Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Trend in vaatplanten, 1990-2017

Vaatplanten gaan gemiddeld genomen vooruit in verspreiding. Sinds 1995 liep het aantal bedreigde soorten terug en daalde de mate van bedreiging. In 2017 is het aantal bedreigde soorten weer terug op het niveau van 1995, maar de gemiddelde mate van bedreiging is wel lager.

Ontwikkeling in verspreiding

De trend in verspreiding van vaatplanten is gemiddeld genomen positief (eerste tabblad). De maat voor verspreiding is het aantal bezette 1x1 km-hokken; het aantal bezette hokken gaat voor veel van de beschouwde soorten vooruit, maar er zijn ook soorten waarvan het verspreidingsgebied kleiner wordt.

RLI vaatplanten

Ook al nemen er meer soorten toe dan af in verspreiding, toch neemt het aantal bedreigde soorten recent weer toe. Sinds de publicatie van de Rode Lijst van hogere planten van 2012 (Sparrius et al. 2014) is er een aantal soorten van die lijst zodanig achteruitgegaan dat ze nu in meer of mindere mate bedreigd zijn geworden, terwijl ze dat eerder niet waren. Dit komt tot uitdrukking in een hogere waarde voor RLI-lengte (tweede tabblad).
Tegelijkertijd is een aantal soorten van de lijst in verspreiding toegenomen, waardoor deze minder bedreigd zijn geworden. De gemiddelde bedreiging is minder sterk dan in het midden van de jaren '90 (zie RLI-kleur op tweede tabblad), al loopt deze in recente jaren weer iets op.

Oorzaken

Het is niet eenvoudig om individuele trends te verklaren. De groep vaatplanten is namelijk vrij divers. Wat waarschijnlijk voor een aantal soorten gunstig is geweest, is de afname van de uitstoot van milieubelastende stoffen in de afgelopen decennia. Ook hebben beheermaatregelen lokale condities gunstig beïnvloed, waardoor sommige soorten zich opnieuw konden vestigen op plekken waar ze eerder waren verdwenen.
Toch gaat een aantal soorten (nog steeds) achteruit. Dit zijn bijvoorbeeld plantensoorten van voedselarme tot matig voedselrijke bosranden, graslanden, oevers en wateren. Mogelijk spelen de nog altijd hoge niveaus van stikstofdepositie aan de randen van natuurgebieden hierbij een rol. Ook intensief slootkantbeheer (mechanisch geschoond), waardoor steile oevers ontstaan, kan van invloed zijn geweest bij deze verslechteringen. De mate waarin deze oorzaken van toepassing zijn moet blijken uit nader onderzoek.

Referenties

  • L.B. Sparrius, B. Odé & R. Beringen, 2014. Basisrapport Rode Lijst Vaatplanten 2012 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. FLORON Rapport 57. FLORON, Nijmegen.
  • Sparrius, L.B. en A.J. van Strien (2014). Het berekenen van jaarlijkse trends van planten op basis van verspreidingsgegevens. Gorteria 37: 31-40.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Trend in verspreiding van vaatplanten

Omschrijving

Ontwikkeling verspreiding vaatplanten als groep

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Voor de trend in verspreiding zijn alle soorten opgenomen waarvoor statistisch betrouwbare trends te berekenen zijn, die vervolgens door Floristisch Onderzoek Nederland (FLORON) zijn gevalideerd en plausibel bevonden (n = 926). In de RLI vaatplanten zijn (vrijwel) alle inheemse soorten opgenomen waarvoor voldoende gegevens beschikbaar zijn. Voor de (zeldzamere) soorten waarvoor geen plausibele trend in verspreiding kon worden vastgesteld, is teruggegrepen op de officiële Rode Lijst status. Het totaal aantal beschouwde soorten komt daarmee op 1395.

Gegevens over de verspreiding van plantensoorten zijn ontleend aan de landelijke verspreidingsgegevens van FLORON (zie www.verspreidingsatlas.nl/planten). Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over verspreiding (het aantal bezette 1x1 kilometerhokken) bepaald met behulp van List Length-analyse (Szabo 2010; Van Strien et al. 2017).

Omdat de gegevens zonder vast meetprotocol zijn verzameld, is gecorrigeerd voor variatie in waarnemersinspanning. Dat is gedaan door het aantal soorten dat per kilometerhok in een jaar is genoteerd, op te vatten als maat voor de waarnemersinspanning in een hok.

Om de indicator te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over het aantal bezette kilometerhokken per soort meetkundig gemiddeld over alle soorten. Door de gemiddelde indexen is een flexibele trend berekend met een 95% betrouwbaarheidsinterval. Het betrouwbaarheidsinterval is gebaseerd op de betrouwbaarheid van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al., 2017). Uit de betrouwbaarheidsintervallen zijn trendklassen afgeleid.

De trend in verspreiding is ook gebruikt om per soort een virtuele status op de RL vaatplanten te berekenen. De Rode Lijst Indicator van vaatplanten (tweede tabblad) is gebaseerd op het aantal soorten op de Rode Lijst per jaar (RLI-Lengte). De variant RLI-kleur telt ook de verschuivingen tussen de categorieën op de Rode Lijst mee (Van Strien et al., 2014).

Basistabel

Zie "download data" onder de figuur

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Vaatplanten zijn alle soorten planten, exclusief de lagere planten zoals mossen, korstmossen en algen

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Sparrius, L.B. en A.J. van Strien (2014). Het berekenen van jaarlijkse trends van planten op basis van verspreidingsgegevens. Gorteria 37: 31-40.

Van Strien, A., R. Verweij, M. de Zeeuw, L. van Duuren en L. Soldaat (2014). Voorzichtig herstel van de biodiversiteit in Nederland? De Levende Natuur, (115) 5: 208-211.

Van Strien et al. (2017). Woodland ectomycorrhizal fungi have benefitted from large scale reduction of nitrogen deposition in the Netherlands. Journal of Applied Ecology, DOI: 10.1111/1365-2664.12944.

Szabo, J.K., Vesk, P.A., Baxter, P.W.J. en Possingham, H.P. (2010). Regional avian species declines estimated from volunteer-collected long-term data using List Length Analysis. Ecological Applications 20: 2157-2169.

Soldaat, L.L., J. Pannekoek, R.J.T. Verweij, C.A.M. van Turnhout en A.J. van Strien (2017). A Monte Carlo method to account for sampling error in multi-species indicators. Ecological Indicators 81: 340-347.

Opmerking

In de vorige versie van deze indicator werden andere methoden (Sparrius & Van Strien 2014) gebruikt om de trend in verspreiding te berekenen. Ook ging het om meer soorten. De huidige inzichten zijn dat de beschikbare gegevens het best met de List Length-methode kunnen worden geanalyseerd.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schattingen van trends in verspreiding.zijn gebaseerd op niet-gestandaardiseerde metingen die met een geavanceerde statistische methode zijn geanalyseerd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2018). Trend in vaatplanten, 1990-2017 (indicator 1570, versie 02 , 18 mei 2018 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.