Compendium voor de Leefomgeving
482 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ecosystemen

Dood hout en bosbeheer, 2001-2013

In bossen komt tegenwoordig veel dood hout voor. Dit komt doordat dood hout niet meer wordt opgeruimd, zoals tot ongeveer 1985 wel het geval was.

Planten en dieren hebben belang bij dood hout

Op 74% van de meetpunten in bos komen per hectare één of meer dode staande of liggende boomstammen voor. Ruim 15% van de meetpunten heeft meer dan 300 dode stammen per hectare. Wanneer we uitgaan van een gemiddelde boomdichtheid van 1100 levende en dode bomen per hectare bestaat in ruim 15% van het bos een kwart tot een derde van de bomen uit dode bomen. Op 26% van de meetpunten in het bos zijn geen dode bomen aangetroffen. In bossen waar het beheer is gericht op meer natuurlijk bos, worden dode bomen en ander dood hout niet verwijderd. Dood hout is belangrijk voor veel planten en dieren, waaronder Echte tonderzwam en bosbeheer en insecten.

Landelijke bosinventarisatie

In 2012 en 2013 is de zesde landelijke bosinventarisatie uitgevoerd (Schelhaas et al., 2014). Er is een lichte stijging van het aandeel dood hout in het Nederlandse bos te constateren ten opzichte van de eerdere meetperiode (Dirkse et al., 2006).

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Dood hout en bosbeheer

Omschrijving

Procentueel bosoppervlak waar dood hout is aangetroffen.

Verantwoordelijk instituut

WOT Natuur & Milieu, Wageningen UR en Bureau Daamen

Berekeningswijze

De gegevens zijn gebaseerd op de metingen in de periode 2001- 2005 (Meetnet Functievervulling Bos) en de periode 2012-2013 (Zesde Bosinventarisatie). Daarin zijn de bossen onderzocht met behulp van een steekproef van 3600 meetpunten van 300 m2 (Dirkse et al., 2006; Schelhaas et al., 2014). Het staafdiagram en de onderliggende tabel geven het aantal proefvlaktes aan waar dood hout is aangetroffen. Liggende dode stammen zijn alleen geteld indien de wortelkluit of stobbe binnen de proefvlakte lag. Dode stamfragmenten zonder worteldeel of met dit deel buiten de proefvlakte zijn buiten beschouwing gebleven.

Basistabel

Zesde Nederlandse Bosinventarisatie ( Schelhaas et al., 2014)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

geen

Verschijningsfrequentie

Onregelmatig

Achtergrondliteratuur

Dirkse, G.M., W.P. Daamen, H. Schoonderwoerd, M. Japink, M. van Jole, R. van Moorsel, P. Schnitger, W. Stouthamer & M. Vocks (2006). Meetnet Functievervulling bos 2001-2005. Vijfde Nederlandse Bosstatistiek. Rapport dk065-0. Directie Kennis, LNV, Ede.Schelhaas, M.J., A.P.P.M. Clerkx, W.P. Daamen, J. Oldenburger, G. Velema, P. Schnitger, H. Schoonderwoerd, H. Kramer (2014). Zesde Nederlandse Bosinventarisatie: methoden en basisresultaten. Alterra-rapport 2545. Alterra Wageningen UR, Wageningen.

Betrouwbaarheidscodering

C - Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Dood hout en bosbeheer, 2001-2013 (indicator 1166, versie 07 , 23 juli 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.