Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Staat van instandhouding Habitatrichtlijn, 2007-2012

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Van veel soorten en natuurlijke habitats van de Europese Habitatrichtlijn is de staat van instandhouding in Nederland ongunstig.

Staat van instandhouding soorten en habitats

De Europese Habitatrichtlijn legt de lidstaten verplichtingen op die gericht zijn op het behouden of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van zowel natuurlijke habitats als soorten.
Lidstaten moeten elke zes jaar aan de Europese Unie rapporteren over deze staat van instandhouding. Bij het vaststellen van de staat van instandhouding van soorten zijn populatietrends, de omvang van de populaties en het natuurlijke verspreidingsgebied belangrijke factoren. Bij het vaststellen van de trends voor habitats zijn trends in oppervlakte, kwaliteitsverandering van het habitat en het verspreidingsgebied belangrijke factoren (ETC-BD, 2011).

Europese doelstelling voor natuur nog niet gehaald

Uit de rapportage van Nederland naar de Europese Unie uit 2013 blijkt dat driekwart van de beschermde soorten en bijna alle habitattypen vallend onder de Europese Habitatrichtlijn een zeer ongunstige tot matig ongunstige staat van instandhouding hebben. Uit een vergelijking van de rapportages over de twee perioden (periode 2000-2006 en 2007-2012) is de landelijke staat van instandhouding over alle te beschermen habitattypen en soorten bezien, ongeveer gelijk gebleven. Voor sommige soorten is sprake van verbetering naar een minder ongunstige staat van instandhouding, voor sommige andere van verslechtering. Het blijkt dat de staat van instandhouding voor 4 soorten is verbeterd en voor 3 soorten is verslechterd ten opzichte van de vorige rapportage. Dit betekent dat Nederland nog niet voldoet aan de doelstelling de instandhouding van soorten, en habitattypen in gunstige staat te brengen en te houden. Daarbij laten we de veranderingen in staat van instandhouding buiten beschouwing die veroorzaakt worden door een andere methodiek of verbeterde databeschikbaarheid.

Beleid gericht op toename gunstige staat

Deze indicator vormt een onderdeel van de verplichte rapportage over de Habitatrichtlijn die in 2013 naar de Europese Unie is gestuurd. Het Nederlandse beleid is erop gericht om de gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitattypen vallend onder de richtlijn te realiseren. Er is in het beleid geen tijdsstip geformuleerd waarop dit gerealiseerd dient te zijn. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de basis van het natuurbeleid in Nederland. De Natura 2000-gebieden zijn integraal onderdeel van het NNN en daarom ook een essentieel instrument om de vereiste "gunstige staat van instandhouding" te bereiken voor de in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermde planten en diersoorten.
Naast deze indicator voor de soort- en habitatselectie conform de Habitatrichtlijn, onderscheiden we nog als kernindicatoren voor soorten: de 'Rode Lijst Indicator, 1995-2019' de 'Trendlijn meer of minder bedreigde soorten' en voor ecosystemen de 'Trends in kwaliteit van natuur, 1990 - 2017' en 'Ecosysteemkwaliteit (areaal), 1994-2017'. Deze kernindicatoren zijn gebaseerd op een bredere selectie die voortkomt uit het voormalig EHS- en het huidige NNN-SNL-beleid. De data komen uit de (jaarlijkse) NEM-cijfers sinds 1990.
Globaal genomen geven alle het beeld van een forse achteruitgang van dier- en plantensoorten tot 1995 naar een lichte vooruitgang daarna. Het verschilt per soortgroep en per ecosysteem. Bij dagvlinders en amfibieën is nauwelijks of geen herstel te melden. Eén op de drie soorten in Nederland is nog steeds bedreigd. In de ecosystemen heide- en duingebieden neemt de kwaliteit geleidelijk af.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Staat van instandhouding habitattypen en soorten van de Habitatrichtlijn

Omschrijving

Overzicht van de staat van instandhouding van de Nederlandse habitattypen en soorten van de Europese Habitatrichtlijn in 2012 en 2006. Voor de nulmeting 2006 is zoveel mogelijk de periode 1999-2005 genomen.

Verantwoordelijk instituut

Wageningen UR (Irene Bouwma)

Berekeningswijze

Telling van de resultaten van de beoordeling van de individuele soorten en habitattypen voor Nederland zoals gerapporteerd aan de EU door het Ministerie van EZ.

Basistabel

Tabellen met de afzonderlijke soorten en habitattypen staan op de tabbladen bij Download figuurdata

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

6 jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, E.J. Weeda & J.H.J. Schaminée (2014). Habitattypen in Nederland. Referentiewaarden voor area en range. WOt-rapport 125. WOT Natuur & Milieu - Wageningen UR, Wageningen (in druk)ETC-BD, 2011. Assessment and reporting under Article 17 of the Habitats Directive - explanatory notes and guidelines for the period 2007-2012. Janssen, J.A.M., E.J. Weeda, P. Schippers, R.J. Bijlsma, J.H.J. Schaminée, G.H.P. Arts, C.M. Deerenberg, O.G. Bos & R.G. Jak (2014). Habitattypen in Natura 2000-gebieden. Beoordeling van oppervlakte, representativiteit en behoudsstatus in de Standard Data Forms (SDFs). Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu. WOt-technical report 8. 196 blz.; 2 tab.; 33 ref.; 1 Bijlage.Knegt, B. de, T. van der Meij, S. Hennekens, J.A.M. Janssen & G.W.W. Wamelink (2014). Status en trend van structuur- en functiekenmerken van Natura 2000-habitattypen op basis van het Landelijk Meetnet Flora (LMF) en de Landelijke Vegetatie Databank (LVD). Achtergrondrapport voor de Artikel 17-rapportage. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt-technical report 7. 58 blz. 6 fig.; 17 ref.; 3 bijl.Ottburg, F.G.W.A. & C.A.M. van Swaay (2014). Habitatrichtlijnsoortern in Nederland. Gunstige referentiewaarden voor de populatieomvang en het range van soorten van bijlage II, IV en V van de Europese Habitatrichtlijn. WOt-rapport 124. WOT Natuur & Milieu - Wageningen UR, Wageningen (in druk)Ottburg, F.G.W.A. & J.A.M. Janssen (2014). Habitatrichtlijnsoorten in Natura 2000-gebieden. Beoordeling van populatie, leefgebied en isolatie in de Standard Data Forms (SDFs). Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu. WOt-technical report 9, 106 blz; 6 tab.; 63 ref.Schmidt, A.M., A. van Kleunen, L. Soldaat & R. Bink (2014). Rapportages op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Evaluatie en aanbevelingen voor de komende rapportageperiode 2013-2018. WOt-technical report 19. WOT Natuur & Milieu - Wageningen UR, Wageningen (in druk)VROM (2003). Handboek implementatie milieubeleid EU in Nederland. Ministerie van VROM

Opmerking

In 2015 is de informatie over de Staat van instandhouding in de andere Europese lidstaten beschikbaar.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd. Verantwoording en werkwijze zijn beschreven in aparte WOT rapportages

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2015). Staat van instandhouding Habitatrichtlijn, 2007-2012 (indicator 1483, versie 03 , 23 januari 2015 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.