Compendium voor de Leefomgeving
561 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Water en milieu

Migratiemogelijkheden voor trekvissen, 2018

Trekvissen kunnen vanuit zee of de grote rivieren slechts weinig beken en polderwater bereiken door de aanwezigheid van stuwen en gemalen. Met de aanleg van vispassages zijn verschillende rivieren en beken bereikbaar. De boezemwateren zijn vaak wel bereikbaar. De komende jaren worden nog vele vispassages aangelegd.

Bereikbaarheid voor trekvissen nog slecht gesteld

Voor veel vissoorten is de migratie tussen verschillende wateren belangrijk voor de verschillende stadia in hun leven. Bekende voorbeelden zijn trekvissen die van zee naar kleine beken trekken, maar vismigratie is ook belangrijk tussen grote en kleine rivieren of tussen polder- en boezemwater. Obstakels zoals stuwen, waterkrachtinstallaties en gemalen beperken de migratie aanzienlijk. Op dit moment zijn er vele knelpunten die een goede migratie verhinderen.

De grote rivieren zijn bereikbaar via het IJsselmeer en de Nieuwe Waterweg. De stuwen in de Afsluitdijk vormen wel een eerste hindernis maar met aangepast sluisbeheer is al enige migratie mogelijk. Met de uitvoering van het Kierbesluit zal het Haringvliet weer bereikbaar zijn vanaf zee. De Rijn en de Maas zijn sinds 2007 geheel bereikbaar voor trekvissen door de aanleg van vispassages bij de grote stuwen. In de regionale wateren liggen nog duizenden stuwen waarvan tot nu een deel passeerbaar is met een vispassage. Een deel van de beken is nu bereikbaar vanaf zee of IJsselmeer. Voor de grote rivieren is een onderscheid gemaakt naar stroomopwaartse en stroomafwaartse migratie. Door de aanleg van waterkrachtcentrales en stuwen kan de stroomafwaartse migratie een probleem zijn, zoals bij de Maas. Migrerende jonge zalm (smolts) en paling gaan met de hoofdstroom mee en gaan daardoor door waterkrachtcentrales, waar een grote sterfte optreedt.

Beleidsdoelen

De Kaderrichtlijn Water stelt ecologische doelen voor oppervlaktewater, waarbij ook doelen voor de visstand zijn uitgewerkt. Om deze doelen te bereiken is de verbetering van de vismigratie een van de randvoorwaarden. Deze doelen dienen in 2027 gerealiseerd te zijn. Met de implementatie van de KRW is de verwachting dat voor de stroomminnende vissen vele waterlichamen bereikbaar zullen zijn in 2027.
In de Beneluxbeschikking (M2009) is vastgelegd dat de migratiemogelijkheden voor anadrome en katadrome vissen mogelijk zal zijn voor alle stroomgebieden. Specifiek wordt de paling, zalm, zeeforel en bot genoemd. In de nieuwe beschikking is wel een fasering opgenomen waarbij een gedeelte in 2015 of 2021 gereed moet zijn. In 2027 moeten alle knelpunten zijn opgelost.

Het tempo waarin vismigratievoorzieningen worden aangelegd is de laatste jaren iets afgenomen, waardoor het niet zeker is of het doel in 2027 wordt gehaald. Ook zijn er veel stuwen waarvan nog niet bekend is of er een vispassage komt. Een ander aspect is de mogelijke toename van kleinschalige waterkracht voorzieningen, waarmee de investeringen in vismigratie weer teniet kunnen worden gedaan.

De paling is een migrerende vis waarvoor migratie nodig is tussen zee, overgangswateren en grote en kleine rivieren en sloten en meren. Voor de paling is de bereikbaarheid van sloten en boezemwateren belangrijk. De Europese Aalverordening (Europese Unie, 2007) heeft als doel dat 40% van de geslachtsrijpe paling weer terug kan keren naar zee. Hiervoor zijn veel maatregelen nodig voor de verbetering van de migratie en de vermindering van de sterfte bij waterkrachtcentrales.

Migratieroutes

Elke vissoort heeft zijn eigen leefgebied, zodat er ook verschillen zijn in de eisen ten aanzien van vismigratie. Sommige soorten trekken vanuit zee de rivier op om te paaien, zoals de zalm, houting, fint, spiering, zeeprik, zeeforel en steur. De paling groeit op in sloten en beken en zwemt naar de Sargassozee om te paaien, waarna de jonge paling (glasaal) weer terug zwemt. Voor deze vissen zijn de zoet-zout overgangen en de grote rivieren belangrijk om verder te trekken naar België en Duitsland.
In 2018 wordt het Kierbesluit voor het Haringvliet uitgevoerd en wordt gestart met de aanleg van de vismigratierivier in de Afsluitdijk. Met deze maatregelen kan in potentie een groot deel van de Nederlandse wateren weer bereikbaar worden voor soorten die vanaf zee migreren.

Vele andere vissoorten trekken tussen verschillende watersystemen afhankelijk van het seizoen. Binnen het Nederlands zoet oppervlaktewater is migratie belangrijk voor rivier- en beekvissen zoals de barbeel, kopvoorn, kwabaal en sneep. Migratie van zee en rivier naar het polder- en boezemwater is van belang voor paling, driedoornige stekelbaars en spiering.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bereikbaarheid voor vissen en aanleg vispassages

Verantwoordelijk instituut

PBL

Berekeningswijze

De kaart "Aanleg vispassages" is gemaakt in opdracht van Sportvisserij Nederland en PBL op basis van een inventarisatie in 2008 en een actualisatie hiervan in 2012 en 2015. Op de kaart "bereikbaarheid" staan de migratiemogelijkheden voor de meeste waterlichamen uitgewerkt. De waterlichamen van sloten en polderwateren zijn niet uitgewerkt. De ruimtelijke eenheid zijn de waterlichamen zoals die gekarakteriseerd zijn bij de KRW. Voor een beperkt aantal waterlichamen is binnen het waterlichaam een onderscheid aangebracht in bereikbare en niet bereikbare wateren.
'Vanaf zee bereikbaar' betekent dat de wateren vanaf zee bereikbaar zijn en dat er binnen het waterlichaam geen beperkingen zijn. 'Binnen waterlichaam bereikbaar maar niet vanaf zee betekent dat binnen het waterlichaam of een groot deel van het waterlichaam geen beperkingen zijn, maar dat het waterlichaam zelf niet bereikbaar is vanaf het benedenstroomse water. 'Knelpunten stroomafwaarts' betekent dat in de grote rivieren bij de stuwen of waterkrachtcentrales wel vispassages zijn aangelegd, maar die functioneren alleen goed voor de stroomopwaartse migratie, stroomafwaarts treedt er veel sterfte op. 'Niet (volledig) migreerbaar' betekent dat er binnen het waterlichaam minimaal één stuw is zonder vispassage. 'Geen volledig open verbinding' betekent dat de migratie van en naar zee vanuit de grote rivieren niet goed mogelijk is.

Basistabel

Inventarisatie vispassages Sportvisserij Nederland

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

5 jaar

Achtergrondliteratuur

Kroes, M.J., P. Philipsen & H. Wanningen, 2018. Nederland leeft met Vismigratie. Actualisatie landelijke database vismigratie. In opdracht van Rijkswaterstaat, Sportvisserij Nederland, Wageningen Marine Research, Planbureau voor de leefomgeving

Opmerking

De kaart is uitgewerkt op basis van de schematisatie van de waterlichamen. Bij een klein aantal waterlichamen is een uitsplitsing gemaakt tussen de migreerbare en de niet bereikbare oppervlaktewateren.
In de kaart aanleg vispassages worden de aangelegde en de geplande vispassages getoond. Enkele waterschappen hebben geen informatie aangeleverd, zodat sommige gebieden niet geactualiseerd zijn. Tevens verschilt de doelstelling per waterschap.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2018). Migratiemogelijkheden voor trekvissen, 2018 (indicator 1350, versie 09 , 19 april 2018 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.