Compendium voor de Leefomgeving
468 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Water en natuur

Vegetatie van open moerassen, 1999-2018

In de Nederlandse moerassen nemen ruigtesoorten, struiken en bomen toe en loopt het aandeel van kenmerkende soorten terug.

Ruigtesoorten

In de laatste decennia nemen ruigtesoorten toe in open moeras. Dat geldt met name voor ruigtesoorten die gedijen onder droge omstandigheden; ruigtesoorten van vochtige omstandigheden nemen juist af (tabblad Ruigtesoorten). Voorbeelden van droge ruigtesoorten zijn braam en grote brandnetel; beide zijn aanzienlijk toegenomen (tabblad Soorten).

Bomen en struiken

De bedekking van bomen en struiken in moeras neemt eveneens toe (tabblad Bomen & struiken). De toename van ruigtesoorten en van bomen en struiken gaat ten koste van kruiden en pioniersoorten; de bedekking daarvan neemt af (tabblad Kruiden & pioniers). Voorbeelden van afnemende soorten zijn zwanenbloem, grote waterweegbree en gele waterkers (tabblad Soorten).

Kenmerkendheid

De verschuivingen in de soortensamenstelling gaan gepaard met een afname van de kenmerkendheid van de moerasvegetatie (tabblad Kenmerkenheid). De kenmerkendheid is bepaald uit het aandeel voor moeras kenmerkende soorten. Afname ervan wil zeggen dat kenmerkende moerassoorten zijn afgenomen en niet-kenmerkende soorten juist zijn toegenomen.

Oorzaken

Moerassen groeien van nature dicht met bomen en struiken, maar het dichtgroeien wordt versneld door stikstofdepositie en door verdroging. Omdat juist de droge ruigtesoorten toenemen lijkt er vooral sprake van verdroging van het open moeras. De vermesting van het moeras is juist afgenomen. Moerassen zijn ook wat zuurder geworden.

Open moeras

Open moerassen komen vooral veel voor in de laagveen- en kleigebieden. Deze moerassen hebben overgangssituaties van land naar water waarin kenmerkende planten en diersoorten leven. Via natuurlijke processen zullen moerassen veelal verlanden, dat wil zeggen van ondiep open water via moeras veranderen in moerasbos. Om de biodiversiteit te behouden, verwijderen terreinbeheerders bomen en struiken en creëren ze opnieuw open water.

Referenties

  • Duuren., L. van, T. van der Meij, M. Rijken, M. van Veen & A. van Strien (2008). Botanische veranderingen in Nederlandse natuurgebieden. De Levende Natuur 109:9-12.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Vegetatie open moeras

Omschrijving

Veranderingen in de vegetatie van open moeras

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Vanaf 1999 worden de ontwikkelingen in de vegetatie van een aantal begroeiingstypen onderzocht met behulp van het Landelijk Meetnet Flora. Daarin worden op circa tienduizend vaste meetlocaties om de vier jaar vegetatie-opnamen gemaakt door professionele veldmedewerkers. Door de opnamen in de tijd te vergelijken kunnen trends worden bepaald in de bedekking van soortgroepen en van afzonderlijke soorten.

De bedekking van ruigtesoorten is bepaald door de bedekking van een aantal snelgroeiende en voedselrijkdom- minnende plantensoorten te sommeren. De "droge" ruigtesoorten zijn akkerdistel, bijvoet, boerenwormkruid, fluitenkruid, gewone berenklauw, gewone braam, gewone smeerwortel, grote brandnetel, haagwinde, Jakobskruiskruid, kleefkruid, ridderzuring, rietgras, speerdistel, wilgenroosje en zevenblad. De groep "natte" ruigtesoorten bestaat uit bitterzoet, echte valeriaan, gewone engelwortel, grote kattenstaart, harig wilgenroosje, koninginnenkruid, liesgras, moerasmelkdistel, moerasspirea, pitrus en riet.

Soorten die vaker worden aangetroffen in een bepaald begroeiingstype dan in andere typen zijn kenmerkende soorten voor dat begroeiingstype. Er zijn verschillende methoden om de kenmerkendheid te bepalen; hier is gewerkt met de zogenaamde Indval-methode (Cáceres & Legendre, 2009).

Trends in bedekking zijn berekend met een statistisch model met meetronde en meetlocatie-effecten. De berekening is uitgevoerd met een Bayesiaanse methode in R.

Basistabel

Zie Download data

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Cáceres, M. de en P. Legendre (2009). Associations between species and groups of sites: indices and statistical inference. Ecology 90 (12): 3566-3574. CBS (2019). Meetprogramma's voor flora en fauna. Kwaliteitsrapportage NEM over 2018. CBS, Den Haag.

Opmerking

De vorige versies van deze indicator gaven een schatting per jaar weer waarbij de waarde in tussenliggende jaren per opname statistisch werd bijgeschat. Nu er inmiddels vijf meetronden van vier jaar zijn, wordt de toestand per meetronde berekend in plaats van per jaar, waardoor nauwelijks meer hoeft te worden bijgeschat. Moerassen met een klein aandeel struiken en bomen worden nog tot open moeras gerekend, net als kleine delen open water die omsloten zijn door moeras. De meeste opnamen in moeras liggen in de meer begaanbare delen waardoor de schatting van het aandeel bomen en struiken enigszins vertekend (te hoog) kan zijn.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2019). Vegetatie van open moerassen, 1999-2018 (indicator 1532, versie 06 , 29 november 2019 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.