Compendium voor de Leefomgeving
470 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Exoten in zoetwater, 1900 - 2010

Het aantal nieuwe soorten dat zich in het Nederlandse oppervlaktewater vestigt neemt sterk toe. De belangrijkste wijze waarop nieuwe soorten hier komen is door handel in vijver- en aquarium planten en dieren. Ook de aanleg van het Rijn-Donau kanaal is een belangrijke oorzaak voor de vestiging van nieuwe vissen- en macrofaunasoorten in Nederland.

Forse toename nieuwe soorten

Het aantal nieuwe soorten dat zich in Nederland vestigt neemt sterk toe. Met name de laatste decennia is dit opvallend. Het aantal nieuwe soorten wat zich vestigt verschilt per soortgroep. Bij vissen hebben zicht het minste aantal nieuwe soorten gevestigd, maar dit is wel 40% van het aantal soorten in Nederland. Bij de macrofauna is dit maar 3% en bij waterplanten 8%.

Uitzetten van soorten belangrijke oorzaak

  macrofauna waterplanten vissen
Handel actief 15 29  
aquarium en vijverhandel     12
sport- of beroepsvisserij     5
Handel passief 11 3  
Scheepvaart 27   8
Onbekend 13 4 4
       


De belangrijkste oorzaak van de vestiging van nieuwe soorten verschilt per soortgroep, maar de verspreiding door handel in vijverplanten en -dieren is bij alle groepen de belangrijkste oorzaak. Bij de vissen zijn 3 factoren van belang, te weten de handel in vijvervissen, het uitzetten van soorten voor de sport- of beroepsvisserij en de scheepvaart. De aanleg van het Rijn-Donaukanaal in 1992 heeft tot een grote toename van het aantal macrofauna soorten en vissoorten in de Nederlandse wateren geleid. Voorheen konden deze soorten Nederland niet bereiken, maar met de aanleg van het kanaal hebben deze soorten zich vanuit de Donau in het Rijnstroomgebied kunnen verspreiden. Er zijn geen vissen bekend die vanuit het Rijnstroomgebied het Donaustroomgebied koloniseren. De verwachting is dat verschillende soorten Nederland nog zullen bereiken en dat het aantal nieuwe soorten zal toenemen.
Bij de macrofauna is de introductie van verschillende kreeften soorten belangrijk geweest, zoals de Amerikaanse rode kreeft en de Amerikaanse rivierkreeft. Deze soorten worden nog steeds verhandeld in tuincentra. Als ze eenmaal terecht zijn gekomen in de Nederlandse wateren vormen deze soorten een bedreiging voor de water- en natuurkwaliteit.

Beleidsdoelen

Invasieve exoten worden als een bedreiging gezien voor de oorspronkelijke biodiversiteit. De mogelijkheden om het uitzetten en daarmee de vestiging van nieuwe soorten tegen te gaan zijn echter beperkt. De handel in planten en dieren in tuincentra is economisch belangrijk. In een convenant met tuincentra is afgesproken dat voorlichtingsmateriaal aanwezig moet zijn om op de risico's van uitzetten voor de inheemse biodiversiteit te wijzen. De verkoop van vis in de vijverhandel ondervindt geen beperkingen. Door de vijverhandel komen in Nederland verschillende soorten steur voor, maar de oorspronkelijke steur Acipenser sturio is wel uitgestorven. Het beleid voor het uitzetten van vis voor de sportvisserij is gericht op beperking tot alleen in afgesloten visvijvers en afgesloten watersystemen (bijvoorbeeld zandwinplassen).
De waterplant grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) is de enige soort in Nederland waarvan het bezit expliciet verboden is in de Flora- en Faunawet. Voor het uitzetten van vissen gelden zelfs geen officiële beperkingen. In het internationale natuurbeleid is veel aandacht voor exoten. In de Convention on Biological Diversity (CBD) zijn indicatoren vastgesteld over de effecten van exoten op de oorspronkelijke biodiversiteit.

Effecten op ecologie

Veel nieuwe soorten vormen geen bedreiging voor het bestaande ecosysteem omdat ze alleen in lage aantallen voorkomen, maar soms kunnen ze lokaal in hoge concentraties voorkomen en dan belangrijke effecten hebben.
Sommige nieuwe soorten waterplanten zorgen voor veel overlast omdat ze heel sterk woekeren en tot problemen in het waterbeheer leiden. Vanwege de mogelijke economische schade van invasieve exoten, is er een inventarisatie uitgevoerd onder waterbeheerders naar welke soorten waterplanten zouden moeten verdwijnen uit de handel en kweek (ook wel de zwarte lijst van waterplantexoten genoemd) (Zonderwijk, 2008). De top-vijf zwarte lijst soorten zijn:
1. grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides)
2. parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum)
3. waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora)
4. grote kroosvaren (Azolla filliculoides)
5. watercrassula (Crassula helmsii)
Vooral de grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) kan lokaal een ernstig probleem vormen. Bijna alle waterschappen verwijderen de grote waternavel vanwege de overlast.
De uitgezette zonnebaars (Lepomis gibbosus) heeft negatieve effecten in vennen doordat deze soort amfibieën en libellenlarven eet. In de vennen waar de zonnebaars in grote aantallen aanwezig is, zijn aantoonbaar minder libellenlarven en amfibieën en gaat de biodiversiteit achteruit. De aanwezigheid van zonnebaars in vennen wordt daarom als negatief beoordeeld.
De dikkopelrits, Pimephales promelas, komt sinds 2007 in Nederland voor. Deze uitgezette soort is een risico voor andere vissen doordat deze soort een drager is van een bacterie die een dodelijke ziekte veroorzaakt. De dikkopelrits wordt actief bestreden, maar wordt ook verkocht door tuincentra.

Referenties

  • Emmerik W. van (2008). Kreefteninvasie in de polder. Visionair 10: 25-27.
  • Kleef, H.v., G. van der Velde, R.S.E.W. Leuven en H. Esselink (2008) Pumpkinseed sunfish (Lepomis gibbosus) invasions facilitated by introductions and nature management strongly reduce macroinvertebrate abundance in isolated water bodies. Biol. Invasions 10.
  • Lockwood, J.L. en M.L. McKinney (2001) Biotic homogenization. Kluwer, New York
  • Puijenbroek P. van, M. de Lange, F. Ottburg (2009). Exoten in het zoete water in de afgelopen eeuw. H2O/19 pagina 31-33.
  • Spikmans, F., P. Veenvliet, en J. Kranenbarg (2008) Nieuwe namenlijst Nederlandse vissoorten; werkdocument, RAVON, Nijmegen.
  • Spikmans, F., M. de Vos, J. Vos (2011). Dikkopelrits bestreden in Neede. H2O/1 pagina 22-23.
  • Vaate A. bij de, K. Jazdzewski, H.A.M. Ketelaars, S. Gollash & G. van der Velde (2002). Geographical patterns in range extension of Ponto-Caspian macroinvertebrate species in Europe. Can. J. Fish. Aquat. Sci. 59: 1159-1174.
  • Vaate A. bij de, K. Jazdzewski, H.A.M. Ketelaars, S. Gollash & G. van der Velde (2002). Geographical patterns in range extension of Ponto-Caspian macroinvertebrate species in Europe. Can. J. Fish. Aquat. Sci. 59: 1159-1174.
  • Verdonschot R.C.M., J.H. Vos & P.F.M. Verdonschot (2013) Exotische macrofauna en macrofyten in de Nederlandse zoete wateren; voorkomen en beleid in 2012, WOT Natuur & Milieu, WOt-werkdocument 334, Wageningen.
  • Weijden W. van der, R. Leewis, P. Bol (2007). Biological Globalisation. Bio-invasions and their impacts on nature, the economy and public health. Utrecht, KNNV Publishing.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Nieuwe soorten in zoet water

Omschrijving

De vestiging van nieuwe soorten en de oorzaken van vestiging van nieuwe soorten.

Verantwoordelijk instituut

PBL

Berekeningswijze

De gegevens voor waterplanten en macrofauna zijn verzameld door R. Verdonschot (Alterra).
De gegevens over vissen zijn gebaseerd op de lijst met zoetwatervissen van RAVON. Voor alle nieuw gevestigde vissen is onderzocht hoe en wanneer zij hier kwamen.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

5 jaar

Achtergrondliteratuur

Van Puijenbroek, P. van, M. de Lange, F. Ottburg (2008).
Exoten in het zoete water in de afgelopen eeuw. H2O / 19, pagina 31-33.

Opmerking

De lijst met zoetwatervissen is in 2008 gepubliceerd en is als uitgangspunt genomen voor de exoten en oorzaken van vestiging. In 2011 is de indicator geactualiseerd met recente informatie.

Betrouwbaarheidscodering

Integrale enquete.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2012). Exoten in zoetwater, 1900 - 2010 (indicator 1355, versie 04 , 3 oktober 2012 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.