Compendium voor de Leefomgeving
494 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Living Planet Index voor Nederland, 1990-2013

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Gewervelde dieren zijn gemiddeld met 22 procent toegenomen in Nederland sinds 1990.

LPI-Nederland

De Nederlandse Living Planet Index (LPI) geeft de gemiddelde trend weer van
zoogdieren, broedvogels, reptielen en amfibieën samen. Sinds 1990 is deze groep met 22% toegenomen. Deze toename komt door het vooruitgaan van zoogdieren, vogels en reptielen in deze periode. De amfibieën zijn als groep echter niet toegenomen.
De berekeningswijze van de Nederlandse LPI komt sterk overeen met die van de Living Planet Index van het WWF, al zijn er enige verschillen (zie technische toelichting). Het meest in het oog springende verschil is de afwezigheid van de soortgroep vissen in de Nederlandse versie.

LPI-mondiaal

De LPI is internationaal gezien één van de meest geaccepteerde graadmeters voor de mondiale biodiversiteit. In deze graadmeter zijn gegevens van populaties van méér dan 3000 gewervelde diersoorten opgenomen (zoogdieren, broedvogels, reptielen, amfibieën en vissen), met als beginjaar 1970. De mondiale LPI is met 52% afgenomen, en ook na 1990 (het begin van de Nederlandse tijdreeks) is de trend nog neerwaarts. Deze mondiale trend lijkt haaks te staan op de Nederlandse trend.

LPI-naar landinkomen

Als echter de LPI wordt uitgesplitst naar landengroepen met verschillend inkomensniveau (volgens Wereldbank-criteria), dan is te zien dat de LPI voor hoge inkomenslanden juist is gestegen (met 9,7%), hetgeen correspondeert met de Nederlandse trend. Volgens het WWF wijst deze toename op herstel na de zware verliezen in biodiversiteit die deels al voor 1970 optraden en is het natuurherstel mogelijk doordat in rijke landen tegenwoordig meer financiële middelen worden aangewend voor natuurherstel. Verder worden vaak goederen geïmporteerd uit lage inkomenslanden, waarbij veelal de negatieve effecten van de productie van die goederen op de biodiversiteit voor rekening komen van die lage inkomenslanden.

LPI en RLI

De LPI resultaten zijn goed te rijmen met die van de Rode Lijst Indicator. De RLI onderbouwt dat veel soorten bedreigd zijn geraakt tussen 1950 en 1995 en dat daarna enig herstel optreedt. De LPI rekent ook de toename en afnamen mee van soorten die niet op de Rode Lijst staan of stonden en laat zien dat sinds 1990 gewervelde dieren in Nederland in populatie-omvang toenemen.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aantalsontwikkeling van gewervelde dieren

Omschrijving

Ontwikkeling populatie-aantallen gewervelde dieren als groep

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Alle inheemse soorten broedvogels, reptielen en amfibieën zijn in de indicator opgenomen, maar niet alle zoogdieren. Van een aantal zoogdieren zijn namelijk geen jaarcijfers en trends voorhanden.
Gegevens over populatie-aantallen zijn ontleend aan de landelijke meetnetten in het Netwerk Ecologische Monitoring voor broedvogels (Sovon), reptielen (Ravon), amfibieën (Ravon) en dagactieve zoogdieren (Zoogdiervereniging). Met die data zijn voor elke soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met GLM-Poisson regressie (software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM). Cijfers van zeehonden, bruinvis, otter, bever, das, hamster en een aantal muizen zijn gebaseerd op andere bronnen (zie de indicatoren in het CLO over deze soorten) en betreffen deels trends in verspreiding als benadering van de trend in populatie-aantal.
De indicator is berekend door de jaarlijkse indexcijfers over de populatie-aantallen meetkundig te middelen over alle 166 betrokken soorten (met indexwaarde 2000 = 100 voor elke soort). Over de jaren heen is een smoothing algoritme toegepast om flexibele trends te bepalen en daaruit zijn trendklassen afgeleid. De betrouwbaarheidsintervallen van de indicator zijn gebaseerd op de betrouwbaarheidsintervallen van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al. in voorb.).
De indicatormethode komt sterk overeen met de methode van de Living Planet Index van WWF (WWF, 2014) dat de indicator de "Nederlandse LPI" is genoemd (voorheen "Soortgroep Trend Indexen"). Er zijn enige statistische verschillen, maar die hebben weinig gevolgen voor de indicatorwaarden: (1) De basisdata zijn verschillend. De basisdata bij de Nederlandse LPI zijn tellingen per meetpunt; bij WWF-LPI zijn dat tijdreeksen op basis van geaggregeerde gegevens over een aantal meetpunten. (2) De statistische methode per soort verschilt. Bij de Nederlandse LPI is een GLM toegepast, bij de WWF-LPI een GAM. (3) De betrouwbaarheidsintervallen van de indicator verschillen. Bij de Nederlandse LPI is daarin de onzekerheid van de indexen per soort opgenomen; bij de WWF-LPI niet.
Zowel bij de Nederlandse LPI als bij de WWF-LPI zijn jaarlijkse indexcijfers meetkundig gemiddeld. Om te voorkomen dat zeer sterk toenemende of afnemende soorten de indicator domineren, worden indexcijfers bij de WWF-LPI boven de 1000 op 1000 afgekapt en onder de 10 op 10 gezet (pers. comm. Loh & McRae, 2014). Deze afkapregel is ook toegepast bij de Nederlandse LPI.Omdat de trendlijn niet precies op 100% begon (i.t.t. het "data-punt" op 1990), hebben we de gehele trendlijn van de Nederlandse LPI nominaal iets verhoogd. De toename tussen 1990 en 2013 blijft na deze bewerking gelijk, dus het verschuiven van de trend leidt niet tot andere conclusies.
De WWF-LPI is gebaseerd op dezelfde diergroepen als de Nederlandse LPI, maar omvat tevens vissen.

Basistabel

De index van de betrokken soorten met hun trend staan onder het tabblad afzonderlijke soorten onder Download figuurdata.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

WWF, 2014. Living Planet Report 2014, Species and spaces, people and places. WWF, Gland, Zwitserland.

Opmerking

De indexcijfers van de afzonderlijke soorten zijn te vinden bij de indicatoren over de LPI per soortgroep

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Living Planet Index voor Nederland, 1990-2013 (indicator 1569, versie 01 , 30 september 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.