeving. Dit kan een park of plantsoen zijn, maar ook een open natuurlijk terrein of een bos.

Park of plantsoen op gemiddeld 1 kilometer afstand

Voor een wandeling in het groen hoeven inwoners van Nederland niet ver van huis te gaan. De gemiddelde afstand naar het dichtstbijzijnde park of plantsoen is 1 kilometer. In enkele buurten hoeven de bewoners maar gemiddeld 100 meter naar het dichtstbijzijnde park of plantsoen af te leggen. De buurtnaam geeft dit soms zelfs al aan, zoals Oosterparkbuurt in Groningen, Weteringpark in Wassenaar of Julianapark in Rijswijk. Parken en plantsoenen zijn sterk gekoppeld aan stedelijke omgevingen.

Meeste bossen in Oost- en Zuid-Nederland

Naast parken, plantsoenen of open natuurlijke terreinen, kunnen inwoners van Nederland ook bos bezoeken. Zij wonen op gemiddeld 1,7 kilometer van het dichtstbijzijnde bos. Binnen Nederland zijn daarin grote verschillen. Zo is de afstand tot een bos in het Groene Hart relatief ver, net als in Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland en Friesland. De oostelijke en zuidelijke helft van het land heeft juist weer meer bos dan de westelijke helft. Vooral de provincie Gelderland, maar ook Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg hebben veel bosrijke gebieden.

Delftse Azië-buurt heeft park, open natuur én bos dichtbij

Sommige buurten liggen heel dicht bij zowel een park als een open natuurlijk terrein. Dit komt ook midden in de Randstad voor, zoals in de Azië-buurt in het zuiden van Delft. De 2700 inwoners van deze buurt wonen op gemiddeld 200 meter van het park Abtswoude en een grote groene strook aan de zuidkant van de stad. Ook wonen zij op gemiddeld 300 meter van een klein nat natuurlijk terrein aan de stadsrand. Verder hebben deze buurtbewoners op gemiddeld 1,2 kilometer ook het Abstwoudse Bos liggen.

Aanwezigheid en bereikbaarheid van dagelijkse voorzieningen belangrijk voor leefomgeving

De leefbaarheid en welvaart van een buurt worden mede bepaald door de aanwezigheid en bereikbaarheid van dagelijkse voorzieningen als supermarkten, basisscholen en huisartsenpraktijken. Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceert de afstand tot deze en meer voorzieningen voor alle buurten van Nederland. Het geeft een overzicht voor de toegankelijkheid van dagelijkse voorzieningen en de beschikbaarheid van alle voorzieningen voor inwoners van iedere buurt van Nederland. Gemeenten en andere overheden kunnen deze gegevens gebruiken voor het ontwikkelen van beleid.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Afstand tot groen, 2010.

Omschrijving

Afstand naar verschillende voorzieningen van personen voor gebieden met bewoonde adressen. Voor een aantal voorzieningen wordt ook het aantal voorzieningen binnen een vaste afstand voor personen op bewoonde adressen bepaald. De leefbaarheid en welvaart van een buurt worden mede bepaald door de aanwezigheid en bereikbaarheid van dagelijkse voorzieningen als supermarkten, basisscholen en huisartsenpraktijken. Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceert de afstand tot deze voorzieningen voor alle buurten van Nederland. Het geeft een overzicht voor de toegankelijkheid van dagelijkse voorzieningen en de beschikbaarheid van alle voorzieningen voor inwoners van iedere buurt van Nederland. Gemeenten en andere overheden kunnen deze gegevens gebruiken voor het ontwikkelen van beleid.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Berekeningswijze

De afstand van een bewoond adres tot het dichtstbijzijnde bezoekadres van een voorziening wordt bepaald. Deze afstand wordt per adres berekend over de verharde (auto)weg. Hierbij wordt rekening gehouden met ongelijkvloerse kruisingen, veerponten en éénrichtingsverkeer op Rijks- en Provinciewegen. Alle personen op het bewoonde adres krijgen een berekende afstand tot de dichtstbijzijnde voorziening toegewezen. Bij berekening van de afstand wordt een adres loodrecht op het wegennetwerk geprojecteerd, zodat deze afstand zo klein mogelijk is, en verwaarloosbaar ten opzichte van de berekende afstand over het wegennetwerk. Als afstand wordt de afstand via de weg tussen de twee geprojecteerde adressen op het wegennetwerk gehanteerd. De gemiddelde afstand per gebied tot een voorziening wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de berekende afstand voor alle personen die wonen in dat gebied. De dichtstbijzijnde voorziening hoeft daarbij dus niet binnen ditzelfde gebied te liggen. Het gemiddeld aantal voorzieningen binnen een vaste afstand per gebied wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de berekende aantallen voorzieningen per persoon, voor alle personen in dat gebied. Hoe meer voorzieningen aanwezig zijn binnen de vaste afstand, hoe meer keuze de inwoners van het gebied voor deze voorziening hebben.

Basistabel

Voor het bepalen van de adressen van personen: Gemeentelijke Basis Administratie Personen (GBA). Adressen en locaties: het bestand Adres Coördinaten van Nederland (Kadaster). De verbindingen over de weg, gevormd door het netwerk van verharde (auto)wegen, zijn opgebouwd op basis van het Nationaal Wegen Bestand (Rijkswaterstaat). Voor het bepalen van de locaties van groenvoorzieningen is gebruik gemaakt van het Bestand Bodemgebruik (BBG). Statline: Nabijheid voorzieningen; afstand locatie, wijk- en buurtcijfers 2006-2012. Nabijheid voorzieningen; afstand locatie, wijk- en buurtcijfers 2013. Nabijheid voorzieningen; afstand locatie, wijk- en buurtcijfers 2014. Nabijheid voorzieningen; afstand locatie, wijk- en buurtcijfers 2015. Nabijheid voorzieningen; afstand locatie, regionale cijfers.

Geografisch verdeling

Nederland, landsdelen, provincies, stadsgewesten, grootstedelijke agglomeraties, gemeenten, wijken en buurten.

Andere variabelen

Afstand: De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde voorziening, berekend over de weg. De afstand is berekend over verharde, door auto's te gebruiken wegen, dus niet over fiets- en voetpaden. Overtochten met veerboten zijn hierbij inbegrepen. Alleen voor rijks- en provinciale wegen is rekening gehouden met éénrichtingsverkeer en overige inrijverboden. Park of plantsoen: Terrein in gebruik voor ontspanning, zoals ligweiden, heesterbeplantingen, beboste delen van parken en groenstroken. Er geldt een minimale omvang van 1 hectare. Open natuurlijk terrein: Terrein in gebruik als open natuur, zoals heide, duinen, zandverstuivingen, strand, riet en biezen, kwelders, drooggevallen gronden en blauwgrasland. Open water valt hier niet onder. Er geldt een minimale omvang van 1 hectare. Bos: Terrein begroeid met bomen voor houtproductie en/of natuurbeheer. Er geldt een minimale omvang van 1 hectare.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Zie voor de korte onderzoeksbeschrijving de toelichting van de nabijheidsstatistiek op de website van het CBS. Zie voor de korte onderzoeksbeschrijving de toelichting van de bodemgebruik op de website van het CBS.

Opmerking

Let op: de huidige versie van deze indicator verschilt qua berekeningswijze met de voorgaande versie. De ingangen van de groenvoorzieningen zijn vastgesteld op de snijpunten tussen de wegen en paden van de Top10NL (topografische kaart, zowel het lijnenbestand als het wegvakkenbestand) in de groenvoorziening en de buitengrens van de groenvoorziening. Voor groenvoorzieningen zonder paden of wegen (doorgaans de kleinere groenstroken en plantsoenen) is het zwaartepunt van de groenvoorziening genomen. In de voorgaande versie van deze indicator is van de topografische kaart enkel het lijnenbestand gebruikt en groenvoorzieningen zonder paden of wegen zijn niet opgenomen. Dit geeft vooral een trendbreuk bij open natuurlijk terrein.

Betrouwbaarheidscodering

A (Integrale waarneming).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2016). Afstand tot groen, 2010 (indicator 0546, versie 03 , 29 april 2016 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.