Compendium voor de Leefomgeving
522 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Water en milieu

Intrek paling (glasaal)

Intrek van glasaal verschilt jaarlijks sterk. Na een sterke stijging vanaf de vijftiger jaren, nam de intrek vanaf de jaren tachtig in heel Europa en dus ook in Nederland, gestaag af. Hierdoor zijn de palingvangsten in het IJsselmeer teruggelopen. Vanaf 2011 wordt er een licht herstel van de glasaalintrek waargenomen.

Levenscyclus van de paling (aal)

De aal of paling groeit op in zoet water en trekt als volwassen dier naar zee om zich voort te planten. De paaiplaats ligt in de Atlantische oceaan, waarschijnlijk in de Sargassozee. In de winter en het vroege voorjaar verschijnen vervolgens de jonge doorzichtige 'glasaaltjes' voor de Nederlandse kust om het zoete water in te trekken. Dan begint het 'rode aal' stadium, waarin ze eten en groeien. Na 10-15 jaar begint het 'schieraal' stadium, waarin palingen terugtrekken naar zee.

Intrek glasaal en palingstand nemen in gelijke trend af

Na een periode met uitzonderlijk hoge aantallen glasalen in de jaren zestig en zeventig is de intrek in het IJsselmeer sterk gedaald. In de periode 1992-1997 was er een korte opleving. Daarna daalde de intrek weer. Vanaf 2011 is de intrek weer iets toegenomen. De daling van de intrek van jonge paling (glasaal) weerspiegelt de algehele achteruitgang van de intrek van glasaaltjes in Europa. In vergelijking met het historische hoogtepunt in 1980, is de intrek op dit moment ongeveer 5%. De teruggang van de palingstand wordt in heel Europa waargenomen. Met de afkondiging van de Europese Aalverordening 1100/2007 is een begin gemaakt met het stellen van regels ten aanzien van bescherming en duurzame benutting van de paling.

Oorzaken achteruitgang palingstand

Het bestand aan aal ging sterk achteruit door verschillende oorzaken: grote visserijdruk door zowel commerciële als recreatieve visserij, maar ook illegale visserij door stropers, verlies aan leefgebied, afgesloten estuaria, visonvriendelijke gemalen bij polders, waterkrachtcentrales, inlaten van koelwatersystemen, toxische stoffen en ziekte door exotische parasieten. Ook heeft de toegenomen aalscholverstand negatieve invloed. Tot slot vermoeden wetenschappers dat de klimaatverandering en oceanische factoren (El Nino) een rol spelen.
Tot 2009 was de Nederlandse commerciële vangst op paling ongeveer 920 ton per jaar en de vangst door sportvissers ongeveer 200 ton per jaar. Ook werd de intrekkende glasaal in een aantal Europese landen tot 2009 zwaar overbevist. Het overgrote deel van de glasaal werd gebruikt voor de kweek van paling in Azië. Een kleiner deel werd in Europa gebruikt voor palingkweek, voor consumptie en voor het herbevolken (uitzet) van Europese binnenwateren.
Sinds de vermindering van de commerciële visserij in Nederland van 920 naar 300 ton en sportvisserij van 200 naar 60 ton, wordt de paling nu nog vooral bedreigd door de blokkade van zijn migratieroutes. De natuurlijke in- en uittrek van paling van zoet naar zout water wordt ernstig belemmerd. Veel palingen worden gedood door de pompen van de gemalen die in Nederland voor de spreekwoordelijke 'droge voeten' zorgen. Ook turbines van waterkrachtcentrales vormen een groot probleem. De oplossing komt zodra alle gemalen voorzien zijn van visvriendelijke pompen en turbines.

Herstelbeleid voor de paling

In 2009 heeft de Europese Unie een verordening ingesteld (nr. 1100/2007) om de paling duurzaam te beschermen. Daartoe heeft elk land een beheerplan opgesteld. Het Nederlandse beheerplan is in september 2009 uiteindelijk goedgekeurd door de Europese Unie. Voor het herstel van de paling zijn verschillende maatregelen afgekondigd. Gedurende 3 maanden (september - november) geldt een totaal visverbod. Sportvisserij Nederland heeft met haar leden op vrijwillige basis een terugzetverplichting voor gevangen paling afgesproken.
Voor de paling is vismigratie een belangrijke voorwaarde voor de levenscyclus. Voor de paling zijn de 30 belangrijke prioritaire barrières voor aalmigratie geïnventariseerd die voor 2027 dienen te zijn verwijderd of aangepast met vispassages. In het kader van de KRW en de Beneluxbeschikking worden voor 2027 veel barrières aangepast. De drie waterkrachtcentrales in de grote rivieren zorgen voor grote sterfte onder de paling bij de stroomafwaartse migratie; hier wordt een vermindering van de aalsterfte met 35% nagestreefd. Ondanks het grote aantal vispassages zullen veel polderwateren niet bereikbaar zijn voor de paling.

Handel in paling beperkt

De paling is in 2009 opgenomen in het CITES (Convention on International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora) verdrag (CITES-bijlage 2). Hierdoor is de export van alle paling en producten van paling, dus ook glasaal, naar landen buiten de Europese Unie verboden. Alleen Frankrijk heeft nog een tijdelijke ontheffing om 14,5 ton glasaal te exporteren naar Azië. Glasaal wordt in Nederland uitgezet om de palingstand te verbeteren. Ondanks de achteruitgang is de aal nog niet opgenomen in de Rode Lijst of de Habitatrichtlijn.

Diervriendelijk doden van paling

Sinds 1 januari 2015 wordt vrijwel alle Nederlandse consumptiepaling door elektrocutie verdoofd voor de slacht. Daarvoor werd de paling langzaam en pijnlijk gedood door hen levend in een zoutbad te gooien.

Doelstelling herstel paling

Het streefbeeld voor herstel van de aal is dat de uittrek van schieraal van 400 ton per jaar nu toeneemt naar 4.000 ton per jaar. Dit herstel zal naar verwachting pas eind 21e eeuw worden gehaald. In de Europese Unie is de doelstelling dat 40% van de schieraal kan terugkeren naar zee.

Vangstverbod wegens hoge gehalten aan PCB's

Door de overschrijding van de wettelijk toegestane gehalten aan PCB's in paling en wolhandkrab in sommige wateren, is voor een aantal gebieden vanaf 2011 een vangstverbod van kracht geworden. Palingproducten uit de betreffende gebieden zijn in de legale handel niet meer verkrijgbaar.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Intrek paling (glasaal)

Omschrijving

Toelichting op de Europese Kaderrichtlijn Water

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving

Berekeningswijze

Monitoringsdata en voortschrijdend gemiddelde

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

onregelmatig

Achtergrondliteratuur

Europees Parlement (2000). Kaderrichtlijn water. Richtlijn 2000/60/EG van het Europese Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid. Brussel.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2015). Intrek paling (glasaal) (indicator 1227, versie 06 , 9 november 2015 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.