Verkeer en milieu

Luchtvaartnetwerk van Schiphol, 2004-2020

Door de COVID-19 pandemie daalde de netwerkkwaliteit van Schiphol in 2020 zeer sterk: de verschillende maten van connectiviteit voor Schiphol namen af met 54 tot 83 procent. In vergelijking met de concurrentie presteerde Schiphol nog het best: bij andere luchthavens daalden de verschillende connectiviteitsmaten nog sterker. Door voortdurende aanpassing van luchthavens aan de omstandigheden is de meting van de connectiviteit (op basis van de derde week van september) minder representatief voor het jaar en voor de positie tussen de luchthavens dan voorgaande jaren.

Monitoring netwerkkwaliteit Schiphol

SEO Economisch Onderzoek monitort jaarlijks de netwerkkwaliteit van Schiphol en de belangrijkste concurrenten. Die concurrenten zijn Parijs Charles de Gaulle, Frankfurt, München, Londen Heathrow, Istanbul, Dubai en sinds 2020 ook Brussel, Düsseldorf en Zürich. SEO doet dit door de netwerken van Schiphol en de concurrerende luchthavens te analyseren voor de derde week van september, doorgaans een representatieve week in het zomerseizoen. De tekst van deze pagina is grotendeels overgenomen of afgeleid van de rapportage van SEO (Boonekamp en Winkelmolen, 2021).

Goede connectiviteit door de lucht is belangrijke concurrentiefactor

Een goede connectiviteit door de lucht - het hebben van een wereldwijd netwerk van verbindingen met veel internationale bestemmingen die frequent aangedaan kunnen worden - is een belangrijke economische concurrentiefactor. In Nederland wordt een belangrijk deel van dit netwerk aangeboden op de luchthaven Schiphol. Vooral bedrijven in de noordelijke Randstad profiteren van deze goede connectiviteit door de aanwezigheid van Schiphol. Een kwalitatief hoogwaardig luchtvaartnetwerk van Schiphol is voor veel bedrijven daarom een belangrijke vestigingsplaatsfactor en mede daardoor van belang voor de (regionaal-)economische ontwikkeling. Andersom is ook de regionaal-economische ontwikkeling van belang voor de positie van Schiphol.

Directe-, indirecte- en hubconnectiviteit

De kwaliteit van het luchtvaartnetwerk wordt uitgedrukt in connectiviteit, ofwel in de mate waarin een luchthaven verbonden is met andere luchthavens. Daarbij worden drie vormen van connectiviteit onderscheiden. Voor de bereikbaarheid van een land of regio en de (regionaal-)economische ontwikkeling zijn vooral de directe en de indirecte connectiviteit van belang. Dit zijn maten voor de verbindingen vanaf Schiphol naar eindbestemmingen die rechtstreeks dan wel via andere luchthavens worden uitgevoerd. Bij indirecte verbindingen speelt de overstaptijd een rol. De indirecte connectiviteit is dus een maat voor de verbondenheid met alle bestemmingen vanaf Schiphol, waarbij wordt overgestapt op andere luchthavens. De hubconnectiviteit ten slotte meet de verbondenheid tussen luchthavens, met een transfer op Schiphol. Hubconnectiviteit geeft een indicatie van de netwerkkwaliteit vanuit het perspectief van de overstappende passagier en van de concurrentiekracht van de luchthaven als hub. Air France-KLM, de belangrijkste hubcarrier op Schiphol, is voor een rendabele exploitatie van veel intercontinentale bestemmingen afhankelijk van deze transferpassagiers. Doordat veel internationale passagiers ervoor kiezen om op Schiphol over te stappen, is het voor veel Nederlandse passagiers mogelijk om vanaf Schiphol een groot aantal bestemmingen in de wereld relatief snel te bereiken.

Het netwerk in 2020

De luchtvaart werd, net als veel andere sectoren, zwaar getroffen in het coronajaar 2020. Van eind maart tot begin juni werd nauwelijks gevlogen en vervolgens krabbelde de luchtvaart langzaam een beetje op, tot een nieuwe besmettingenpiek in oktober weer tot nieuwe reisbeperkingen leidde waardoor het herstel stagneerde.
De COVID-19 pandemie had grote gevolgen voor de luchtvaartnetwerken van alle luchthavens in de wereld. Het netwerk van Schiphol werd minder geraakt dan dat van concurrerende luchthavens. SEO oppert hiervoor een aantal redenen. Mogelijk een strategische keuze van luchtvaartmaatschappijen op Schiphol om zoveel mogelijk van het netwerk in stand te houden. Daarnaast wonen er in Nederland wellicht relatief veel mensen voor wie een luchtreis noodzakelijk is, bijvoorbeeld door familiebanden of zakelijke redenen, of zijn Nederlanders eerder geneigd om weer met het vliegtuig op vakantie te gaan. Dat laatste hangt samen met mogelijkheid dat de regelgeving en beperkingen rond corona in Nederland verschillen van die in de landen van de concurrerende luchthavens.

De directe connectiviteit van Schiphol was in september 2020 54% lager dan het jaar daarvoor. Dit komt door de daling van het aantal Europese vluchten met 52% en het aantal intercontinentale vluchten met 63%. Op concurrerende luchthavens daalde de directe connectiviteit harder dan Schiphol: van 63% op Parijs tot 75% op Brussel.

De indirecte connectiviteit van Schiphol daalde in september 2020 met 83%. Deze veel grotere daling komt doordat zowel het aantal vluchten vanaf Schiphol naar belangrijke hubs afnam, als het aantal aansluitende vluchten op deze hubs waarop reizigers uit Schiphol normaal zouden overstappen. Op de tien bekeken luchthavens waren de ontwikkelingen in de indirecte connectiviteit in de derde week van september vergelijkbaar.

In september 2020 daalde de hubconnectiviteit van Schiphol met 68 procent. Tussen twee Europese bestemmingen daalde deze connectiviteit met 55 procent aanmerkelijk minder dan tussen een Europese en een intercontinentale bestemming. In september 2020 bood Schiphol met afstand de hoogste hubconnectiviteit. Op Parijs Charles de Gaulle daalde de hubconnectiviteit met 82 procent, op Istanbul met 86 procent en op de overige concurrerende luchthavens met meer dan 90 procent.

Verbondenheid met Global Cities

In september 2019 bood Schiphol directe vluchten aan naar 37 van de 40 belangrijkste Global Cities. In september 2020 was dit teruggelopen naar 31 van de 40. De frequenties van de 31 overgebleven verbindingen waren aanzienlijk lager dan in voorgaande jaren.

Hoe representatief is de septemberanalyse voor heel 2020?

Doordat het aantal vluchten gedurende 2020 sterk fluctueerde, is de monitor netwerkkwaliteit over de derde week van september meer dan in andere jaren een momentopname. Luchtvaartmaatschappijen moesten hun activiteiten en netwerken voortdurend aanpassen aan de --vaak per land verschillende -- epidemiologische situaties en restricties.

Toch laat een analyse over meerdere weken in 2020 zien dat veel van de conclusies die worden getrokken op basis van de analyse voor de betreffende septemberweek ook in meer algemene zin gelden voor de netwerkontwikkeling van Schiphol na de uitbraak van het coronavirus. De netwerkkwaliteit van Schiphol ontwikkelde zich beter dan de concurrentie: Na de dip in april bood Schiphol voor de rest van 2020 meer vluchten aan dan de meeste andere luchthavens.
Ook wist Schiphol beter dan andere luchthavens de hubconnectiviteit in stand te houden, door de resterende vluchten zo te plannen dat inkomende en uitgaande vluchten zo goed mogelijk op elkaar aan bleven sluiten, zelfs tijdens het dieptepunt in april.
Maar een aantal conclusies voor september 2020 geldt niet voor het hele jaar. In termen van het aantal bestemmingen en directe connectiviteit presteerde Istanbul in december 2020 beter dan Schiphol. Dit komt doordat het aantal vluchten op Istanbul, en ook op Dubai, bleef toenemen tussen september en december, terwijl de West-Europese luchthavens de netwerken zagen krimpen door een tweede golf van besmettingen. Schiphol bleef wel beter presteren dan de West-Europese concurrentie.
Een ander verschil is dat in september 2020 de connectiviteit van Schiphol binnen Europa minder sterk daalde dan de intercontinentale connectiviteit. In december veranderde dit: het aantal intercontinentale vluchten vanaf Schiphol was licht gestegen, terwijl het aantal intra-Europese vluchten sterk was afgenomen.

Referenties

  • Boonekamp T., J. Zuidberg, V. van Spijker (2019). Monitor netwerkkwaliteit en staatsgaranties 2009-2019. SEO Economisch Onderzoek, Amsterdam
  • Boonekamp T., R. Winkelmolen (2021). Monitor netwerkkwaliteit en staatsgaranties 2009-2020. SEO Economisch Onderzoek, Amsterdam

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Luchtvaartnetwerk van Schiphol

Omschrijving

Beschrijving van de ontwikkeling in de drie vormen van netwerkkwaliteit (connectiviteit) die voor Schiphol van belang zijn.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Berekeningswijze

De connectiviteit is berekend door SEO Economisch Onderzoek (Amsterdam) met het Netscanmodel en op grond van deze berekeningen door SEO geanalyseerd.
In 2015 heeft SEO de rekenwijze herzien en o.a. ook rekening gehouden met minimale overstaptijden op luchthavens en codeshare-overeenkomsten buiten bestaande allianties om. Zie voor een toelichting Bijlage A van: Boonekamp, T., Spijker, V. van, J. Zuidberg (2016). Monitor netwerkkwaliteit en staatsgaranties 2009-2015. SEO Economisch Onderzoek, Amsterdam.

Basistabel

Bron cijfers 2004-2008: levering SEO (23.1.2018), SEO Economisch Onderzoek, Amsterdam.
Bron Cijfers 2010-2020: Boonekamp T., R. Winkelmolen (2021). Monitor netwerkkwaliteit en staatsgaranties 2009-2020. SEO Economisch Onderzoek, Amsterdam.

Verschijningsfrequentie

2 jaar

Opmerking

SEO rapporteert jaarlijks over de ontwikkeling van de connectiviteit in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2021). Luchtvaartnetwerk van Schiphol, 2004-2020 (indicator 2157, versie 06 , 15 december 2021 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.