Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per werkzame stof, 2012-2024
Tussen 2016 en 2024 is het totale gebruik van gewasbeschermings-middelen in de landbouw uitgedrukt in kg werkzame stof fors gedaald. Het gebruik van middelen voor schimmel- en bacteriebestrijding nam fors af, terwijl er bij de onkruidbestrijding en loofdoding ook een afname was. De insecten- en mijtenbestrijding nam tot 2020 wat toe, in 2024 is er sprake van een afname. Het gebruik van de overige gewasbeschermingsmiddelen is in 2024 juist toegenomen doordat er meer duurzame stoffen zijn ingezet.
Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen afgenomen
Het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw (over 44 gewassen in 2024) is tussen 2012 en 2024 fors gedaald van 5,7 naar 3,9 miljoen kg werkzame stof per jaar. Gemiddeld over alle groepen nam het gebruik dus met 32 procent af. In de schimmelbestrijding nam het gebruik met 41 procent af, in de onkruidbestrijding met 37 procent. Het gebruik van middelen voor insectenbestrijding nam met 19 procent minder af. Het gebruik van andere middelen nam sterk toe van 22 duizend kilo naar 143 duizend kilo.
Bij de onkruidbestrijding en loofdoding is prosulfocarb in 2024 het meest gebruikte middel. Het gebruik van dit middel neemt sinds 2012 toe. Bij de overige middelen valt op dat het gebruik van duurzame middelen zoals kaolin en knoflookextract sterk is toegenomen. Deze stoffen worden in relatief grote volumes toegepast. Toenemend gebruik van duurzame middelen gaat niet gepaard met een toename van de milieubelasting omdat de toxiciteit van dergelijke middelen geringer is.
Gebruik van mancozeb meest afgenomen
In 2020 nam mancozeb met 1,3 miljoen kg ongeveer een kwart van het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in. Deze stof was in 2024 niet meer toegestaan. Dit verklaart een groot deel van de afname in het gebruik van schimmelbestrijdings-middelen in 2024 ten opzichte van 2020. Tegelijkertijd was 2024 een nat jaar met meer kans op aardappelziekte. Het gebruik van propamocarb tegen deze ziekte nam in 2024 toe tot 0,5 miljoen kg en was bij schimmelbestrijding in 2024 de meest gebruikte stof.
Forse afname gebruik paraffineolie
Bij de insectenbestrijding heeft paraffineolie ondanks een forse afname van 36 procent tussen 2020 en 2024 met 762 duizend kg werkzame stof het hoogste gebruiksvolume in 2024. Paraffineolie wordt vooral gebruikt om de overdracht van virussen door bladluizen te voorkomen. Het middel heeft een relatief lage milieubelasting. Daarentegen kunnen stoffen die relatief weinig gebruikt worden een hoge milieubelasting hebben. De stof lambda-cyhalothrin komt bijvoorbeeld voor in de top-3 van meest milieubelastende stoffen (PBL, 2019). Het gebruik van deze stof nam van 526 kg in 2020 naar 926 kg in 2024 toe.
Toelichting bij de gepresenteerde cijfers
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt vierjaarlijks gemeten in 44 land- en tuinbouwgewassen. Het gebruik in grasland wordt niet gemeten. De 44 gewassen vertegenwoordigen 85 procent van het areaal aan land- en tuinbouwgewassen (exclusief grasland).
De hier gepresenteerde cijfers gaan over kg werkzame stoffen. De gebruikte hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen is omgerekend naar kg werkzame stoffen (stoffen in de middelen die daadwerkelijk voor de ziekte- en plaagbestrijding zorgen). Werkzame stoffen worden ingedeeld in zes toepassingsroepen: bestrijding van schimmels en bacteriën (F), bestrijding van onkruid en loofdoding (H), bestrijding van insecten en mijten (I), bestrijding van slakken (M), plantengroeiregulatie en kiemremming (PGR) en een categorie andere gewasbeschermingsmiddelen (ZR). In deze indicator zijn de categorieën bestrijding van slakken, plantengroeiregulatie en kiemremming en andere gewasbeschermingsmiddelen samengevat onder overige gewasbeschermingsmiddelen.
Aandeel duurzame gewasbeschermingsmiddelen nam toe
In 2024 bedroeg het aandeel van zogeheten laagrisicomiddelen in het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen 1,1 procent. In 2020 bedroeg dit percentage nog 0,4 procent. Laagrisicomiddelen zijn stoffen die na een uitvoerige beoordeling door de EU als zodanig zijn aangewezen en vervolgens opgenomen in de databank van de Europese Chemische Autoriteit (ECHA; zie EU, 2022). Het College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) hanteert een bredere definitie voor “duurzame middelen” (Ctgb, 2023). Onder duurzame middelen rekent het Ctgb naast laagrisicostoffen ook levende micro-organismen en niet-chemische stoffen met een niet toxische werking zoals feromonen en plantaardige extracten. Het aandeel “duurzame middelen” in het totale gebruik dat door Ctgb erkend wordt (Ctgb, 2025) steeg van 1,2 procent in 2020 naar 4,0 procent in 2024.
Gebruik in biologische landbouw niet apart geregistreerd
Verordening 2021/1165 bijlage 1 (EU, 2021) beschrijft de stoffen die zijn toegestaan in de biologische landbouw. Een deel van deze stoffen wordt ook gebruikt in de gangbare landbouw. Niet alle stoffen die zijn toegestaan in de biologische landbouw hebben echter een laag risico voor mens en milieu. Een voorbeeld is de stof spinosad die regelmatig tot normoverschrijdingen in het oppervlaktewater leidt (PBL, 2019). Omdat het gebruik in de biologische landbouw niet apart wordt geregistreerd, is het niet mogelijk om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de biologische landbouw te volgen. Vanaf 2026 zal dit voor een aantal gewassen wel mogelijk zijn. Dan wordt namelijk het gebruik in de biologische en de gangbare landbouw apart gerapporteerd. In 2024 bedroeg het aandeel van het gebruik aan stoffen die zowel in de biologische als in de gangbare landbouw zijn toegestaan 24 procent. Dit is vergelijkbaar met 2020.
Geregistreerde gebruik ongeveer de helft van de afzet
Het totale geregistreerde gebruik lag in 2024 op 48 procent van de gerapporteerd afzet van gewasbeschermingsmiddelen door de industrie. Al jaren schommelt dit percentage rond de 50 procent. Deels komt dit doordat niet voor alle gewassen het gebruik wordt waargenomen in de CBS-enquêtes. Zo is voor de stof glyfosaat het percentage 17 procent. Glyfosaat wordt ook gebruikt op grasland dat niet in de enquêtes is opgenomen. Stoffen die vooral in de akker- en tuinbouw gebruikt worden ligt het percentage hoger. Zie voor verdere verklaringen de pagina Vergelijking afzet en gebruik gewasbeschermingsmiddelen.
Milieubelasting door gebruik gewasbeschermingsmiddelen
Het gewasbeschermingsmiddelenbeleid richt zich op het verminderen van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen (LNV, 2019, 2020). De milieubelasting kan afnemen door minder van eenzelfde stof te gebruiken, bijvoorbeeld door precisietoepassingen. Ook kan de milieubelasting afnemen door emissiereducerende maatregelen zoals driftreductie. Ten slotte kan de milieubelasting afnemen door schadelijke middelen te vervangen door middelen met een geringere toxiciteit. Dit kunnen chemische middelen zijn, maar ook microbiologische middelen of plantenextracten. Het overstappen naar middelen met een lager risicoprofiel kan leiden tot een toename van het gebruik in kilogrammen. Dit omdat dergelijke middelen soms vaker en/of met een hogere dosering moeten worden toegepast. Om te kunnen bepalen of de milieubelasting afneemt, moet rekening worden gehouden met de toxiciteit van het middel en de wijze waarop het middel wordt toegepast (zie bijvoorbeeld PBL, 2019).
De CLO-indicator Gebruik gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw per werkzame stof laat de ontwikkeling van het gebruik in kilogrammen zien.
De CLO-indicator Risico voor het waterleven door gewasbeschermingsmiddelen laat de ontwikkeling van de milieubelasting zien.
Daarnaast is er de Harmonised Risk Indicator van de EU. Hierbij worden stoffen ingedeeld naar risicoprofiel. Deze indicator wordt toegepast op de afzetcijfers (zie voor verdere informatie Afzet chemische bestrijdingsmiddelen in de landbouw).
Andere CLO-indicatoren over gewasbescherming
Op het Compendium worden verschillende indicatoren bijgehouden over gewasbescherming:
- Afzet van gewasbeschermingsmiddelen
- Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per gewas
- Oppervlakte met gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
- Biologische bestrijding van plagen in de glastuinbouw
- Gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater
- Risico voor het waterleven door gewasbeschermingsmiddelen
Bronnen
- CBS (2022a). Bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2022b). Landbouw gebruikt minder gewasbeschermingsmiddelen.
- CBS (2025a). Landbouw gebruikt een vijfde minder gewasbeschermingsmiddelen.
- CBS (2025b). StatLine. Gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw; werkzame stof, gewas,toepassing.
- Ctgb (2023). Beleidsregel criteria verduurzamingsloket gewasbeschermingsmiddelen Ctgb. College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, Ede.
- Ctgb (2025). Lijst van stoffen die voldoen aan de criteria voor het verduurzamingsloket (versie 01-09-2025).
- ECHA pesticide database. EU Pesticides Database - Active substances (geraadpleegd 22-12-2025)
- EU (2021). EUR-Lex - 02021R1165-20260101 - EN - EUR-Lex
- EU (2022). Harmonised risk indicator 1 for pesticides by categorisation of active substances (aei_hri) (europa.eu), Luxemburg
- EZ (2013). Gezonde Groei, Duurzame Oogst, 2e nota duurzame gewasbescherming periode 2013-2023. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.
- LVVN (2019). Toekomstvisie gewasbescherming 2030, naar weerbare planten en teeltsystemen | Publicatie | Rijksoverheid.nl.
- LNV (2025a). Kamerbrief voortgang Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.
- LVVN (2025b). Harmonised Risk Indicator (HRI) in Nederland | Publicatie | Rijksoverheid.nl.
- Nationale Milieu Indicator (2022). Fact Sheet Dutch Pesticide Risk Indicator NMI version 4. (PesticideModels.eu)
- PBL (2019). Geïntegreerde gewasbescherming nader beschouwd. PBL, Den Haag.
- SKAL (2025). Skal Biocontrole | Nederlandse inputlijst (geraadpleegd oktober 2025). SKAL Biocontrole, Zwolle.
Relevante informatie
Meer gegevens over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw zijn te vinden op StatLine (CBS).
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per werkzame stof
- Omschrijving
Ontwikkeling van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per toepassingsgroep en werkzame stof (uitgedrukt in 1000 kg werkzame stof). In de tekst zijn selecties gemaakt van werkzame stoffen waar interessante ontwikkelingen optreden.
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
- Berekeningswijze
De basisgegevens worden verzameld met behulp van een enquête. Er wordt een steekproef getrokken onder de bedrijven in de Landbouwtelling van het CBS van een voorafgaand jaar. De uitkomsten zijn berekend op basis van een bruikbare respons van ongeveer vierduizend bedrijven. Meer informatie over de onderzoeksmethode geeft de publicatie Bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw (CBS, 2022a)
- Basistabel
StatLine. Gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw; werkzame stof, gewas, toepassing (CBS,2025b).
- Geografische verdeling
Nederland
- Andere variabelen
Voor de jaren waarin het onderzoek is uitgevoerd zijn ook gegevens beschikbaar over het landbouwareaal en het gebruik per gewas. Deze gegevens staan als ander onderwerp in de basistabel.
- Verschijningsfrequentie
Elke 4 jaar. In 2026 volgt een extra onderzoek en vanaf 2028 wordt de frequentie jaarlijks.
- Achtergrondliteratuur
Bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw (CBS, 2022a)
- Opmerking
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is exclusief het gebruik van toepassingsstoffen en biociden.
- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per werkzame stof, 2012-2024 (indicator 0560, versie 05, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.