CO2-uitstoot Nederlandse deelnemers EU ETS, 2005-2025

De uitstoot van Nederlandse stationaire installaties die deelnemen aan het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) is in 2025 met 3,3% gestegen (jaar-op-jaar) naar 61,9 Mton CO2-equivalenten. Dit is exclusief de CO2-uitstoot door de luchtvaart en de zeevaart, die buiten beschouwing worden gelaten vanwege het internationale karakter van de sectoren. Ook is de uitstoot van afvalverbrandingsinstallaties niet meegenomen, die hun uitstoot wel rapporteren maar daar geen emissierechten voor hoeven in te leveren.

CO2-uitstoot EU ETS voor tweede jaar op rij gestegen

In 2025 is de uitstoot van de circa 330 stationaire bedrijven binnen het EU ETS licht gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit is het tweede jaar op rij met een lichte stijging, na een dalende trend van negen jaar. Waar de extra uitstoot vorig jaar vooral afkomstig was uit de industrie, is dit jaar de energiesector hoofdverantwoordelijk.
De totale uitstoot van de ETS-installaties ligt nu 36,2% lager dan in 2005 (gecorrigeerd voor scope-uitbreiding; zie factsheet). Ondanks de stijging van dit jaar zien we over de gehele periode van 2005-2024 een dalende trend in totale uitstoot afkomstig van ETS-installaties. De cijfers voor de totale Nederlandse uitstoot over 2025 zijn nog niet bekend. Voorlopige cijfers wijzen op een kleine daling, waardoor het aandeel van ETS zou stijgen.

Stijging vooral te zien in energiesector

Tussen de vier sectoren met de hoogste uitstoot bestaan grote verschillen in de ontwikkeling van de uitstootcijfers. De uitstoot van de energiesector is namelijk in 2025 voor het eerst sinds 2015 gestegen, en wel met 3,5 Mton CO2. Deze stijging komt vooral door meer vraag naar elektriciteit uit het buitenland. Daardoor hebben Nederlandse kolen- en gascentrales meer stroom geproduceerd en dus meer CO2 uitgestoten.
In de industrie was er in 2025 juist een daling van de uitstoot, in tegenstelling tot een jaar eerder. De uitstoot van de chemische industrie is gedaald met 1,3 Mton. Sinds 2022 produceert deze sector minder, onder andere door de gestegen gasprijzen. De uitstoot van de laatste twee grote sectoren, aardolieraffinages en metaalindustrie, was in 2025 vergelijkbaar met het jaar ervoor.

Toewijzing gratis emissierechten

De meeste EU ETS-installaties krijgen een deel van hun rechten gratis. De hoeveelheid gratis toegewezen emissierechten wordt onder andere bepaald op basis van het risico op carbon leakage: het verplaatsen van productie naar landen buiten de EU. Ook de CO2-efficiëntie van een installatie speelt een rol. Hoe schoner een installatie produceert, hoe groter het deel van zijn benodigde uitstootrechten dat hij gratis krijgt. In Nederland ligt de verhouding tussen de gratis toegewezen rechten en de totale uitstoot hoger dan in de totale EU. 
In 2023 bereikte deze verhouding een piek, toen voor 62% van de uitstoot gratis rechten werden toegewezen. De toewijzing wordt namelijk bepaald op het activiteitsniveau van een jaar eerder. De activiteitsniveaus waren in 2023 relatief laag, waardoor ook de uitstoot daalde in dat jaar. Dit leidde tot een lagere toewijzing in 2024. Omdat de uitstoot in 2024 daarentegen is gestegen, is de verhouding tussen de toewijzing en uitstoot voor dat jaar gedaald. Deze beweging van gestegen uitstoot en lagere activiteit heeft zich doorgezet in 2025.

Uitstoot geconcentreerd bij klein aantal bedrijven

Een klein deel van de bedrijven is verantwoordelijk voor een grote meerderheid van de totale uitstoot. In 2025 was 10 procent van de bedrijven verantwoordelijk voor 88 procent van de CO2-uitstoot. Dit percentage neemt bovendien de laatste jaren toe: de stijging van de afgelopen twee jaar is dus vooral toe te schrijven aan de grote uitstoters. Deze grootste uitstoters bestaan voor meer dan de helft uit energieproducenten. Het overige deel zijn olieraffinaderijen, chemische industrie en een staalfabriek.

Bronnen

Relevante informatie

Voor meer informatie over de werking van het EU ETS, zie Wat is emissiehandel? (NEa).

Technische toelichting

Naam van het gegeven

CO2-uitstoot Nederlandse deelnemers EU ETS

Omschrijving

CO2-uitstoot van circa 330 Nederlandse bedrijven die aan het Europese emissiehandelssysteem deelnemen. Toewijzing van gratis emissierechten aan de Nederlandse bedrijven.

Verantwoordelijk instituut

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

Berekeningswijze

De emissiecijfers komen uit de emissieverslagen die de bedrijven jaarlijks bij de NEa indienen. De toewijzingscijfers zijn afkomstig uit het Nationaal toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten 2013-2020 en het Vervangend Nationaal Toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten 2021-2025.

Scope-uitbreiding: sinds 2013 is het aantal bedrijfstakken dat onder het ETS valt uitgebreid. Om de uitstootcijfers van nu toch te kunnen vergelijken met die van vóór 2013 wordt de uitstoot van deze extra bedrijven bijgeschat.

Basistabel

Zowel de emissiecijfers als de toewijzingscijfers van de Nederlandse deelnemers aan de 4e fase van het EU ETS zijn te vinden op de website van de NEa.

Geografische verdeling

Nederland

Andere variabelen

n.v.t.

Verschijningsfrequentie

Begin april: voorlopige emissiecijfers t-1; 
Begin mei: definitieve emissiecijfers t-1; 
Begin september t-1: Rapport Voortgang Emissiehandel.

Achtergrondliteratuur

n.v.t.

Opmerking

1 Mton = 1 miljoen ton / 1 miljard kg; 1 emissierecht = 1 ton CO2-equivalenten. 
Naast CO2 vallen ook N2O en PFK onder het EU ETS. De uitstoot van deze laatst twee broeikasgassen in Nederland is met 0,3% van de totale uitstoot echter zeer beperkt. Bedrijven rapporteren hun N2O- en PKF-uitstoot in CO2-equivalenten bij de NEa.

Betrouwbaarheidscodering
Integrale waarneming.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
08
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
04
versie‎
03
versie‎
02
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). CO2-uitstoot Nederlandse deelnemers EU ETS, 2005-2025 (indicator 0584, versie 08, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.