Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ecosystemen

Flora van loof- en gemengde bossen, 1999-2012

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In loofbossen en gemengde bossen komen steeds meer struiken en ondergroei en nemen verzuring en verdroging af. Ook nemen kenmerkende soorten enigszins toe.

Areaal loofbos

In Nederland is in 2006 circa 210.000 ha loof- en gemengd bos aanwezig. Hiervan is ongeveer 10% gemengd loof-naaldbos. Het grootste deel van het areaal is te karakteriseren als droog loofbos. Het bosbeleid is er op gericht de onderhoudskosten te reduceren en tegelijkertijd bossen in Nederland een meer natuurlijk en recreatief aantrekkelijk karakter te geven. Maatregelen om het aandeel inheemse boomsoorten te vergroten worden gestimuleerd, evenals het vergroten van de variatie in leeftijdsklassen en soorten. Het bos als leverancier van hout is relatief minder belangrijk geworden. Grootschalige kaalkap is op veel plaatsen vervangen door dunning en dood hout mag veelal blijven liggen.

Veranderingen in de ondergroei

Vanaf 1999 worden veranderingen in de vegetatie van bossen en andere begroeiingstypen gevolgd met het Landelijk Meetnet Flora (LMF). Uit de vegetatieopnamen in loofbos blijkt dat het beheer en de milieuomstandigheden in loofbos hebben geleid tot het ontstaan van meer variatie en een toename van vooral struiken, waardoor het bos dicht groeit en het op de bosbodem donkerder wordt. Veel van deze ontwikkelingen vinden plaats in zowel droog loofbos, vochtig loofbos als in broekbos. Zo is in elk van deze drie bostypen het aantal soorten bomen en struiken toegenomen, evenals de bedekking met struiken (tabblad Struiken). Tevens is het gemiddelde Ellenberg-lichtgetal (dit is een maat per plantensoort die de voorkeur aangeeft voor lichte of donkere omstandigheden) iets afgenomen. In droog loofbos zijn daarnaast ook de kruiden toegenomen en is het aandeel grassen en exoten afgenomen. Struiken die duidelijk toenemen zijn bramen, hulst en klimop. Grassen die afnemen zijn bochtige smele en gladde witbol in droog loofbos en ruw beemdgras in vochtig loofbos en broekbos. De daadwerkelijke ontwikkelingen zijn aldus in overeenstemming met het streven naar een gevarieerd bos met een natuurlijk karakter, met name in droog loofbos (tabblad Ondergroei).

Kenmerkende soorten

Het natuurlijker karakter van de bossen wordt ook weerspiegeld in een toename van de mate van kenmerkendheid van de soorten in zowel droog loofbos, vochtig loofbos als broekbos (tabblad Kenmerkende soorten). Wijzigingen in het soortenaantal of de bedekking van Rode lijst soorten en typische soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage 1) zijn niet geconstateerd. Deze soorten worden echter nauwelijks in de meetpunten van het florameetnet in bossen aangetroffen.

Voedselrijkdom, zuurgraad en verdroging

Van de drie milieufactoren die een grote invloed hebben op de boskwaliteit lijkt vooral de mate van verzuring af te nemen. In mindere mate is dat ook het geval bij verdroging. Voor het loofbos als geheel is afname van de verzuring te zien aan de afname van indicatoren voor zure omstandigheden (-0,3% per jaar) en toename van indicatoren voor basische omstandigheden (+1,8% per jaar). Vermindering van de verdroging is alleen te zien aan afname van indicatoren voor droge omstandigheden (-2,2%) per jaar. Voor vermesting verandert de situatie nauwelijks. Er zijn weliswaar kleine significante veranderingen, maar de analyseresultaten lijken elkaar tegen te spreken: voedselrijkdom indicerende plantensoorten zijn sinds 1999 afgenomen (-0,5% per jaar), maar voedselarmoede indicerende soorten zijn óók afgenomen (-0,4% per jaar).

Ver-thema's verschillen per bostype

De tegenstrijdigheid van de veranderingen bij vermesting is te verklaren doordat de richting van de veranderingen verschillend is per bostype. De indicatorsoorten voor voedselrijke omstandigheden (door vermesting) nemen namelijk alleen significant af in vochtig loofbos. In droog loofbos vindt het omgekeerde plaats: daar nemen de indicatoren voor voedselarme omstandigheden juist af. Ook bij andere milieufactoren zijn er dergelijke verschillen. Indicatorsoorten voor zure omstandigheden nemen iets af in droog loofbos. In broekbossen en vochtige bossen is eveneens afname van de verzuring te zien, maar dan alleen aan toename van de indicatorsoorten voor basische omstandigheden. In droog loofbos nemen indicatorsoorten voor droge omstandigheden af. In broekbos nemen juist indicatorsoorten voor vochtige omstandigheden af en lijkt dus sprake van verdroging.

Referenties

  • Cáceres, M. de en P. Legendre (2009). Associations between species and groups of sites: indices and statistical inference. Ecology 90 (12): 3566-3574.
  • Dirkse, G.M. (2007). Meetnet Functievervulling bos 2001-2005. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Rapport DK nr. 2007/065, Ede.
  • Dufrêne, M., en P. Legendre (1997). Species assemblages and indicator species: The need for a flexible asymmetrical approach. Ecological Monographs 67: 345-366.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Flora loof- en gemengde bossen

Omschrijving

Veranderingen in de flora van loof- en gemengde bossen

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Door een wijziging in 2012 in de berekening van het aandeel kenmerkende soorten en de berekening van de som van de bedekking, kunnen kleine wijzigingen ten opzichte van de vorige versie optreden.
Door een wijziging in 2013 in de berekening van de kenmerkendheid van opnamen kunnen verschillen ten opzichte van de vorige versie optreden.

Basistabel

Zie Download figuurdata

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Dufrêne, M., en P. Legendre (1997). Species assemblages and indicator species: The need for a flexible asymmetrical approach. Ecological Monographs 67: 345-366.

Opmerking

Gemengde bossen betekent hier bossen met loof- en naaldbomen.
Het areaal loofbos is berekend aan de hand van het totaal areaal bos uit de bodemstatistiek 2006 (CBS) en de verhoudingen uit de verschillende bostypen uit Dirkse, 2007.
Voor deze indicator zijn trends in bedekking van in totaal 59 plantensoorten bepaald. Het betreft 27 soorten in broekbos en 33 soorten in zowel vochtig als droog loofbos. Dit betreft de meest voorkomende soorten van natte en droge ruigtes, één Rode lijst soort en een groot aantal veel voorkomende kenmerkende soorten. Kenmerkendheid is daarbij m.i.v. 2013 bepaald m.b.v. de Indval-methode (Dufrêne & Legendre, 1997) voor de drie afzonderlijke bostypen.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Flora van loof- en gemengde bossen, 1999-2012 (indicator 1546, versie 04 , 24 januari 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.