Trend van nachtvlinders, 2014-2025

De biomassa van nachtvlinders in Nederland is sinds 2014 licht toegenomen, op basis van metingen in voornamelijk stedelijk en agrarisch gebied. De populatietrend van veelvoorkomende soorten laat ook een matige toename zien sinds 2014. De situatie verschilt per leefgebied: kenmerkende soorten in agrarisch gebied tonen een stabiele trend sinds 2014, in stedelijk gebied tonen populaties sinds 2014 een matige toename, terwijl nachtvlinders in het bos sinds 2020 een sterke afname laten zien. Voor de andere leefgebieden zijn er nog onvoldoende gegevens.

Ontwikkeling biomassa en veelvoorkomende soorten

Sinds 2019 is het Landelijk Meetprogramma Nachtvlinders officieel onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Omdat de aantallen nachtvlinders al langer systematisch gemonitord worden, is de teldekking vanaf 2014 voldoende om populatietrends voor de meest voorkomende soorten te berekenen. De meeste meetpunten liggen in stedelijk en agrarisch gebied, waardoor de trends vooral een beeld geven van de ontwikkelingen in deze omgevingen. Over de periode 2014–2025 nam de totale biomassa van de 796 in het meetnet waargenomen soorten licht toe, doordat 2025 een goed nachtvlinderjaar was. Het voorjaar, de zomer en het najaar van 2025 waren warmer dan gemiddeld. Mogelijk heeft dit bijgedragen aan de hoge aantallen waargenomen nachtvlinders, omdat de activiteit van nachtvlinders mede afhankelijk is van de nachttemperatuur. Het effect van nachttemperatuur op de waargenomen aantallen wordt nog verder onderzocht en is nog niet meegenomen in de trendberekeningen. De gemiddelde populatietrend van 90 veelvoorkomende soorten laat sinds 2014 een matige toename zien. Hierbij nemen 33 soorten toe, 18 soorten af, 26 soorten zijn stabiel en 13 soorten hebben een onzekere trend. Dit wijst erop dat deze algemene soorten zich, gemiddeld genomen, over deze periode redelijk weten te handhaven. Wel vertonen de abundantere soorten, die ook verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de biomassa, zoals de huismoeder, juist een afname. Voor in totaal 320 soorten nachtvlinders kunnen trends worden berekend in 2025, dit vertegenwoordigt 38% van de soorten nachtvlinders die in Nederland aanwezig zijn (Ellis et al., 2013). Niet al deze soorten zijn opgenomen in de populatietrend, vanwege te korte tijdreeksen of te grote onzekerheid in de trends. Wel is de tendens dat zeldzamere soorten vaker een afname laten zien dan algemene soorten

Ontwikkeling per leefgebied

De ontwikkeling van nachtvlinders verschilt duidelijk per leefgebied. Kenmerkende soorten in agrarisch gebied blijven stabiel, en in stedelijk gebied vertonen populaties zelfs en lichte toename sinds 2014. In stedelijk gebied nemen 6 soorten toe, 4 soorten af, en de overige 10 soorten hebben een onzekere trend. In het agrarisch gebied nemen 3 soorten toe, 2 soorten af, blijven 2 soorten stabiel en de overige 14 hebben een onzekere trend. De stabiele trend is vooral gunstig voor het agrarisch gebied, aangezien nachtvlinders daar worden beschouwd als belangrijke bestuivers (Walton et al., 2020). In bosgebieden laten nachtvlinders sinds 2020 een sterke afname zien. Wel is de tijdsreeks nog erg kort, liggen bijna alle meetpunten op de binnenlandse zandgronden en hebben vrijwel alle soorten (14) een onzekere trend, met nog 2 soorten die significant afnemen en 1 soort die toeneemt. De waargenomen trend kan samenhangen met veranderingen in bosstructuur, stikstofdepositie, afname van ondergroei of verdroging, en kan dus wijzen op toenemende druk voor nachtvlinders in natuurlijke omgevingen. Over de ontwikkelingen in andere leefgebieden (duinen, heide, venen, etc.) kan door gebrek aan data nog geen uitspraak gedaan worden.

Bredere context

De trends sinds 2014 laten een relatief positief beeld zien voor nachtvlinders in Nederland. Wel is er een duidelijke afname zichtbaar in de gemiddelde populatietrend van kenmerkende bossoorten. De monitoringsperiode waarvoor trends berekend kunnen worden is nog relatief kort, waardoor belangrijke veranderingen van vóór 2014 buiten beeld blijven. Daarnaast liggen er nog te weinig meetpunten in duinen, heide, en moerassen. In Vlaanderen vallen veel nachtvlindersoorten uit deze leefgebieden in de Rode Lijst categorieën ‘kwetsbaar’ tot en met ‘regionaal uitgestorven’. Onderzoek over meerdere decennia laat zien dat nachtvlinders in veel gebieden gestaag in aantal afnemen. Zo bleek uit langjarig onderzoek in twee Nederlandse natuurgebieden dat de aantallen daar tussen 1997 en 2017 gemiddeld met 4% per jaar afnamen (Hallmann et al., 2019). In het Verenigd Koninkrijk namen aantallen nachtvlinders tussen 1968 en 2017 met 33% af (Fox et al., 2021), terwijl in Centraal-Europa sinds de jaren '60 een flinke daling in diversiteit van nachtvlinderpopulaties is vastgesteld (Valtonen et al., 2017). Dit is in overeenstemming met algehele afname van insectenbiomassa in Europa (Hallmann et al., 2017; Rumohr et al., 2023). 

 

Bronnen

  • Ellis, W.N., Groenendijk, D., Groenendijk, M.M., Huigens, M.E., Jansen, M.G.M., Meulen, J. van der, Nieukerken, E.J. van en Vos, R. de (2013) Nachtvlinders belicht: dynamisch, belangrijk, bedreigd. De Vlinderstichting, Wageningen en Werkgroep Vlinderfaunistiek, Leiden
  • Fox R, Dennis EB, Harrower CA, Blumgart D, Bell JR, Cook P, Davis AM, Evans-Hill LJ, Haynes F, Hill D, Isaac NJB, Parsons MS, Pocock MJO, Prescott T, Randle Z, Shortall CR, Tordoff GM, Tuson D & Bourn NAD (2021). The State of Britain’s Larger Moths (2021). Butterfly Conservation, Rothamsted Research and UK Centre for Ecology & Hydrology, Wareham, Dorset, UK.
  • Hallmann CA, Sorg M, Jongejans E, Siepel H, Hofland N, et al. (2017). More than 75 percent decline over 27 years in total flying insect biomass in protected areas. PLOS ONE 12 (10): e0185809.
  • Hallmann CA, Zeegers T, van Klink R, Vermeulen R, van Wielink P, Spijkers H, van Deijk J, van Steenis W, Jongejans E (2019). Declining abundance of beetles, moths and caddisflies in the Netherlands. Insect Conservation and Diversity
  • Rumohr Q, Baden CU, Bergtold M, Marx MT, Oellers J, et al. (2023). Drivers and pressures behind insect decline in Central and Western Europe based on long-term monitoring data. PLOS ONE 18 (8): e0289565.
  • Valtonen, Anu, Anikó Hirka, Levente Szőcs, Matthew P. Ayres, Heikki Roininen, György Csóka (2017). Long-term species loss and homogenization of moth communities in Central Europe
  • Veraghtert W, Maes D, Sierens T, Herremans M, Merckx T, Wullaert S, Vantieghem P & Krstijn R. R. Swinnen (2023). Rode Lijst van de macro-nachtvlinders in Vlaanderen 2023. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2023 (6). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.90533517
  • Walton, R.E., C.D.  Sayer, H. Bennion & J.C. Axmacher (2020). Nocturnal pollinators strongly contribute to pollen transport of wild flowers in an agricultural landscape. Biology Letters 16 (5): 1-6.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Trend van nachtvlinders

Omschrijving

Ontwikkeling van biomassa en populatie van nachtvlinders als groep

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Soortenselectie en data

Aantalsgegevens zijn ontleend aan het Landelijk Meetnet Nachtvlinders van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Alleen macronachtvlinders zijn opgenomen in de indicator, gegevens van microvlinders worden pas sinds 2022 verzameld. Daarmee zijn per soort over populatie-aantallen en over de totale biomassa jaarlijkse indexcijfers bepaald met Poisson regressie (methode indexcijfers, TRIM). Daarmee kan voor ieder jaar een index worden berekend op basis van de 1) de gemiddelde biomassa per meetnetpunt, 2) meest voorkomende soorten nachtvlinders (90 soorten), en 3) 20 kenmerkende soorten agrarische nachtvlinders, 20 kenmerkende soorten stedelijke nachtvlinders en 22 kenmerkende soorten bosnachtvlinders. Kenmerkende soorten per leefgebied zijn aangemerkt door de Vlinderstichting en trends zijn berekend met de gegevens van de meetpunten die in de betreffende leefgebieden vallen. 

Soorten in populatietrend van veelvoorkomende soorten: Glad beertje, Gewone bandspanner, Voorjaarsdwergspanner, Zwartkamdwergspanner, Zuidelijke stofuil, Gewone stofuil, Bruine snuituil, Grijze stipspanner, Vlekstipspanner, Dwergstipspanner, Schaduwstipspanner, Paardenbloemspanner, Groente-Uil, Populierenpijlstaart, Aangebrande spanner, Gerande spanner, Gewone grasuil, Plakker, Donker klaverblaadje, Halmrupsvlinder of weidehalmuiltje, Zandhalmuiltje, Witstipgrasuil, Stompvleugelgrasuil, Bleke grasuil, Volgeling, Open-Breedbandhuismoeder kleine breedbandhuismoeder, Huismoeder, Haarbos, Oranjegeel halmuiltje, Donker gelobd bont halmuiltje, Hagedoornvlinder, Tweestreepvoorjaarsuil, Kleine voorjaarsuil, Nunvlinder, Variabele voorjaarsuil, Groene dwergspanner, Taxusspikkelspanner, Eikentandvlinder, Wapendrager, Agaatvlinder, Kleine beer, Zilveren groenuil, Kroonvogeltje, Herfst-Rietboorder, Stro-Uiltje, Witte tijger, Gele tijger, Eikenprocessierups, Lieveling, Oranje wortelboorder, Gele eenstaart, Vierbandspanner bruine vierbandspanner, Zwartbandspanner, Zwarte-c-Uil, Vierkantvlekuil, Zuringuil, Maansikkeluil, Geoogde worteluil, Gewone worteluil, Puta-Uil, Gewone velduil, Voorjaarsboomspanner, Graswortelvlinder, Slakrups, Gamma-Uil, Houtspaander, Bruine grijsbandspanner, Witte grijsbandspanner, Meriansborstel, Appeltak, Gestreepte goudspanner, Huisuil, Morpheusstofuil, Drielijnuil, V-Dwergspanner, Hazelaaruil, Bosbesuil, Hyena, Schedeldrager, Donkergroene korstmosuil, Gestippelde oogspanner, Donkere marmeruil, Koperuil, Mendicabeer, Gewone breedvleugeluil, Vogelwiekje, Schimmelspanner, Gewone spikkelspanner, Vaal kokerbeertje, Streepkokerbeertje

Soorten in agrarische populatietrend: Egelskopboorder, Aardappelstengelboorder, Groente-Uil, Gestreepte Rietuil, Gewone Grasuil, Halmrupsvlinder of Weidehalmuiltje, Stompvleugelgrasuil, Bleke Grasuil, Spitsvleugelgrasuil, Oranjegeel Halmuiltje, Moeraswalstrospanner, Goudvenstertje, Herfst-Rietboorder, Stro-Uiltje, Kleine Rietvink, Oranje Wortelboorder, Maansikkeluil, Egale Rietboorder, Klaverspanner, Gewone Breedvleugeluil

Soorten in populatietrend van bos: Naaldboombeertje, Leverkleurige Spanner, Vingerhoedskruiddwergspanner, Bleke Eenstaart, Rode Dennenspanner, Egale Stipspanner, Rozenblaadje, Getande Spanner, Gevlekte Pijluil, Geelbruine Bandspanner, Groenige Orvlinder, Dennenpijlstaart, Eekhoorn, Naaldboomspanner, Beukeneenstaart, Bruine Zwartstipuil, Vierkantvlekuil, Berkenspikkelspanner, Wit Spannertje, Randvlekuil, Gele Oogspanner, Gestreepte Tandvlinder

Soorten in stedelijke populatietrend: Streepjesdwergspanner, Gele Agaatspanner, Gewone Silene-Uil, Kompassla-Uil, Hopsnuituil, Schaduwstipspanner, Satijnstipspanner, Aangebrande Spanner, Lindepijlstaart, Zwart Weeskind, Hagedoornvlinder, Vliervlinder, Groene Dwergspanner, Taxusspikkelspanner, Jeneverbesspanner, Essengouduil, Oranje Bruinbandspanner, Gevlekte Zomervlinder, Zwartvlekwinteruil, Vaal Kokerbeertje

 

Indicator

Soortenselectie en data

Aantalsgegevens zijn ontleend aan het Landelijk Meetnet Nachtvlinders van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Alleen macronachtvlinders zijn opgenomen in de indicator, gegevens van microvlinders worden pas sinds 2022 verzameld. Daarmee zijn per soort over populatie-aantallen en over de totale biomassa jaarlijkse indexcijfers bepaald met Poisson regressie (methode indexcijfers, TRIM). Daarmee kan voor ieder jaar een index worden berekend op basis van de 1) de gemiddelde biomassa per meetnetpunt, 2) meest voorkomende soorten nachtvlinders (90 soorten), en 3) 20 kenmerkende soorten agrarische nachtvlinders, 20 kenmerkende soorten stedelijke nachtvlinders en 22 kenmerkende soorten bosnachtvlinders. Kenmerkende soorten per leefgebied zijn aangemerkt door de Vlinderstichting en trends zijn berekend met de gegevens van de meetpunten die in de betreffende leefgebieden vallen. 

Soorten in populatietrend van veelvoorkomende soorten: Glad beertje, Gewone bandspanner, Voorjaarsdwergspanner, Zwartkamdwergspanner, Zuidelijke stofuil, Gewone stofuil, Bruine snuituil, Grijze stipspanner, Vlekstipspanner, Dwergstipspanner, Schaduwstipspanner, Paardenbloemspanner, Groente-Uil, Populierenpijlstaart, Aangebrande spanner, Gerande spanner, Gewone grasuil, Plakker, Donker klaverblaadje, Halmrupsvlinder of weidehalmuiltje, Zandhalmuiltje, Witstipgrasuil, Stompvleugelgrasuil, Bleke grasuil, Volgeling, Open-Breedbandhuismoeder kleine breedbandhuismoeder, Huismoeder, Haarbos, Oranjegeel halmuiltje, Donker gelobd bont halmuiltje, Hagedoornvlinder, Tweestreepvoorjaarsuil, Kleine voorjaarsuil, Nunvlinder, Variabele voorjaarsuil, Groene dwergspanner, Taxusspikkelspanner, Eikentandvlinder, Wapendrager, Agaatvlinder, Kleine beer, Zilveren groenuil, Kroonvogeltje, Herfst-Rietboorder, Stro-Uiltje, Witte tijger, Gele tijger, Eikenprocessierups, Lieveling, Oranje wortelboorder, Gele eenstaart, Vierbandspanner bruine vierbandspanner, Zwartbandspanner, Zwarte-c-Uil, Vierkantvlekuil, Zuringuil, Maansikkeluil, Geoogde worteluil, Gewone worteluil, Puta-Uil, Gewone velduil, Voorjaarsboomspanner, Graswortelvlinder, Slakrups, Gamma-Uil, Houtspaander, Bruine grijsbandspanner, Witte grijsbandspanner, Meriansborstel, Appeltak, Gestreepte goudspanner, Huisuil, Morpheusstofuil, Drielijnuil, V-Dwergspanner, Hazelaaruil, Bosbesuil, Hyena, Schedeldrager, Donkergroene korstmosuil, Gestippelde oogspanner, Donkere marmeruil, Koperuil, Mendicabeer, Gewone breedvleugeluil, Vogelwiekje, Schimmelspanner, Gewone spikkelspanner, Vaal kokerbeertje, Streepkokerbeertje

Soorten in agrarische populatietrend: Egelskopboorder, Aardappelstengelboorder, Groente-Uil, Gestreepte Rietuil, Gewone Grasuil, Halmrupsvlinder of Weidehalmuiltje, Stompvleugelgrasuil, Bleke Grasuil, Spitsvleugelgrasuil, Oranjegeel Halmuiltje, Moeraswalstrospanner, Goudvenstertje, Herfst-Rietboorder, Stro-Uiltje, Kleine Rietvink, Oranje Wortelboorder, Maansikkeluil, Egale Rietboorder, Klaverspanner, Gewone Breedvleugeluil

Soorten in populatietrend van bos: Naaldboombeertje, Leverkleurige Spanner, Vingerhoedskruiddwergspanner, Bleke Eenstaart, Rode Dennenspanner, Egale Stipspanner, Rozenblaadje, Getande Spanner, Gevlekte Pijluil, Geelbruine Bandspanner, Groenige Orvlinder, Dennenpijlstaart, Eekhoorn, Naaldboomspanner, Beukeneenstaart, Bruine Zwartstipuil, Vierkantvlekuil, Berkenspikkelspanner, Wit Spannertje, Randvlekuil, Gele Oogspanner, Gestreepte Tandvlinder

Soorten in stedelijke populatietrend: Streepjesdwergspanner, Gele Agaatspanner, Gewone Silene-Uil, Kompassla-Uil, Hopsnuituil, Schaduwstipspanner, Satijnstipspanner, Aangebrande Spanner, Lindepijlstaart, Zwart Weeskind, Hagedoornvlinder, Vliervlinder, Groene Dwergspanner, Taxusspikkelspanner, Jeneverbesspanner, Essengouduil, Oranje Bruinbandspanner, Gevlekte Zomervlinder, Zwartvlekwinteruil, Vaal Kokerbeertje

 

Indicator

Om de gecombineerde aantalsindicatoren (2) en (3) te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen meetkundig gemiddeld over alle soorten (Van Strien et al., 2016).

Van een aantal soorten zijn in de eerste jaren geen indexcijfers beschikbaar (zie tabel met indexcijfers per soort, klik op ‘download data’). Deze ontbrekende indexcijfers zijn eerst met een kettingmethode afgeleid uit de indexcijfers van andere soorten. Vervolgens zijn de indexen per jaar meetkundig gemiddeld. Meetkundig middelen betekent dat een halvering van de populatiegrootte van een soort wordt gecompenseerd door de verdubbeling van die van een andere soort.

Door de gemiddelde indexen is een flexibele trend berekend met een 95% betrouwbaarheidsinterval. Het betrouwbaarheidsinterval is gebaseerd op de betrouwbaarheid van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al., 2017). In de jaren waarin veel soorten ontbreken is de indicator minder betrouwbaar, maar de omvang van deze onbetrouwbaarheid is onbekend.

Een breed betrouwbaarheidsinterval betekent dat er enkele of meerdere soorten zijn met minder betrouwbare indexcijfers (grote standaardfouten). Daardoor zal ook het jaarcijfer van de indicator minder betrouwbaar zijn en is het precieze verloop van de trendlijn minder goed te bepalen. In zo’n geval liggen de meeste of zelfs alle jaarcijfers van de indicator binnen het betrouwbaarheidsinterval.

Een smal betrouwbaarheidsinterval betekent dat de indexcijfers van de meeste soorten heel betrouwbaar zijn (kleine standaardfouten). Ook indexcijfers van soorten die sterke jaar-op-jaar schommelingen vertonen, kunnen heel betrouwbaar zijn. In dat geval kan een heel betrouwbare trend berekend worden en liggen veel jaarcijfers buiten het betrouwbaarheidsinterval. 

Uit de trends en de daarbij behorende betrouwbaarheidsintervallen zijn trendklassen afgeleid.

 

Basistabel

De basistabel met indexen van de afzonderlijke soorten met hun trendklasse staat op een apart tabblad (‘Individuele soorten’) van de te downloaden data (zie download-icoon rechtsboven de figuur).

Geografische verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur
Betrouwbaarheidscodering
Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
02
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Trend van nachtvlinders, 2014-2025 (indicator 3019, versie 02, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.