Compendium voor de Leefomgeving
539 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ecosystemen

Vegetatie duinen, 2000-2017

In zowel droge als vochtige duinen neemt de oppervlakte met struiken toe.

Duinen

Het gehele duingebied langs de kust beslaat ruim 45.000 ha. Ongeveer een kwart daarvan is bos, circa zes procent bestaat uit natte en vochtige duinvalleien (vochtig duin) en de rest bestaat voornamelijk uit open droog duin en duinstruweel. Het duinareaal is in de afgelopen eeuw niet veel kleiner geworden, vooral vanwege de kustbescherming en de drinkwaterwinning, maar ook vanwege de natuurwaarde van dit gebied.
De flora van de duinen is vooral in de eerste helft van de 20e eeuw sterk beïnvloed door verdroging als gevolg van de waterwinning en bebossing. In de tweede helft van de 20e eeuw, tot aan de jaren tachtig, trad verruiging op door inlaat van ongezuiverd infiltratiewater. Ook vermesting door stikstofdepositie heeft bijgedragen aan verruiging en wijzigingen in de samenstelling van de vegetatie. Met voorzuivering van het ingelaten water en beheer- en/of herstelmaatregelen worden deze negatieve effecten tegengegaan. Deze indicator zoomt in op veranderingen in de vegetatie van het duingebied exclusief de duinbossen, sinds het jaar 2000.

Verstruiking en verruiging duinen

In het duingebied (exclusief duinbossen) is het aandeel struiken en bomen weliswaar laag (minder dan 10%), maar sinds 2000 sterk toegenomen. In het open droog duin is deze toename sterker dan in vochtig duin (zie tabblad Struiken en tabblad Bomen). Het betreft o.a. soorten als duindoorn en zachte berk. In het duingebied is er ook een toename van ruigtekruiden, d.w.z. snelgroeiende hoog opschietende kruiden van voedselrijke omstandigheden.

Overige ontwikkelingen

De toename van struiken en bomen gaat niet of nauwelijks ten koste van de bedekking met kruiden of andere lage planten. Alleen pioniersoorten vertonen een significante achteruitgang in bedekking (zie tabblad Pioniers), maar kruiden zijn zelfs iets toegenomen. Ook exoten zijn toegenomen, zowel in bedekking als aantal soorten. Het effect van de vele natuurherstelprojecten is weliswaar nog niet zichtbaar in vermindering van de verstruiking, maar in vochtig open duin neemt de bedekking toe van soorten die indicatief zijn voor voedselarme bodem. Ook in de bedekking van kenmerkende soorten voor vocht en zuurgraad zijn positieve ontwikkelingen zichtbaar. Zuur indicerende soorten nemen af in droog open duin terwijl tegelijk basisch indicerende soorten toenemen. Daarnaast nemen ook vocht indicerende soorten toe in het duin als geheel.

Oorzaken en gevolgen

Er zijn verschillende mogelijke oorzaken voor het toenemen van struiken, bomen en ruigtekruiden ten koste van het open duingebied. Ten eerste is de depositie van stikstof uit de lucht weliswaar afgenomen, maar nog steeds te hoog. Dit versterkt de natuurlijke successie van open duin naar bos. De stikstofindicatiewaarde van de vegetatie op basis van het totale stikstofgehalte (N-totaal) neemt daarmee ook toe in droog duin. In vochtig duin is dit onzeker.
Een andere mogelijke oorzaak is de afname van de begrazing van duin door konijnen, waardoor zaailingen van bomen en struiken meer kansen hebben gehad om zich te ontwikkelen. In duinen die open zijn gebleven is de konijnenstand de laatste jaren hier en daar wel weer enigszins hersteld, maar nogal fluctuerend. Duinbeheerders maken ook hoe langer hoe meer gebruik van begrazing door runderen en andere grote grazers. Verder is op veel plaatsen de (hoge) vegetatie en soms ook de voedselrijke bovenlaag van de bodem verwijderd. De schaal waarop dit tot op heden is gebeurd lijkt desondanks te klein en/of de mate waarin verstruiking daarna opnieuw toeslaat is te hoog om dit proces voor de duinen als geheel te kunnen stoppen.

Referenties

  • Cáceres, M. de en P. Legendre (2009). Associations between species and groups of sites: indices and statistical inference. Ecology 90 (12): 3566-3574.
  • J. Runhaar, W. van Landuyt, C.L.G. Groen, E.J. Weeda en F. Verloove (2004). Herziening van de indeling in ecologische soortengroepen voor Nederland en Vlaanderen. Gorteria 30(1). (https://www.synbiosys.alterra.nl/ecotopen/)
  • Strien, A.J., J.J.A. Dekker, M. Straver, T. van der Meij, L.L.Soldaat, A. Ehrenburg en E. van Loon, 2011. Occupancy dynamics of wild rabbits (Oryctolagus cuniculus) in the coastal dunes of the Netherlands with imperfect detection. Wildlife Research 38(8) 717-725.
  • Wamelink, G.W., M.H.C. van Adrichem, H.F. van Dobben, J.Y. Frissel, M. den Held, V. Joosten, A.H. Malinowska, P.A. Slim & R.M.A. Wegman, 2012. Vegetation relevés and soil measurements in the Netherlands: the Ecological Conditions Database (EC). Biodiversity & Ecology 4, 2012 p 125-132.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Vegetatie duinen

Omschrijving

Beschrijving van floristische veranderingen in de duinen, waaronder een toename van struiken en bomen

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Alle trends in deze indicator zijn gebaseerd op vegetatieopnamen van het Landelijk Meetnet Flora (LMF). De berekende trends zijn gebaseerd op totaal aantal aangetroffen soorten, aantal aangetroffen soorten binnen onderscheiden soortgroepen, de sombedekking van de planten binnen onderscheiden soortgroepen en gemiddelde indicatorwaarden van de soorten in een vegetatieopname. Indicatieve soorten zijn gekozen op basis van Ellenberggetallen per soort en de ecotopenclassificatie van planten volgens Runhaar et al. (2004). Indicatiewaarden voor vermesting, verdroging en verzuring zijn gebaseerd op zogenaamde Wamelink-getallen per plantensoort, waarbij de indicatie van een vegetatieopname is gebaseerd op een gewogen gemiddelde van de aangetroffen soorten Wamelink et al. (2012). Kenmerkendheid van de vegetatie wordt bepaald met de IndVal-methode van Cáceres & Legendre (2009).

De bedekkingspercentages van bomen en struiken in het duingebied zijn voor het jaar 2001 geïnterpoleerd i.p.v. direct berekend i.v.m. een te laag aantal meetpunten met bomen en struiken in dat jaar. Het lage aantal meetpunten hangt samen met de MKZ-crisis (mond- en klauwzeer) van dat jaar.

Naast de trends voor vochtig open duin en droog open duin wordt in de figuren nu ook de trend voor "duinen totaal" gegeven. Duinen totaal omvat naast open duin ook de vegetatieopnamen in duinstruweel en duinbos. Dit verklaart waarom het bedekkingspercentage aan struiken en bomen van het totaal veel hoger is dan van de vochtige en droge open duinbiotopen.

Basistabel

Zie Download figuurdata

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Opmerking

 

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2018). Vegetatie duinen, 2000-2017 (indicator 1535, versie 06 , 13 december 2018 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.