Ecosystemen

Ecologische duurzaamheid van de bodemvisserij op de Noordzee, 2007-2011

U bekijkt op dit moment een afgesloten indicator. Deze indicator wordt niet meer bijgewerkt. De reden hiervoor staat hieronder vermeld. De archiefversies van deze indicator (indien aanwezig) zijn nog wel beschikbaar.

De Natura 2000-gebieden op de Noordzee werden in de periode 2007-2011 nog intensief bevist, vooral de kustzone, het Friese Front en de trog in de Klaverbank. Het percentage oppervlak van deze gebieden dat ecologisch duurzaam bevist wordt, is nog laag. De planning van windenergiegebieden op zee en de doelen voor Natura 2000 leiden er mede toe dat er verdergaande ruimtelijke ordening op zee plaatsvindt waarbij bestaand en toekomstig gebruik gereguleerd wordt. Dit komt tot uiting in afwezigheid van visserij in de windparken op zee en in het bodembeschermingsgebied in de Voordelta.

Ecologisch duurzame visserij

Naast economisch duurzaam is het voor het ecosysteem in de Noordzee van groot belang dat de visserij in de toekomst ook ecologisch duurzaam wordt. Er is sprake van een ecologisch duurzame bevissing wanneer gevoelige bodemorganismen een kans hebben om te overleven. Voor zandige bodems betekent dit dat deze hooguit circa 1 maal in de 7 jaar bevist mogen worden. De figuur laat zien dat ook van de Natura 2000-gebieden op de Noordzee een aanzienlijk areaal nog steeds intensief wordt bevist. Voor alle Natura 2000-gebieden samen nam het duurzaam beviste areaal van 2007 tot 2007 iets toe van 62% naar 67%. De Voordelta is tot dusverre het enige mariene Natura 2000-gebied waarvoor al een beschermingsplan van kracht is. Hier nam het duurzaam beviste areaal in deze periode wel flink toe: van 48% naar 77%.
Voor de gebieden die als Natura 2000-gebied zijn of zullen worden aangewezen is het percentage oppervlakte dat ecologisch duurzaam bevist wordt, berekend aan de hand van de gegevens van de visserij-intensiteit over de jaren 2007-2011. De Vlakte van de Raan en het Friese Front worden het sterkst bevist, hier is nog minder dan 50% van de bodem geschikt als leefgebied voor gevoelige bodemdieren. Het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone wordt volgens de gegevens relatief weinig bevist, maar hier ontbreken in de visserijgegevens nog de gegevens van Belgische en Duitse boomkorvissers en van de garnalenvisserij. Deze gegevens zijn helaas niet beschikbaar.
In de Voordelta blijkt de visserijdruk sinds het in werking treden van het beheerplan sterk te zijn afgenomen. Dit geldt vooral voor het bodembeschermingsgebied, waar de boomkorvisserij sterk gereguleerd is. De trend in de Voordelta is dan ook positief. Voor het Friese Front is de trend ook positief, met een hoger percentage in 2011. Op de Klaverbank lijkt door de jaren heen intensiever gevist te worden, met name in de diepe geul die door het gebied loopt (de Botney Cut). De Doggersbank wordt zeer verspreid bevist en heeft hierdoor het hoogste percentage gebied dat ecologisch duurzaam bevist wordt.
In de Noordzeekustzone zijn, als onderdeel van het VIBEG-akkoord tussen overheid, visserijsector en maatschappelijke organisaties, een aantal gebieden aangewezen waarin de visserij eveneens sterk gereguleerd wordt. Dit akkoord is in december 2011 in werking getreden en is dus nog niet in de gegevens zichtbaar.

Bodemvisserij als drukfactor

Een belangrijke drukfactor voor het ecosysteem van de Noordzee is de bodemvisserij waarbij kettingen door de bodem getrokken worden. Dit betreft zowel de visserij met boomkorren (op vis en garnaal) als de visserij met bordentuigen (op vis). Dit gaat ten koste van het bodemleven. Tegelijkertijd wordt een groot deel van de vangst direct na het aan boord halen van de netten weer overboord gegooid (discards). Van de door Nederlandse boomkorvissers op de Noordzee gevangen schol (hiervoor heeft Nederland het grootste quotum) werd in de periode 2002-2008 gemiddeld 50% van de vangst teruggegooid (Wortelboer, 2010). De discards bestaan uit te kleine exemplaren van commerciële soorten vis, niet-commerciële soorten vis en bodemdieren. Het merendeel hiervan is bij het overboord gooien reeds dood en wordt door vogels opgegeten of komt weer op de bodem terecht. Hierdoor verandert de levensgemeenschap aan bodemdieren doordat aaseters in het voordeel zijn. Langlevende en zich langzaam voortplantende dieren als noordkromp (een schelpdier dat honderden jaren oud kan worden) en haaien en roggen zijn onder invloed van de visserijdruk in de Noordzee sterk afgenomen. Dit beïnvloedt de biodiversiteit negatief.
De Nederlandse overheid heeft zich ten doel gesteld de visserij meer duurzaam te maken. Hierbij worden alternatieven ontwikkeld voor de boomkor, bijvoorbeeld de pulskor, waarbij de vissen door elektriciteit uit de bodem worden opgeschrikt en niet door kettingen. Een en ander zal in relatie met het Gemeenschappelijk Visserijbeleid van de EU moeten plaatsvinden.

Zes Natura 2000-gebieden in de Noordzee

In de Nota Ruimte worden in de Noordzee vijf gebieden aangewezen die beschermd moeten worden vanwege hun bijzondere ecologische waarde: Doggersbank, Klaverbank, Centrale Oestergronden, Friese Front en Kustzee. In het Integraal Beheerplan Noordzee (herzien in 2012) hebben vier van deze gebieden een vaste begrenzing gekregen (zie kaart). De Centrale Oestergronden en de Kustzee tussen Bergen en Hoek van Holland zijn niet aangewezen in het Integraal Beheerplan Noordzee. Als Natura 2000-gebied zijn of worden aangemerkt: Doggersbank, Klaverbank, Noordzeekustzone, Voordelta en Vlakte van de Raan (alle Habitatrichtlijngebieden) en Friese Front (Vogelrichtlijngebied). De Voordelta is reeds aangewezen en een beheerplan is in werking getreden waarbij het gebruik gereguleerd wordt. Zo is er een bodembeschermingsgebied vastgesteld waarin bodemvisserij sterk beperkt is. Tevens zijn er twee rustgebieden voor zeehonden aangewezen. Ook voor de Noordzeekustzone (de kustzone boven de Waddeneilanden tot aan Bergen) zijn afspraken gemaakt voor regulering van zowel de boomkorvisserij als de garnalenvisserij (het Vibeg-akkoord). Dit akkoord wordt opgenomen in het beheerplan Waddenzee, waar de Noordzeekustzone binnen valt.
De overige gebieden zitten in verschillende stadia van aanmelding, aanwijzing en ontwikkeling van een beheerplan.

Beleidsdoelstellingen

Deze indicator verwijst naar de volgende doelen en nationale belangen van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte:

  • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuur-historische waarden behouden zijn (leefbaar en veilig)
  • Goed systeem van ruimtelijke ordening
  • Nationaal belang 10: Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuur-historische en natuurlijke kwaliteiten
  • Nationaal belang 11: Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten
  • Nationaal belang 13: Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten


De hoofddoelstelling van de voormalige Nota Ruimte voor de Noordzee luidde: 'Behoud en ontwikkeling van internationale waarden van natuur en landschap door ruimtelijk-economische activiteiten in de Noordzee op duurzame wijze te ontwikkelen en op elkaar af te stemmen met inachtneming van de in de Noordzee aanwezige ecologische en landschappelijke waarden'.

Referenties

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ecologisch duurzame bodemvisserij in Natura 2000-gebieden in de Noordzee

Omschrijving

De ecologische duurzaamheid van de Nederlandse bodemvisserij op de Noordzee is bepaald aan de hand van de visserijintensiteit en de gevoeligheid van bodemdieren.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Berekeningswijze

De gegevens van de visserij-intensiteit van de Nederlandse boomkor- en bordenvisserij zijn berekend door Wageningen IMARES. Per gebied van ongeveer 1x0,5 km is berekend welk oppervlakte (boomkortuig) dan wel lengte (bordentuig) per jaar is bevist). Voor bordentuigen is door het PBL een schatting gemaakt van de breedte van de tuigen, zodat ook hiervan een oppervlakte bevist areaal berekend kon worden. Visintensiteit door boomkor- en bordentuigen is bij elkaar opgeteld. De grenswaarde voor ecologisch-duurzame visserij is gebaseerd op onderzoek van Hiddink et al. (2006). Het betreft de tijd die gevoelige organismen in zandbodems nodig hebben om te herstellen van een eenmalige bevissing: na 7 jaar heeft de biomassa zich hersteld tot 90% van de oorspronkelijke waarde. Deze frequentie is aangehouden als grenswaarde voor ecologisch duurzame bodemvisserij in de Nederlandse Noordzee. Het PBL heeft met de beschikbare gegevens het percentage ecologisch duurzaam bevist gebied binnen de Natura 2000-gebieden berekend. Zie ook het achtergronddocument bij de Natuurbalans waarin de werkwijze uitgebreid gedocumenteerd is (Wortelboer, 2010).
In de periode sinds 2000 zijn de verordeningen voor verplichte registratie van vissers herhaaldelijk gewijzigd. Dit had tot gevolg dat steeds een ander deel van de totale vloot geregistreerd werd. De laatste wijziging trad in op 1-1-2007, waarbij alle vissersschepen vanaf 15 m lengte verplicht zijn hun visactiviteiten te registreren en deze gegevens Omdat per 1-1-2007 meer schepen verplicht zijn om een volgsysteem te hebben, zijn de gegevens van 2007 en later completer en onderling beter vergelijkbaar. Omdat er nu, in tegenstelling tot de eerdere versie van deze indicator, geen gegevens beschikbaar zijn van een complete periode van 7 jaar, is de definitie van ecologisch duurzame bevissing aangepast van 1 keer in de 7 jaar bevist, naar gemiddeld minder dan 14% van het oppervlakte per jaar bevist. De berekening is uitgevoerd per vierkant van circa 1 x 0,5 km. Per gebied is de oppervlakte berekend die beneden deze grenswaarde valt.

Geografisch verdeling

Nederlands Continentaal Plat (NCP)

Verschijningsfrequentie

Tweejaarlijks

Achtergrondliteratuur

Hiddink, J.G., Jennings, S. en Kaiser, M.J., 2006. Indicators
of the Ecological Impact of Bottom-Trawl Disturbance on
Seabed Communities. Ecosystems 9, 1190-1199.
Wortelboer, F.G., 2010. Natuurkwaliteit en biodiversiteit van de zoute wateren. Achtergrondrapport bij de Natuurbalans 2008. Planbureau voor de Leefomgeving. PBL Rapport 500402016/2010.
http://www.pbl.nl/publicaties/2010/Natuurkwaliteit-en-biodiversiteit-van-de-Nederlandse-zoute-wateren

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2012). Ecologische duurzaamheid van de bodemvisserij op de Noordzee, 2007-2011 (indicator 2093, versie 02 , 20 september 2012 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.