Opbrengsten van energiegerelateerde belastingen, 2001-2024
De overheid ontving in 2024 netto iets minder dan 15 miljard euro aan energiegerelateerde belastingen, inclusief de vermindering op energiebelasting. Het gaat hierbij om accijns, energiebelasting, de opslag duurzame energie, emissierechten, brandstoffenbelasting en de voorraadheffing op olieproducten. In 2023 werd er per GigaJoule energieverbruik netto 4,44 euro belasting geheven. Daarbij was er een significant verschil tussen klein- en grootverbruikers: huishoudens betaalden toen netto 8,40 euro per GJ, bedrijven 3,51 euro.
Milieubelastingen en milieuheffingen
Milieubelastingen gaan naar de algemene middelen van de overheid en zijn vooral gekoppeld aan het bezit en gebruik van auto’s of motoren en energieverbruik. Milieuheffingen dienen ter bekostiging van specifieke milieudoeleinden. Daarbij zijn afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en rioolrechten de belangrijkste posten.
Energiebelasting en accijns grootste kostenposten
De overheid hief in 2024 19,6 miljard euro aan energiegerelateerde belastingen. Het gaat hierbij om accijns, energiebelasting, de opslag duurzame energie, emissierechten, brandstoffenbelasting en de voorraadheffing op olieproducten. De belastingdruk werd verlicht tot iets minder dan 15 miljard euro door de vermindering op energiebelasting. Deze vermindering is volgens de nationale rekeningen geen belasting, maar de cijfers voor milieubelastingen en -heffingen gaan uit van daadwerkelijk betaalde bedragen.
Van de energiegerelateerde belastingen waren de energiebelasting en de accijns op brandstoffen de grootste kostenposten in de afgelopen jaren.
De energiebelasting en de vermindering op energiebelasting verschijnen samen op de energierekening. De opslag duurzame energie (ODE) stond eerst ook apart vermeld op deze rekening, maar is sinds 2023 geintegreerd in de energiebelasting. De netto opbrengst van de energiebelasting (inclusief vermindering en ODE) met 5,3 miljard euro in 2024 is een verdubbeling ten opzichte van 2001 (toen 2,3 miljard). De energiebelasting was negatief voor huishoudens in 2022 door een forse tijdelijke vermindering op de energiebelasting, en verlaging van energietarieven in de eerste schijf. Na dat jaar steeg de afdracht van de huishoudens echter weer sterk naar 1,2 miljard euro in 2024. Bedrijven hebben tot 2022 steeds meer bijgedragen aan de energiebelasting en ODE, maar daarna is hun afdracht gestabiliseerd rond 4 miljard euro netto.
De opbrengst van accijns op benzine en overige minerale oliën zoals diesel bedroeg 7,9 miljard euro in 2024. De opbrengst steeg tussen 2022 en 2024 met 16 procent, ondanks de korting op de accijns die is ingevoerd in 2022 en momenteel nog actief is. Huishoudens betaalden in in 2024 iets meer accijns (4,1 miljard euro) dan bedrijven (3,6 miljard).
Energieverbruik huishoudens steeds zwaarder belast
Huishoudens worden al jaren meer belast per eenheid energie dan het bedrijfsleven. In 2001 ging het om 4,76 euro per GigaJoule (GJ) voor huishoudens, inclusief de vermindering op energiebelasting. Het bedrijfsleven droeg 1,27 euro netto per GJ bij. In de loop der tijd steeg de belasting voor huishoudens fors tot rond 12 euro per GJ rond 2020, bij bedrijven liep het aanzienlijk minder hard op, tot 3 euro. In 2022 werden de tarieven voor de energiebelasting in de eerste schijf verlaagd, en de vermindering op de energiebelasting verhoogd. Hierdoor lag de netto aanslag voor huishoudens tijdelijk fors lager: 4,83 euro per GJ. In 2023 was de bijdrage weer op het oude niveau met 11,43 euro. Cijfers voor energieverbruik in GJ voor 2024 uit de energierekeningen zijn nog niet beschikbaar.
Een van de redenen dat de lasten van bedrijven en huishoudens zo uiteenlopen, is dat de belastingtarieven voor grootgebruikers, in de praktijk bedrijven, over het algemeen veel lager zijn dan die van kleingebruikers, gewoonlijk huishoudens. Huishoudens profiteren niet van de gunstige belastingtarieven die gelden voor grootverbruikers. Die tarieven zijn betrekkelijk laag om de concurrentiepositie van het bedrijfsleven ten opzichte van het buitenland niet te laten verslechteren. Daarnaast worden niet alle energiedragers evenredig belast. Zo wordt er bijvoorbeeld geen belasting op kerosine geheven, een brandstof die wordt gebruikt door vooral het bedrijfsleven.
Bronnen
- CBS (2025a). StatLine: Milieubelastingen en milieuheffingen; nationale rekeningen. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen.
- CBS (2025b). StatLine: Aanbod en gebruik energie; energiedragers, huishoudens en bedrijven (NR). Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag / Heerlen.
Deze tijdreeks loopt vanaf 2014. Ten bate van de CLO-indicator is de tijdreeks intern teruggelegd naar 2001.
Relevante informatie
- Meer informatie over milieuheffingen en -belastingen is te vinden in de StatLine-tabel (CBS).
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Milieubelastingen en -heffingen voor huishoudens, 2001-2024
- Omschrijving
De totale betalingen (in euro) per huishouden aan milieubelastingen en -heffingen.
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
- Berekeningswijze
De toelichting bij de StatLine-tabel (CBS, 2025) bevat links naar de methodebeschrijving.
In 2024 en 2025 heeft er revisie plaatsgevonden van de uitkomsten uit de nationale rekeningen. Hiermee zijn ook de gegevens over milieubelastingen en -heffingen gereviseerd. De belangrijkste wijziging is dat de vermindering van energiebelasting is geregistreerd als inkomensoverdracht, en geen onderdeel meer is van de belastingen. Wel is dit item apart opgenomen in de Statline-tabel voor de milieubelastingen, omdat het uitgaat van daadwerkelijke betaalde (netto) bedragen. Er zijn gereviseerde gegevens beschikbaar vanaf 1995. De cijfers voor 2024 zijn voorlopig.
Met de revisie is ook een nieuwe indeling in de Statline-tabel voor milieubelastingen en -heffingen geïntroduceerd. Deze indeling is conform de Eurostat-indeling van milieubelastingen en -heffingen, in de vier groepen Energie, Vervoer, Vervuiling en Grondstoffen.
De cijfers voor het aanbod en gebruik van energiedragers worden elk jaar opnieuw geijkt, waardoor cijfers kunnen afwijken van eerdere publicaties.
De cijfers over deze belastingen en heffingen zijn gereviseerd en beschikbaar tot en met 2024. De gehanteerde waarden zijn gemeten in lopende prijzen, dat wil zeggen in prijzen van het betreffende jaar en waarvoor niet gecorrigeerd is voor prijsveranderingen.
- Basistabel
StatLine: Milieubelastingen en milieuheffingen; nationale rekeningen (CBS, 2025).
- Geografische verdeling
Nederland
- Andere variabelen
Indeling naar activiteiten volgend de Standaard Bedrijfsindeling 2008
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Opbrengst milieubelastingen 9 procent hoger (CBS, 2025)
- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.
Archief van deze indicator
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Opbrengsten van energiegerelateerde belastingen, 2001-2024 (indicator 3024, versie 01, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.