Compendium voor de Leefomgeving
494 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Luchtkwaliteit

Ammoniak in lucht, 1993-2012

De gemiddelde berekende ammoniakconcentratie bedroeg in 2012 bijna 7 µg/m3. De laagste concentraties (minder dan 1 µg/m3) doen zich voor aan de kust; de hoogste (tot enkele tientallen µg/m3) in gebieden met intensieve veehouderij.

Concentraties

Op de kaart zijn duidelijk belangrijke emissiegebieden van ammoniak te onderscheiden. De landelijk gemiddeld berekende ammoniakconcentratie in 2012 was 6,9 µg/m3. De hoogste concentraties zijn berekend voor de gebieden met intensieve veehouderij zoals de Gelderse Vallei, het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg, gevolgd door de Achterhoek, delen van Overijssel en het veenweidegebied.
 
Ammoniak in lucht wordt op acht locaties gemeten. De meetresultaten van deze locaties zijn al naar gelang de hoogte van de emissie in het betreffende gebied samengenomen. De variatie van jaargemiddelde concentraties in de afgelopen jaren is bijna geheel te verklaren uit verschillen in meteorologische omstandigheden tussen de jaren. Op de meetstations Vredepeel op de grens van oostelijk Noord-Brabant en noordelijk Limburg en Wekerom in de Gelderse Vallei worden zoals gebruikelijk de hoogste jaargemiddelde concentraties gemeten; in 2012 met 20 respectievelijk 17 µg/m³.
 
De berekende, gemiddelde concentratie is lager dan het gemiddelde van de gemeten concentraties. Dit komt omdat gebieden met hoge ammoniakconcentraties zijn oververtegenwoordigd in de locaties van de meetpunten. Bovendien heeft het berekende gemiddelde betrekking heeft op het gehele landoppervlak van Nederland.
 
In het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN) worden sinds begin 2005 concentraties van ammoniak in een aantal natuurgebieden gemeten. Het gaat om Natura 2000-gebieden die kwetsbaar zijn voor stikstofdepositie. Veel van deze gebieden bevinden zich op arme zandgronden. In dit meetnet worden met zogeheten passieve samplers maandgemiddelde ammoniakconcentraties in 51 natuurgebieden met in totaal meer dan 300 meetpunten bepaald. Hierdoor is het mogelijk geworden op meer plaatsen in Nederland dan voorheen uitspraken te doen over de gemeten ammoniakconcentraties in lucht.

Bronnen

De agrarische sector is de belangrijkste bron voor atmosferisch ammoniak. Ammoniak komt vrij uit stallen, mestopslagen, tijdens beweiding en bij aanwending van mest op het land. Deze bronnen nemen totaal 90% van de emissie in Nederland voor hun rekening.

Gedrag in de atmosfeer

Ammoniak is een gasvormige component. Het kan uit de atmosfeer door droge en natte depositie worden verwijderd. Ammoniak wordt in de atmosfeer ook gedeeltelijk in ammoniumaerosol omgezet; ook hiervan zorgen droge en natte depositie voor de verwijdering. Ammoniumaerosol is een vorm van zogeheten secundair aerosol; het levert een bijdrage aan de fijnstofconcentraties.
 
Ammoniak kent een relatief korte verblijftijd in de atmosfeer, in emissiegebieden in de orde van enkele uren. Veel ammoniak komt bovendien op een geringe hoogte in de atmosfeer. Op deze hoogte zijn de turbulentie en de windsnelheid lager dan op grotere hoogten waardoor de verdunning langzaam gaat en er dus bij de bron hoge concentraties kunnen optreden. Hierdoor zal dan ook een relatief groot deel van het geëmitteerde ammoniak weer dicht bij de bron worden gedeponeerd. Het omzettingsproduct van ammoniak in de atmosfeer, ammoniumaerosol, kent daarentegen een atmosferische verblijftijd in de orde van dagen.

Beleid

Er is geen normstelling voor ammoniakconcentraties in lucht. Ammoniak draagt bij aan depositie van zuur en stikstof. Om de doelen voor de depositie te bereiken heeft de overheid beleid ontwikkeld om de emissie van verzurende stoffen te verminderen. Voor ammoniak is het beleid vooral gericht op middelvoorschriften om de emissie uit stallen, mestopslagen en bij mesttoediening te beperken. De afgelopen 15 jaar is veel nieuw beleid ingezet dat aangrijpt op de ammoniakemissie.
 
De EU heeft als onderdeel van haar luchtkwaliteitsbeleid een maximale emissie per land van een aantal luchtverontreinigende stoffen, waaronder ammoniak, vastgesteld (EU, 2001). Dit is het zogenaamde Nationaal Emissie Plafond (NEC). Daarnaast is de Europese Commissie in 2001 gekomen met het zogenoemde CAFE-programma (Clean Air for Europe; zie ook EU, 2005). Dit is een programma van de Europese Commissie om de verzuring en de luchtverontreiniging in de Europese Unie op een geïntegreerde wijze aan te pakken.
 
Als vervolg hierop heeft de Europese Commissie in 2005 de zogeheten Thematische strategie voor luchtverontreiniging gelanceerd (EU, 2005). Hierbij worden zowel luchtkwaliteitsdoelstellingen als bronbeleid en emissieplafonds als instrumenten ingezet. Het programma beoogt op deze wijze de effectiviteit van beleid te vergroten en de kosten van de bestrijding van luchtverontreiniging te verlagen.
 
Het NEC-plafond voor ammoniak bedroeg 128 kiloton voor het jaar 2010. De NEC-richtlijn zal in 2013 worden herzien. Vooruitlopend daarop zijn in 2012 afspraken over de herziening van het Gotenburg Protocol in het kader van de UN-ECE gemaakt. Voor ammoniak is voor 2020 ten opzichte van 2005 een emissiereductie van 13% afgesproken. Dat komt neer op een emissieplafond van 122 kiloton.
 
Daarnaast wordt specifiek beleid ontwikkeld voor duurzame instandhouding van Natura2000-gebieden in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma is opgezet om de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden te laten afnemen.  De PAS beoogt bovendien om economische ontwikkeling samen te laten gaan met de realisatie van de natuurdoelen voor Natura2000. Het al genoemde Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden speelt een ondersteunende rol in de PAS, doordat meetgegevens in Natura2000-gebieden beschikbaar zijn gekomen.
 
Het programma geeft, in combinatie met herstelstrategieën, richting aan het opstellen van beheerplannen die gemaakt worden voor de Natura 2000-gebieden. De beheerplannen moeten ertoe dienen dat de natuurkwaliteit niet verder achteruitgaat en dat habitats in een goede staat van instandhouding gebracht worden.

Effecten

Ammoniak levert een bijdrage aan de vermesting van bodem- en oppervlaktewater en aan de verzuring van de bodem. De atmosferische depositie van zuur draagt bij aan veranderingen in de bodemchemie, de (oppervlakte)waterkwaliteit en het biodiversiteitsverlies. Deze veranderingen kunnen leiden tot verzwakking van de ecosysteemresistentie tegen ziekten, stormen, koude, droogte en insecten. Directe effecten van ammoniak op planten, zoals verhoogde vorstgevoeligheid, zijn bekend, maar treden pas op bij, zeer plaatselijk voorkomende, hoge concentraties.
 
Ammoniak kan in de lucht worden omgezet in ammoniumdeeltjes en draagt zo bij aan de concentratie van het secundair aerosol en dus van fijn stof.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Concentratie van ammoniak in lucht

Omschrijving

Concentratie van ammoniak in Nederland op basis van meetgegevens van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit.

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

Jaargemiddelde concentraties berekend uit uurwaarden. Voor de berekening van een geldig jaargemiddelde is het criterium gehanteerd dat er minimaal 50% van het maximaal mogelijke aantal uurwaarden in een jaar beschikbaar moet zijn.

Basistabel

Reken- en Informatiesysteem Lucht van het Centrum voor Milieumonitoring van het RIVM.

Geografisch verdeling

1) De kaart is gebaseerd op de uitkomsten van de meest recente GCN-berekeningen. 2) De trendfiguur is gebaseerd op meetgegevens van acht stations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit.

Andere variabelen

Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit levert ook informatie over andere luchtverontreinigende stoffen als fijn stof, koolmonoxide, ozon, stikstofoxiden en zwaveldioxide.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Concentratiekaarten voor grootschalige luchtverontreiniging in Nederland. Rapportage 2012 (Velders et al., 2013; zie bij 'Referenties'). Jaaroverzicht luchtkwaliteit 2012 (Mooibroek et al., 2013; zie bij 'Referenties').

Opmerking

1. Sinds 1993 worden op acht locaties in Nederland ammoniakconcentraties gemeten. De meetstations bevinden zich verspreid over het land in gebieden met hoge maar ook met lage emissies. De gegevens in de grafiek zijn als volgt geaggregeerd. Zwaar belast: de meetpunten Vredepeel, Lunteren, Wekerom. Matig belast: Eibergen, Wieringwerf, Zegveld. Niet/licht belast: Huijbergen, De Zilk, Witteveen, Valthermond. 2. Vanwege de ruimtelijke variatie van de ammoniakconcentraties is het niet mogelijk om met de meetresultaten van deze acht meetstations een volledig landsdekkend beeld te krijgen. Het landelijk beeld is verkregen uit modelberekeningen met het OPS-model op basis van emissies.

Betrouwbaarheidscodering

Kaart: D (schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake). Trend 1993-2012: C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2013). Ammoniak in lucht, 1993-2012 (indicator 0461, versie 08 , 21 mei 2013 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.