Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landbouw en milieu

Areaal granen

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In de tweede helft van de 20e eeuw heeft maïs de plaats ingenomen van rogge en haver. Dat heeft gevolgen gehad voor akkeronkruiden en vogels.

Ontwikkeling gewassen

Eén van de meest opvallende veranderingen in het agrarisch gebied in Nederland is de verandering in de verbouwde gewassen. In de eerste helft van de 20e eeuw namen rogge en haver een groot deel van het landbouwareaal in. Na 1960 nam dat aandeel sterk af en inmiddels zijn er nauwelijks haver- en roggepercelen meer over. Snijmaïs, dat wordt gebruikt als veevoer, is vanaf 1970 sterk opgekomen.

Gevolgen voor akkeronkruiden

Veel akkerkruiden zijn achteruitgegaan als gevolg van de andere gewaskeuze en het daarmee samenhangende intensieve grondgebruik. Op rogge- en haverpercelen kwamen veel soorten akkerkruiden voor. Op maïsakkers kunnen zich slechts enkele akkerkruiden handhaven die de zware bemesting kunnen verdragen, zoals glad vingergras en hanenpoot.

Gevolgen voor vogels

Akkers zijn ook het leefgebied van verschillende vogelsoorten. De opkomst van maïs is voor een aantal soorten nadelig, waaronder de ortolaan. Wel zijn er ook soorten die in maïsvelden broeden, waaronder de kievit.

Referenties

  • CBS (2002). Landbouwtelling 2002. CBS. Voorburg/Heerlen.

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

De cijfers over areaalontwikkelingen zijn afkomstig uit de CBS-Landbouwtelling. Vanaf 2003 is geen papieren publicatie met landbouwtelling verschenen; de cijfers vanaf 2003 zijn alleen gepubliceerd is Statline.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Areaal granen (indicator 1179, versie 06 , 1 juni 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.